Week 1 Legaliteit en legitimiteit: rechtspositivisme versus natuurrecht
Is er al sprake van recht wanneer regels volgens bepaalde procedure tot stand zijn gekomen, of moet
een regel ook aan bepaalde inhoudelijke voorwaarden voldoen?
Rechtspositivisten: sprake van recht wanneer regels op (grond) wettelijk voorgeschreven wijze tot
stand zijn gekomen.
Natuurrechtaanhangers: recht heeft ook bepaalde materiele inhoud. Om als recht te kunnen worden
aangemerkt, moet regel rechtvaardig zijnonrechtvaardig recht contradictio in terminis en dus niet
verbindend?
Rechtspositivisme is beter voor rechtszekerheid, natuurrecht beter voor rechtvaardigheid.
Rechtvaardigheid wel lastig objectief vast te stellen.
Cliteur&Ellian - Is het natuurrecht óf het cultuurrecht een noodzakelijke basis voor het positieve
recht?
Vijf kenmerken van natuurrecht
Natuurrecht: bestaat vanzelf, is niet het product van menselijke makelij, is onveranderlijk en overal
van kracht.
Grondtrekken natuurrecht in meest zuivere vorm:
- Status: absoluut geldig recht.
- Bron: recht kan worden afgeleid uit de menselijke natuur of de aard van de werkelijkheid.
- Keninstrument: redelijke vermogens van de mens toereikend voor kennen van het recht.
- Functie: inhoudelijke toets van natuurrechtelijke beginselen voor de gelding van het
positieve rechtdoorstaat toets nietrecht niet als geldig erkend.
- Inhoud: toets bestaat uit een verzameling van speculatieve en metafysische ideeën.
normaaltypische omlijning, zijn vele verschillende vormen. Thomas van Aquino (1225-1274) en Sir
William Blackstone (1723-1780) voldeden aan alle kenmerken.
Het idealistisch denken als filosofische basis van natuurrechtsleer: Plato
Thomas van Aquino had voor z’n leer inspiratie opgedaan bij AristotelesAristoteles van Plato
hadden geen uitgewerkte natuurrechtsleer, maar wel filosofische basis: tegenstelling tussen wereld
van zuivere onveranderlijke waarden en ideeën en wereld van zintuiglijk waarneembare en
voortdurend veranderende objecten = ideeenleer. Wereld van ideeën is meer werkelijk dan wereld
van zintuiglijk waarneembare objecten.
Veilige hypothese: iets wast je noodzakelijk aan moet nemen om de werkelijkheid en ons oordeel
erover te kunnen verklaren (Socrates).
Mens heeft een ziel, dat verwant is met eeuwige onsterflijke dat altijd aan zichzelf gelijk is, en
zintuigen, waarmee hij individuele dingen in hier en nu waarneemt.
Bron
Aristoteles meende dat men de ideeën zich niet moest voorstellen in een transcedente werkelijkheid,
maar in de dingen (in een eikeltje ligt het idee eik besloten)basis klassieke natuurrecht, door
Thomas van Aquino verder ontwikkeld.
Natuur als teleologische orde: natuur is bron waaruit natuurrecht vloeit. Alle delen van natuur zijn
gericht op een doel, die streefkracht is inclinatio naturalis (de natuurlijke neiging).
Lex aeterna: algemene wetmatigheid dat alle dingen streven naar hun eigen doel die zich als een
goddelijk plan in het verstand van God bevindt.
Als er doelmatigheid is in het bestaan, moet er een intellect zijnGod, volgens Thomas van Aquino.
, Keninstrument
Mens onderscheidt zich van de rest van de natuur door zijn redelijkheid. Mens heeft als rationeel
wezen weet van de gerichtheid van de dingen. Kenmerkend voor mens is ook z’n vrijheid.
Lex naturalis: gedeelte van de lex aeterna dat betrekking heeft op de mens. Ethisch gebod dat mens
zich gedraagt overeenkomstig lex naturalis.
Inhoud
Inhoud lex naturalis: het goede doen, het kwade nalaten.
Goed voor de mens is (primaire natuurrecht):
- Zoeken naar waarheid omtrent God.
- Leven in gemeenschap met anderen.
- Vereniging van man en vrouw in het huwelijk.
- Opvoeding van kinderen.
Secundair natuurrecht: onder andere regels uit Tien Geboden.
Natuurrecht a la Thomas van Aquino: bestaat uit geheel van ideeën dat men apriori (voor/zonder alle
ervaring) kan afleiden = metafysische beginselen.
Status
Omdat bij natuurrecht gaat om goddelijk recht, is het absoluut geldig recht, absoluut naar tijd én
naar plaats.
Functie
Natuurrecht maakt positieve wetten niet overbodig; voorschriften van natuurrecht zijn zo algemeen
dat nadere bepaling daarvan in positieve wetten nodig is.
Natuurrecht is kritische toets voor positieve recht.
Bepaalde door overheid gestelde norm in strijd met natuurrecht:
- Niet erkend als rechtsnorm.
- Burger wordt geacht niet gebonden te zijn aan norm.
Volgens Thomas van Aquino is het wel slim om wetten die in strijd zijn met natuurrecht toch op te
volgen, om onrust te voorkomen en omdat rechtszekerheid dat eenmaal vraagt. Soms vraagt situatie
echter om verzetis dan ook legitiem.
Bezwaren tegen klassieke natuurrecht
Klassieke natuurrecht is onder vuur komen te liggen:
- Sluit slecht aan bij methodologie van exacte wetenschappen die in 16e en 17e eeuw
dominant zijn gewordenkunnen natuur niet meer zien als teleologische orde.
- Ideeenleer die ten grondslag ligt, komt ons gek voor.
Rechtspositivisten: Jeremy Bentham (1748-1832), John Austin (1790-1859), H.L.A. Hart (1907) en
Hans Kelsen (1881-1973).
Kelsen
Kelsen is zo radicaal in rechtspositivisme dat hij elk spoor van natuurrechtelijk denken probeert uit te
bannen. Wilde ‘zuivere rechtsleer’ ontwikkelen: rechtsleer die gelouterd is van allerlei niet juridisch-
technische elementen. Ideologie en politiek moet je buiten rechtswetenschap houdendoor
natuurrecht wordt onder mantel van objectief natuurrecht allerlei politieke ideologie
rechtswetenschap binnengesmokkeld.
Rechtsorde is opgebouwd uit rechtsnormen die in hierarchische ordening tot elkaar staan. Geldigheid
van iedere wet berust op hogere, oudere wetwaarom geldigheid eerste Gw? Men moet ervan
uitgaan dat de norm die de eerste Gw als geldig aanwijst een hypothetische norm is.