Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Omgevingsrecht/publiekrecht voor vastgoed

Beoordeling
4.0
(1)
Verkocht
23
Pagina's
54
Geüpload op
05-03-2025
Geschreven in
2024/2025

Samenvatting van omgevingsrecht/publiekrecht voor vastgoed, gebaseerd op het boek van Eelco de Jong (2023/2024). De samenvatting beslaat het gehele boek, met uitzonder van hoofdstuk 3 & 4. Gebruik deze uitgebreide samenvatting als aanvulling op de lessen en het SVM Nivo examen ga jij halen!

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Publiekrecht – theorieboek

Hoofdstuk 1 – Inleiding
Publiekrecht: eenzijdige besluiten tussen de overheid (enkel als de overheid een bevoegdheid
uitoefent die alleen de overheid heeft), burgers en bedrijven  staatsrecht, bestuursrecht en
strafrecht.
- Overheid: de staat, provincie, waterschap, gemeente + openbare lichamen zoals zelfstandige
bestuursorganen (bijv. KvK, CBR, SER).
- Burgers: natuurlijke personen.
- Bedrijven: rechtspersonen (bijv. stichting, besloten vennootschap).

Ongeschreven recht in publiekrecht: vertrouwensregel  vertrouwen door kabinet in Tweede en
Eerste kamer. Zo niet  motie van wantrouwen.

Publiekrecht, vooral dwingend recht  kan niet van worden afgeweken.
Regelgeving: blz. 20!  regels van hogere orde hebben voorrang op lagere orde (zie blz. 26!)

Wet in formele zin: wet die door samenwerking tussen regering en Staten-Generaal tot stand komt.
- Zit het woordje ‘wet’ in.
- Heet de regeling “besluit” dan is het nooit een wet in formele zin.
Wet in materiële zin: een wet met regels die voor iedereen verbindend zijn.
- Voor een wet in formele zin kijk je naar de wijze van totstandkoming.
- Voor een wet in materiële zin kijk je naar de inhoud van de regeling.

Objectief recht: alle geschreven en ongeschreven rechtsregels bij elkaar.
Subjectief recht: bevoegdheid of recht dat een (rechts)persoon aan het objectieve recht ontleent.

Formeel recht:
- Om het materiaal recht te handhaven, (hoe verwezenlijk ik mijn subjectief recht?);
- Vormvoorschriften in een wettelijke bepaling en waaraan voldaan moet worden (procedures
en procesrecht).
Materieel recht: inhoud van de rechtsregel.

Jurisprudentie: alle rechterlijke uitspraken.
- Uitspraken: uitspraken van bestuursrechters.
- Vonnissen: uitspraken van rechters in de rechtbank (privaatrechtelijke zaken).
- Arresten: uitspraken van rechters in gerechtshoven of de Hoge Raad.

Interpretatiemethoden:
- Grammaticaal: aangesloten bij het normale taalgebruik.
- Wetshistorisch: kijken naar de wets- of rechtsgeschiedenis.
- Systematisch: hoe is de regeling opgebouwd en daar worden conclusies aan verbonden.
- Teleologisch: kijken naar de bedoeling van de wetgever.

Redeneerwijzen:
- A-contrario: uit het feit dat iets uitdrukkelijk wel geregeld is, wordt afgeleid dat regels dus
niet van toepassing zijn in niet geregelde gevallen (bijv. dakkapel achter wel, voor niet).
- Analogie: rechter beoordeelt een kwestie die niet geregeld is in de wet, maar wel veel lijkt
op een kwestie die wel geregeld is, door de regels voor de wel geregelde kwestie van
toepassing te verklaren op de niet geregelde kwestie.

,Hoofdstuk 2 – Staatsrecht
Een staat wordt gevormd door een (1) afgebakend grondgebied waarop (2) een gemeenschap van
mensen leeft. Dat binnen dat grondgebied en over die gemeenschap van mensen oefent (3) een
centrale overheid (een in hoge mate soeverein gezag) gezag uit. Deze drie elementen tezamen
vormen de kenmerken van een staat.

NL is een constitutionele monarchie  er is een koning die geen absolute macht heeft, hij moet zich
ook aan de wet houden.

Klassieke grondrecht (art. 1-18 GW): bijv. vrijheid van meningsuiting of godsdienst.
Sociale grondrecht (art. 19-23 GW): bijv. overheid zorgt voor voldoende werkgelegenheid.
- Op klassieke grondrechten kan men zich juridisch beroepen, op sociale grondrechten niet.
- Bij klassieke grondrechten mag de overheid zich er niet mee bemoeien, bij sociale
grondrechten moeten zij juist wel in actie komen.

Legaliteitsbeginsel: het overheidsoptreden dient te zijn gebaseerd op een wettelijke grondslag.
- Openbare lichamen: hebben doorgaans rechtspersoonlijkheid (zie 2:1 BW).
- Bestuursorganen: verschillende organen vanuit de openbare lichamen die zorgen dat het
lichaam zijn werk kan doen.

Staten-Generaal (Eerste en Tweede kamer) + regering (Koning en ministers) vormen de wetgever in
formele zin  formele wetgever (art. 81 GW).

Wetgevingsprocedure: art. 82-88 GW  recht van initiatief voor regering en Tweede Kamer.
Wetsvoorstel wordt door de regering tezamen met het verplichte advies van de Raad van State naar
de Tweede Kamer gestuurd (art. 73 + 83 GW).

Eerste en Tweede kamer hebben de bevoegdheid om:
- Vragen te stellen aan de regering, ministers of staatssecretarissen (art. 68 GW).
- Onderzoek te doen en mensen onder ede te horen  recht van enquête (art. 70 GW).

Rechterlijke macht (art. 2 Wet RO):
- Rechtbanken
- Gerechtshoven
- Hoge Raad
*De leden van de rechterlijke macht worden wel benoemd door de regering (art. 117 lid 1 GW).

*Verticale werking van grondrechten: om de individuele vrijheid van burgers tegen de overheid te
borgen.
*Horizontale werking van grondrechten: wanneer horizontale verhoudingen tussen burgers
onderling een rol spelen  zo zijn grondrechten niet bedoeld.

Staatsvorm NL: representatieve democratie  actief kiesrecht (zelf kiezen) (art. 4 GW).
- Kiezen leden Eerste en Tweede Kamer: art. 53-55 GW.
- Beperkingen van het kiesrecht: art. 54 GW.
- Passief kiesrecht: recht om gekozen te worden.

Indeling van de regering: koning +ministers + staatssecretarissen art. 42-46 GW.

Kabinetsformatie:

, - Informateur: verkent de opties om te komen tot een kabinet dat kan bogen op een
meerderheid in de Tweede Kamer (en liefst ook Eerste Kamer).
- Formateur: werkt aan de samenstelling van het kabinet  wordt vaak minister-president.
*Regeerakkoord sluiten (niet verplicht): afspraken over grote en kleine thema’s om de kans op
discussies in de toekomst te verkleinen.

Taken Staten-Generaal:
- Controleren van de regering  ministeriële verantwoordelijkheid (art. 42 lid 2 GW).
- Maken van wetgeving (samen met de regering).

Centrale overheid  landelijk. Decentrale overheden  lokaal (gemeente/provincie).
Decentralisatie: bevoegdheden worden toegekend aan een andere overheid dan de centrale
overheid, waarbij die andere overheid die bevoegdheden zelfstandig uitvoert en niet in
ondergeschiktheid aan die centrale (of hogere) overheid.
- Territoriale decentralisatie: in een bepaald gebied oefent de lokale overheid veel taken uit.
- Functionele decentralisatie: de bevoegdheid is specifiek voor een bepaald beleidsterrein en
ziet toe op heel NL.
Deconcentratie: bevoegdheden worden toegekend aan een hiërarchisch ondergeschikt orgaan, maar
er is wél sprake van ondergeschiktheid. De macht, bevoegdheid en verantwoordelijkheid blijft bij de
Rijksoverheid

Autonomie (art. 124 lid 1 GW): gemeenten en provincies zijn bevoegd hun eigen zaken te regelen.
Medebewind (art. 124 lid 2 GW): centrale overheid kan aan provincies en gemeenten opdragen
bepaalde bevoegdheden uit te voeren  een lager orgaan oefent de bevoegdheid van een hoger
orgaan uit, onder verantwoordelijkheid van dat hogere orgaan.

Gemeenteraad, burgemeester college van B&W: A27 Gemw!

Provinciale staten (A28 PW): belangrijkste bevoegdheden zijn het vaststellen van de verordeningen
(art. 143 PW)  de autonome verordeningen en de verordeningen die krachtens medebewind door
provinciale staten dienen te worden vastgesteld.

Gedeputeerde staten: het dagelijks bestuur van de provincie  commissaris van de Koning is
voorzitter (art. 34 lid 2 PW).
- College van gedeputeerde staten besluit als college  collegiale besluitvorming, de
wethouder ‘alleen’ is geen bestuursorgaan.

Commissaris van de Koning is voorzitter van provinciale staten en college van gedeputeerde staten.
Hij is een provinciaal orgaan én een rijksorgaan. Bevoegdheden als provinciaal orgaan  art. 175-180
PW).

Waterschappen kennen een algemeen bestuur en een dagelijks bestuur.
- Algemeen bestuur (volksvertegenwoordiging): vertegenwoordigers van categorieën van
belanghebbenden bij de uitoefening van taken van het waterschap (art 12 lid 1 Wschw).

Verdragen: overeenkomsten die tussen twee of meer staten worden gesloten.

De EU is een internationaal samenwerkingsverband. De EU bestaat uit aantal supranationale
instituten, o.a.:
- Europese Commissie: initiatiefnemer wetgeving;
- Europese Hof van Justitie: berechten van geschillen tussen lidstaten en geven prejudiciële
beslissingen;

, - Europese parlement: volksvertegenwoordiging, advies over wetgeving en toezicht op
begroting;
- Europese Rekenkamer: financieel controleur begrotingen;
- Raad van Ministers: beslist over wetgeving.
*Regelgeving van EU is intergouvernementeel (bindend voor lidstaten).

*Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens is een voortvloeisel van het EVRM.
*Doel Verdrag van de Europese Economische Gemeenschap: het komen tot een gemeenschappelijke
markt.
*Het EGKS-verdrag is opgegaan in het EG-verdrag.
*Het Verdrag betreffende de werking van de EU ziet voornamelijk toe op regels voor de interne
markt.
*De EU heeft een supranationale rechtsorde  EU-wetten hebben voorrang boven nationale wetten.
*Europese Raad: bestaat uit regeringsleiders en staatshoofden.
*Dagelijks bestuur van de EU: de Europese Commissie.
*Voornaamste taak van het Hof van Justitie van de EU: het oordelen over het gedrag van lidstaten in
een verdragsinbreukprocedure.

Het primaire Europese recht: de verschillende verdragen.
Het secundaire Europese recht: de verordeningen, de richtlijnen, de besluiten.
- Verordening is rechtstreeks bindend, hoeft niet (net als een richtlijn) omgezet te worden in
nationale wetgeving.
- De richtlijn is een belangrijk instrument om de nationale wetgeving te harmoniseren. Inhoud
van de richtlijn is bindend, moet wel omgezet worden in nationale wetgeving.
- Besluiten richten zich tot één burger/bedrijf/staat. Besluit is bindend voor degene waaraan
hij geadresseerd is.

Geschreven voor

Vak

Documentinformatie

Geüpload op
5 maart 2025
Aantal pagina's
54
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$16.37
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
9 maanden geleden

4.0

1 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
laura9329 AVVM
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
48
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
4
Laatst verkocht
1 maand geleden

3.5

2 beoordelingen

5
0
4
1
3
1
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen