wetenschapsfilosofie aan de Universiteit
Leiden, op basis van:
- Het boek ‘Wat heet wetenschap?’ – Alan
Chalmers (H.1, 4, 5, 6, 7, 8)
- Hoorcolleges incl. Powerpoints door
Leerdoelen Dr.Mr.E.G. van ’t Zand & S.D. Koning
Na afloop van dit vak kunt u: - Werkgroepen door B.W.F. de Heide
- Alle voorgeschreven artikelen (HC +
, - Verschillende wetenschapsfilosofische stromen, differentiëren en aan de hand daarvan
beargumenteren wat de status is van wetenschappelijke kennis.
- Een visie formuleren op de hedendaagse discussie over de waarde van criminologisch
wetenschappelijke kennis voor de samenleving.
- Kritisch reflecteren op ethische dilemma's die samenhangen met het uitvoeren van
wetenschappelijk onderzoek.
Tentamen: 19 maart, 13-16 USC
Inhoud
Week 1................................................................................................................................................. 2
Inleiding............................................................................................................................................. 3
Vormen feiten een goede basis van wetenschap?.............................................................................3
De ontwikkeling van de wetenschap.................................................................................................5
Hoe kan wetenschappelijke kennis uit feiten worden afgeleid?.........................................................6
Werkgroep artikelen.......................................................................................................................... 7
Recap HC/WG.................................................................................................................................. 11
Week 2............................................................................................................................................... 11
Positivisme...................................................................................................................................... 11
Logisch positivisme...................................................................................................................... 13
Hermeneuthiek................................................................................................................................ 16
Positivisme v.s. hermeneutiek......................................................................................................... 17
Werkgroep artikelen........................................................................................................................ 18
Week 3: Kritisch rationalisme............................................................................................................. 21
Karl Popper: falsificationisme.......................................................................................................... 21
Werkgroep artikelen........................................................................................................................ 24
Extra aantekeningen werkgroep................................................................................................... 24
Week 4: paradigma’s en kritische theorie........................................................................................... 25
Kunh: paradigma’s.......................................................................................................................... 25
Kritische theorie.............................................................................................................................. 30
Week 5: Ethiek.................................................................................................................................... 35
Deugdethiek.................................................................................................................................... 36
Utilisme........................................................................................................................................... 36
Deontologie..................................................................................................................................... 37
WEEK 1
Hoofstuk 1: wetenschap als uit ervaringsfeiten afgeleide kennis
Hoofdstuk 4: theorieën afleiden uit de feiten: inductie.
Kraaijeveld (2016). We zijn de waarheid uit het oog verloren
Wijnberg (2014). Hoe waarheid een product werd
2
,INLEIDING
In onze samenleving gaan we ervanuit dat wetenschappelijke kennis een speciale status heeft:
men veronderstelt dat dat op objectieve, betrouwbare neutrale manier tot stand is gekomen met
goede methoden. Feiten en theorieën die de wetenschap presenteert, zijn betrouwbare en objectieve
kennis. De gemiddelde persoon hecht hier meer waarde aan andere kennis. Wetenschap verandert
voortdurend van haar inzichten: het is tijdsafhankelijk, bijv. met roken: vroeger heel normaal.
Heeft wetenschappelijke kennis en de industrie die daarmee gepaard gaat, schadelijke effecten met
zich meegebracht die niet zijn bedoeld, bijv. milieuschade? Er zitten ook grenzen aan onze kennis.
Wat betekent het als we ons afhankelijk maken van kennis?
Hoewel het objectief lijkt, zitten er ook keerzijden aan: bijv. er zitten ook lobbygroepen achter die
allerlei inzichten naar voren proberen te brengen.
Het heeft altijd een politieke en maatschappelijke impact, bijv. met etnische groepen onderzoeken of
coronavaccins. Onderzoek heeft ook invloed op beleid. -> spanningsveld tussen wetenschap, politiek
en maatschappij.
“Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen wetenschap en pseudowetenschap; dat is niet
iets van filosoferen in je luie stoel, het heeft een grote politieke en maatschappelijke relevantie” –
Imre Lakatos.
Belangrijke vragen in dit vak:
- Wat is wetenschappelijke kennis?
- Hoe onderscheiden we wetenschappelijke kennis van andere kennisvormen ?
(=demarcatiecriterium)
- Wat is ‘de wetenschappelijke methode’ die tot speciale of betrouwbare resultaten leidt?
- Geldt het succes van de natuurwetenschappelijke methode ook voor de sociale
wetenschappen?
- Hoe bedrijf je op een ethische manier wetenschap?
3 stromingen:
1. Ontologie=zijnsleer; wat is de aard van alles wat bestaat?
2. Epistemologie=de vraag over de aard van onze kennis, hoe komen we tot kennis? Daar
gaat dit vak vooral over.
3. Methodologie=methoden van onderzoek doen
We moeten een kritisch beeld krijgen met betrekking tot wetenschap en niet zomaar alles
aannemen, zonder volledige sceptici te worden die helemaal geen waarde hechten aan wetenschap.
Methoden om verschillende manieren om kennis te verzamelen, wat is wel of niet ethisch?
VORMEN FEITEN EEN GOEDE BASIS VAN WETENSCHAP?
3 aannames bij de stelling “feiten zijn een goede basis van wetenschap”:
1. Feiten zijn via de zintuigen direct toegankelijk voor nauwkeurige en onbevooroordeelde
waarnemers
2. Feiten gaan aan theorie vooraf en zijn daar onafhankelijk van
3. Feiten vormen een stevig en betrouwbaar fundament van wetenschappelijke kennis.
Stelling 1: onze waarneming is direct en objectief te vertrouwen
Homo mensura probleem=de mens is de maat voor observaties, hierbij komen de 3 problemen
van waarneming.
3
, Onze ervaringen:
- Variëren. Het is niet zomaar gegeven dat we allemaal hetzelfde zien als we ergens naar
kijken: waarneming varieert. Het wordt ook beïnvloed door onze onderliggende
verwachtingen, kennis en ervaringen. Hoewel beelden op ons netvlies identiek kunnen zijn, is
de visuele ervaring dat niet
- Zijn feilbaar; schijn bedriegt. Lacunes in onze kennis (conceptueel kader) of uitspraken.
- Zijn indirect. Feiten zijn niet direct gegeven, we moeten daar uitspraken over formuleren.
Waarnemingsuitspraken=uitspraken die de stand van zaken beschrijving zoals die in de
werkelijkheid is.
En ook:
- Zijn privé: kennis is niet gebaseerd op feiten, maar op uitspraken die de feiten constitueren.
Stelling 2: feiten zijn theorieonafhankelijk
Komt theorie wel nadat we de feiten hebben geobserveerd? We hebben soms al kennis nodig om
goede observaties te kunnen doen, bijvoorbeeld een röntgenfoto analyseren; theorie is nodig om
feiten te kunnen observeren. Hetzelfde geldt voor criminologie. Kennis is nodig voor (1) een juiste en
een (2) gerichte observatie.
Deze 2 stellingen kunnen we dus niet zomaar
aannemen.
Hoofstuk 1: wetenschap als uit ervaringsfeiten afgeleide kennis
Wetenschappelijke kennis geniet een bijzondere status die ze onder andere dankt aan het feit dat
wetenschap gefundeerd is op een hechte basis, bestaande uit betrouwbare feiten die op
overtuigende wijze zijn vastgesteld door middel van waarnemingen.
Enkele beschouwingen uit dit hoofdstuk dreigen deze opvatting te weerleggen:
- De mate waarin waarnemingsbeelden worden beïnvloed door de achtergrond en
verwachtingen van de waarnemer. Wat voor de ene waarneembaar feit is, hoeft voor de
ander niet zo te zijn. Onze waarnemingsbeelden zijn tot op zekere hoogte afhankelijk van
onze kennis en daarom van onze opvoeding en verwachtingen. Waarnemingsuitspraken
vooronderstellen het juiste conceptuele kader. Voordat een waarnemer een
waarnemingsuitspraak kan formuleren en daarmee kan instemmen, moet hij beschikken over
een geschikt conceptueel kader en weten hoe je dat op de juiste manier toepast.
- De mate waarin oordelen over de waarheid van waarnemingsuitspraken afhankelijk zijn van al
bestaande kennis of van aannames, waardoor de waarneembare feiten even feilbaar worden
als de vooronderstellingen die eraan ten grondslag liggen. Een oordeel over de waarheid van
een waarnemingsuitspraak is afhankelijk van de kennis die de achtergrond vormt tegen dat
oordeel tot stand komt. Groei van kennis en technologie maken dan ook mogelijk om de
waarnemingsfout te corrigeren
Dit werk de suggestie dat waarnemingen toch niet zo direct een hechte basis van wetenschap
vormen als men aanneemt.
4