Praktijkopdracht Overdrachtsverslag
Persoonlijke gegevens
Naam S.L
Geslacht Man
Beroep NVT
Groep 4
Onderzoek
Anamnese
S. is een jongen van 7 jaar en 9 maanden met een vertraagde spraak- en taalontwikkeling.
Dit heeft ertoe geleid dat hij vaak niet goed wordt begrepen door anderen, wat bij hem tot
frustratie leidt. Hij wordt omschreven als een lief en sociaal kind, maar ook als onzeker,
gevoelig en faalangstig. Daarnaast kan hij soms druk en clownesk gedrag vertonen.
In eerste instantie zat S. op het regulier basisonderwijs, maar hier werd hij behoorlijk
overvraagd. Sinds de leeftijd van 2 jaar en 6 maanden ontvangt hij logopedische zorg. Op 6-
jarige leeftijd is er onderzoek gedaan in een audiologisch centrum. Hieruit kwam naar voren
dat er sprake is van een taalontwikkelingsstoornis, waarbij een duidelijke verschil zichtbaar is
tussen zijn IQ (79) en zijn taalniveau.
Volgens zijn vorige logopedist laat S. een goede werkhouding zien, maar zijn
luistervaardigheid en concentratie blijven achter. Zijn auditief geheugen is zwak, waardoor
hij moeite heeft met het formuleren van zinnen en het benoemen van verklaringen.
Daarnaast heeft hij een achterstand in de uitspraak van initiale clusters. Dit maakt het
lastiger om hem te verstaan, vooral als de gesprekspartner niet weet waar hij het over heeft.
Momenteel volgt S. speciaal basisonderwijs, waar hij verdere logopedische begeleiding krijgt
om zijn taalontwikkeling te ondersteunen.
CELF-4-NL
Ruwe score Standaardscore
Kernscore 11 55
Receptieve Taal Index (RTI) 8 56
Expressieve Taal Index (ETI) 19 59
Taalinhoud Index (TII) 15 62
Taalvorm Index (TVI) 12 55
Werkgeheugen Index (WGI) 6 56
, NAO
Onderdeel Score Notities
Enkelvoudige consonanten
Initiaal 100% Goede tongpunt r hoorbaar
Finaal 100%
Mediaal 100%
Meervoudige consonanten
Initiaal 45% Reductie en substitutie van de
clusters
Finaal 100%
Vocalen / Tweeklanken 100%
Woordstructuur 100%
Diagnose
S. heeft een ernstige receptief-expressieve taalontwikkelingsstoornis bij een beneden
gemiddelde non-verbale intelligentie (non-verbaal IQ 79). De taalontwikkelingsstoornis
betreft de taalvorm, taalinhoud, en taalgebruik. S. heeft daarnaast een matige fonologische
achterstand, bij het produceren van consonantclusters.
Hierdoor heeft S. moeite om zich verbaal duidelijk uit te drukken tegenover anderen, wat
zijn deelname aan gesprekken met zowel volwassenen als leeftijdsgenoten belemmert.
Vanwege zijn gevoeligheid en faalangst leidt dit vaak tot frustratie en onzekerheid.
Klinische redenering
Vanwege een beperkte actieve woordenschat en morfosyntaxis heeft S. moeite om over
onderwerpen buiten het hier-en-nu te vertellen. De problemen in zijn taalgebruik lijken
voort te komen uit onderliggende moeilijkheden met taalinhoud en taalvorm.
Door het grote verschil tussen zijn IQ en taalniveau, in combinatie met zijn gevoeligheid, lijkt
S. zich ervan bewust te zijn dat hij zich niet altijd begrijpelijk kan uiten. Dit kan leiden tot
frustratie en onzekerheid. Zijn sociale karakter zou deze gevoelens kunnen versterken,
omdat hij meer wil zeggen dan hij daadwerkelijk kan.
Daarnaast heeft S. een fonologische achterstand, wat zijn verstaanbaarheid en het opslaan
van woordvormen met initiale consonantclusters bemoeilijkt. Zijn zwakke auditief geheugen
maakt het bovendien lastig voor hem om gesproken taal goed te begrijpen en te
reproduceren. Aangezien dit niet getraind kan worden, kan het een negatieve invloed
hebben op de behandeling.
Op het regulier onderwijs werd S. vaak overvraagd, wat heeft bijgedragen aan zijn
onzekerheid en faalangst. De overstap naar het speciaal onderwijs zou daarentegen een
positief effect kunnen hebben op zijn zelfvertrouwen, wat op zijn beurt de behandeling ten
goede kan komen.
Persoonlijke gegevens
Naam S.L
Geslacht Man
Beroep NVT
Groep 4
Onderzoek
Anamnese
S. is een jongen van 7 jaar en 9 maanden met een vertraagde spraak- en taalontwikkeling.
Dit heeft ertoe geleid dat hij vaak niet goed wordt begrepen door anderen, wat bij hem tot
frustratie leidt. Hij wordt omschreven als een lief en sociaal kind, maar ook als onzeker,
gevoelig en faalangstig. Daarnaast kan hij soms druk en clownesk gedrag vertonen.
In eerste instantie zat S. op het regulier basisonderwijs, maar hier werd hij behoorlijk
overvraagd. Sinds de leeftijd van 2 jaar en 6 maanden ontvangt hij logopedische zorg. Op 6-
jarige leeftijd is er onderzoek gedaan in een audiologisch centrum. Hieruit kwam naar voren
dat er sprake is van een taalontwikkelingsstoornis, waarbij een duidelijke verschil zichtbaar is
tussen zijn IQ (79) en zijn taalniveau.
Volgens zijn vorige logopedist laat S. een goede werkhouding zien, maar zijn
luistervaardigheid en concentratie blijven achter. Zijn auditief geheugen is zwak, waardoor
hij moeite heeft met het formuleren van zinnen en het benoemen van verklaringen.
Daarnaast heeft hij een achterstand in de uitspraak van initiale clusters. Dit maakt het
lastiger om hem te verstaan, vooral als de gesprekspartner niet weet waar hij het over heeft.
Momenteel volgt S. speciaal basisonderwijs, waar hij verdere logopedische begeleiding krijgt
om zijn taalontwikkeling te ondersteunen.
CELF-4-NL
Ruwe score Standaardscore
Kernscore 11 55
Receptieve Taal Index (RTI) 8 56
Expressieve Taal Index (ETI) 19 59
Taalinhoud Index (TII) 15 62
Taalvorm Index (TVI) 12 55
Werkgeheugen Index (WGI) 6 56
, NAO
Onderdeel Score Notities
Enkelvoudige consonanten
Initiaal 100% Goede tongpunt r hoorbaar
Finaal 100%
Mediaal 100%
Meervoudige consonanten
Initiaal 45% Reductie en substitutie van de
clusters
Finaal 100%
Vocalen / Tweeklanken 100%
Woordstructuur 100%
Diagnose
S. heeft een ernstige receptief-expressieve taalontwikkelingsstoornis bij een beneden
gemiddelde non-verbale intelligentie (non-verbaal IQ 79). De taalontwikkelingsstoornis
betreft de taalvorm, taalinhoud, en taalgebruik. S. heeft daarnaast een matige fonologische
achterstand, bij het produceren van consonantclusters.
Hierdoor heeft S. moeite om zich verbaal duidelijk uit te drukken tegenover anderen, wat
zijn deelname aan gesprekken met zowel volwassenen als leeftijdsgenoten belemmert.
Vanwege zijn gevoeligheid en faalangst leidt dit vaak tot frustratie en onzekerheid.
Klinische redenering
Vanwege een beperkte actieve woordenschat en morfosyntaxis heeft S. moeite om over
onderwerpen buiten het hier-en-nu te vertellen. De problemen in zijn taalgebruik lijken
voort te komen uit onderliggende moeilijkheden met taalinhoud en taalvorm.
Door het grote verschil tussen zijn IQ en taalniveau, in combinatie met zijn gevoeligheid, lijkt
S. zich ervan bewust te zijn dat hij zich niet altijd begrijpelijk kan uiten. Dit kan leiden tot
frustratie en onzekerheid. Zijn sociale karakter zou deze gevoelens kunnen versterken,
omdat hij meer wil zeggen dan hij daadwerkelijk kan.
Daarnaast heeft S. een fonologische achterstand, wat zijn verstaanbaarheid en het opslaan
van woordvormen met initiale consonantclusters bemoeilijkt. Zijn zwakke auditief geheugen
maakt het bovendien lastig voor hem om gesproken taal goed te begrijpen en te
reproduceren. Aangezien dit niet getraind kan worden, kan het een negatieve invloed
hebben op de behandeling.
Op het regulier onderwijs werd S. vaak overvraagd, wat heeft bijgedragen aan zijn
onzekerheid en faalangst. De overstap naar het speciaal onderwijs zou daarentegen een
positief effect kunnen hebben op zijn zelfvertrouwen, wat op zijn beurt de behandeling ten
goede kan komen.