Geschiedenis samenvatting
Hoofdstuk 5 – Tijd van ontdekkers en hervormers
1500-1600
Hfst. 5.1 Europeanen op ontdekkingsreis.
Kenmerkende aspecten zijn: -Het begin van de Europese overzeese
expansie.
-De opstand en het ontstaan van een
onafhankelijke Nederlandse staat.
1e fase van de ontdekkingsreizen.
Eerste Europeaan die bericht heeft over het verre oosten is Marco Polo.
Hij is, afkomstig uit Venetië, naar China gereisd en heeft daar 26 jaar het
hele Mongoolse rijk doorgereisd.
Dit was in 1271.
In de late 15e en vroege 16e eeuw begonnen de ontdekkingsreizen naar
Indië. Deze initiatieven kwamen vooral uit Portugal en Spanje. In 1486
bereikt Bartholomeus Diaz de meest zuidelijke punt van Afrika, Kaap de
goede hoop. Hij ontdekt dat er om Afrika heen gevaren kan worden. De
Genuees (Genoa) Christophorus Columbus vaart in augustus 1492 de
westkant op om Indië te ontdekken. Hij belandt op het eiland Guanahani,
in Zuid-Amerika, maar hij denkt dat hij Indië heeft ontdekt. Na Columbus
reist ook Amerigo Vespucci de westkant op en hij vertelt wat hij allemaal
gezien heeft en naar hem wordt dan ook Amerika genoemd. Na Vespucci
zijn de Portugezen weer aan de beurt en na de ontdekking van Kaap de
goede hoop ontdekt Vasco de Gama in 1498 India.
N.a.v. al de ingenomen gebieden regelt de paus het verdrag van
Tordesillas, hierin staan de grenzen tussen de overgenomen gebieden
van de Portugezen en Spanjaarden in Zuid-Amerika. En de lijn zorgt ervoor
dat alleen Brazilië in handen komt van de Portugezen.
De Portugees Magelhaes heeft met zijn vloot de eerste reis om de wereld
gemaakt. Ze ontdekten tussendoor de Filipijnen. Hij vertrok met 5 schepen
en 256 opvarenden en er kwamen 18 manschappen op 1 schip terug,
zonder Magelhaes.
2e fase van de ontdekkingsreizen.
In de late 16e en vroege 17e eeuw zijn het de Hollanders en Engelsen die
ook hun weg naar Indië zoeken. De Hollander Van Linschoten, geruime
tijd in Portugese dienst heeft informatie meegenomen en plannen
gemaakt voor de Nederlanden om niet India maar Indië in te nemen. Daar
komen de Portugezen nauwelijks. De Nederlanden willen via het noorden
Indië bereiken maar dit loopt tweemaal op niets uit met Willem Barentsz
aan het roer. Ze vinden geen vrije doorgang door het ijs. Ook een derde
poging leidt tot niets en Willem Barentsz overlijdt tijdens deze poging. De
speurtocht wordt doorgezet door de Engelsman Hudson in dienst van de
VOC en ook hij komt niet door Nova Zembla en besluit daarom de andere
kant op te varen. Hij vindt Canada, vandaar de Hudsonbaai en de
Hudsonrivier.
,In 1595 onder leiding van Houtman vertrekken vier schepen naar Indië,
ze bereiken Indië en komen terug met een overeenkomst voor peper. Het
is mogelijk om naar Indië te reizen. In 1598 reist Olivier van Noort via de
straat Magelhaes om Zuid-Amerika heen naar Indië, hij komt terug in
Nederland en heeft als eerste Nederlander de wereld rond gevaren.
De basis van het kolonialisme:
Door de ontdekkingsreizen zijn de fundamenten gelegd voor het
kolonialisme.
De Spaanse veroveraars komen naar Amerika, eerst Cuba daarna Mexico
en nemen de landen in. Dit worden koloniën van Spanje. Ze leveren goud
en zilver. Maar een groot deel van de bevolking overlijdt door de ziekten
die de Spanjaarden meenamen zoals de griep, de pokken en de mazelen.
Portugezen en Spanjaarden stichtten plantages en de indianen worden
hier aan het werk gezet als slaven. De Engelsen richting zich op Noord-
Amerika en de Hollanders gaat het vooral om handel, ze vestigen buiten
Europa handelskantoren, onder meer in Indië.
Hfst. 5.2 Het ware geloof als inzet.
Aan het begin van de tijd van ontdekkers en hervormers is er in Europa
één kerk, de rooms-katholieke kerk. Rond 1600, einde van deze tijd, vindt
er een scheuring van de kerk plaats, dit heet de Hervorming of de
Reformatie. De inzet is steeds het ware geloof.
Vanuit Italië komen nieuwe ideeën naar de lage landen, de Renaissance
oftewel de wedergeboorte. Dit staat voor de herleving van het
gedachtengoed van de klassieke oudheid. De Renaissance betekent terug
naar de bronnen. De Renaissance betekent het afzetten tegen wat er is
geweest tussen de klassieke oudheid en het toenmalige heden. Europa
kent in deze tijd internationaal georiënteerde geleerden, de humanisten.
Zij maken studie van de oorspronkelijke geschriften van de klassieken in
het Latijn, Grieks en Hebreeuws. Hun uitgangspunt is terug naar de
bronnen. Een bekende humanist in Europa is Erasmus, uit Rotterdam.
Humanisme is voor hem een speurtocht naar de zuivere kennis van het
evangelie. Daarom werkt hij aan Bijbelvertalingen. Van groot belang voor
de humanisten is de uitvinding van boekdrukkunst.
Wetenschappers Copernicus en later Galilei komen erachter dat de
aarde om de zon draait en niet andersom.
Aan het einde van de tijd van steden en staten neemt de kritiek op de
kerk toe. Mensen accepteren niet langer het kerkelijk collectivisme van
het Middeleeuw katholicisme. Dit leidt tot roepen om de kerk van
binnenuit te hervormen en als daar onvoldoende steun voor is leidt dit tot
scheuring en oprichting van aparte kerkgenootschappen.
De scheuring van de kerk start met de hervormingsbeweging van Maarten
Luther die 95 stellingen op de deur van de kerk in het Duitse Wittenberg
bevestigd. De paus gaat hier niet mee akkoord en gooit Luther in de ban.
Uit de kerk. Maar Luther heeft veel Duitse aanhangers en daardoor
ontstaat de Lutherse kerk. 31 oktober wordt daarom de Hervormingsdag
genoemd.
, In de jaren 60 van de 16e eeuw (tussen 1560-1569) verbreidden zich in
Europa de ideeën van Johannes Calvijn, een Fransman, die vanuit Genéve
een hervormingsbeweging opzet. De godsdienstbijeenkomsten vinden
plaats op een open veld, de hagepreken. De calvinisten halen in 1566 de
beelden van de kerk neer en slaan ze kapot. De Beeldenstorm start en
gaat van plaats naar plaats. In 1571 volgt het startpunt van de
Nederduitse Hervormde Kerk. Deze wordt in 1573 de officiële kerk in
Nederland. En neemt alle voormalige rooms-katholieke kerkgebouwen
over.
Karel V vaardigt in 1529 een verbod uit op de verbreiding van de ideeën
van Luther. Een aantal aanwezigen protesteert hierop en van hun protest
is de naam protestant afgeleid. Deze naam wordt later gebruikt voor alle
nieuwe kerkgenootschappen die in 1600 ontstonden. Karel V reageert
hierop door de ketterse boeken te verbranden en ketters op de
brandstapel te gooien. Deze actie van de rooms-katholieke kerk noemen
ze de contrareformatie. Het doel is uitroeiing van de ketterij en
terugwinnen van de verloren gelovigen. Uiteindelijk volgt er een splitsing
in de lage landen. Zuidelijke lage landen komen in de greep van rooms-
katholieke contrareformatie en de noordelijke kiezen voor de Nederduitse
Hervormde Kerk als de officiële kerk.
Hfst. 5.3 Van centralisatie naar afscheiding.
Begin van de tijd van ontdekkers en hervormers staat onder leiding van
Karel V.
Het begint te lijken op een centralisatie maar dit blijkt niet het geval.
Zeven gewesten keren zich tegen hun vorst en vormen samen de
Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Karel V. wordt in 1516 keizer van Oostenrijk, Duitsland, de Nederlanden,
Spanje, delen van Italië en delen van Amerika. Ze zeggen dat in het
enorme rijk van Karel V. de zon nooit onder gaat. Het ideaal van
Karel V. is om leider te worde van Christelijk Europa. Hij is de
laatste keizer die zich laat kronen door de paus en de laatste
keizer die op kruistocht gaat naar Tunis. Hij vormt samen met de lage
landen de Zeventien Nederlanden. Het getal zeventien slaat op de titels
die Karel in de loop van tijd heeft verzameld.
Elk gewest heeft een eigen gewestelijk bestuur en Karel V. benoemt bij
ieder gewest een plaatsvervanger, de stadhouder.
In 1555 doet Karel V. afstand van de Nederlanden omdat zijn takenpakket
te groot wordt.
Hij wijst zijn zoon Filips aan als opvolger. Dit doet hij in 1556 ook met
Spanje, ook aan zijn zoon Filips. Filips II is groot voorstander van de
centralisatie in de Nederlanden en treedt hard op tegen ketterij. De hoge
edelen, zittend in de Raad van State, vragen om verzachting. O.a. Willem
van Oranje, stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht.
Het vragen om verzachting en het wachten op antwoorden veroorzaakt de
Beeldenstorm in de Nederlanden. Dan beantwoord Filips II het met het
sturen van een leger onder leiding van Hertog van Alva.
Met Willem van Oranje voorop, en gesteund door zijn broers Lodewijk,
Hendrik en Adolf willen ze de Nederlanden bevrijden van Filips II en de
Hoofdstuk 5 – Tijd van ontdekkers en hervormers
1500-1600
Hfst. 5.1 Europeanen op ontdekkingsreis.
Kenmerkende aspecten zijn: -Het begin van de Europese overzeese
expansie.
-De opstand en het ontstaan van een
onafhankelijke Nederlandse staat.
1e fase van de ontdekkingsreizen.
Eerste Europeaan die bericht heeft over het verre oosten is Marco Polo.
Hij is, afkomstig uit Venetië, naar China gereisd en heeft daar 26 jaar het
hele Mongoolse rijk doorgereisd.
Dit was in 1271.
In de late 15e en vroege 16e eeuw begonnen de ontdekkingsreizen naar
Indië. Deze initiatieven kwamen vooral uit Portugal en Spanje. In 1486
bereikt Bartholomeus Diaz de meest zuidelijke punt van Afrika, Kaap de
goede hoop. Hij ontdekt dat er om Afrika heen gevaren kan worden. De
Genuees (Genoa) Christophorus Columbus vaart in augustus 1492 de
westkant op om Indië te ontdekken. Hij belandt op het eiland Guanahani,
in Zuid-Amerika, maar hij denkt dat hij Indië heeft ontdekt. Na Columbus
reist ook Amerigo Vespucci de westkant op en hij vertelt wat hij allemaal
gezien heeft en naar hem wordt dan ook Amerika genoemd. Na Vespucci
zijn de Portugezen weer aan de beurt en na de ontdekking van Kaap de
goede hoop ontdekt Vasco de Gama in 1498 India.
N.a.v. al de ingenomen gebieden regelt de paus het verdrag van
Tordesillas, hierin staan de grenzen tussen de overgenomen gebieden
van de Portugezen en Spanjaarden in Zuid-Amerika. En de lijn zorgt ervoor
dat alleen Brazilië in handen komt van de Portugezen.
De Portugees Magelhaes heeft met zijn vloot de eerste reis om de wereld
gemaakt. Ze ontdekten tussendoor de Filipijnen. Hij vertrok met 5 schepen
en 256 opvarenden en er kwamen 18 manschappen op 1 schip terug,
zonder Magelhaes.
2e fase van de ontdekkingsreizen.
In de late 16e en vroege 17e eeuw zijn het de Hollanders en Engelsen die
ook hun weg naar Indië zoeken. De Hollander Van Linschoten, geruime
tijd in Portugese dienst heeft informatie meegenomen en plannen
gemaakt voor de Nederlanden om niet India maar Indië in te nemen. Daar
komen de Portugezen nauwelijks. De Nederlanden willen via het noorden
Indië bereiken maar dit loopt tweemaal op niets uit met Willem Barentsz
aan het roer. Ze vinden geen vrije doorgang door het ijs. Ook een derde
poging leidt tot niets en Willem Barentsz overlijdt tijdens deze poging. De
speurtocht wordt doorgezet door de Engelsman Hudson in dienst van de
VOC en ook hij komt niet door Nova Zembla en besluit daarom de andere
kant op te varen. Hij vindt Canada, vandaar de Hudsonbaai en de
Hudsonrivier.
,In 1595 onder leiding van Houtman vertrekken vier schepen naar Indië,
ze bereiken Indië en komen terug met een overeenkomst voor peper. Het
is mogelijk om naar Indië te reizen. In 1598 reist Olivier van Noort via de
straat Magelhaes om Zuid-Amerika heen naar Indië, hij komt terug in
Nederland en heeft als eerste Nederlander de wereld rond gevaren.
De basis van het kolonialisme:
Door de ontdekkingsreizen zijn de fundamenten gelegd voor het
kolonialisme.
De Spaanse veroveraars komen naar Amerika, eerst Cuba daarna Mexico
en nemen de landen in. Dit worden koloniën van Spanje. Ze leveren goud
en zilver. Maar een groot deel van de bevolking overlijdt door de ziekten
die de Spanjaarden meenamen zoals de griep, de pokken en de mazelen.
Portugezen en Spanjaarden stichtten plantages en de indianen worden
hier aan het werk gezet als slaven. De Engelsen richting zich op Noord-
Amerika en de Hollanders gaat het vooral om handel, ze vestigen buiten
Europa handelskantoren, onder meer in Indië.
Hfst. 5.2 Het ware geloof als inzet.
Aan het begin van de tijd van ontdekkers en hervormers is er in Europa
één kerk, de rooms-katholieke kerk. Rond 1600, einde van deze tijd, vindt
er een scheuring van de kerk plaats, dit heet de Hervorming of de
Reformatie. De inzet is steeds het ware geloof.
Vanuit Italië komen nieuwe ideeën naar de lage landen, de Renaissance
oftewel de wedergeboorte. Dit staat voor de herleving van het
gedachtengoed van de klassieke oudheid. De Renaissance betekent terug
naar de bronnen. De Renaissance betekent het afzetten tegen wat er is
geweest tussen de klassieke oudheid en het toenmalige heden. Europa
kent in deze tijd internationaal georiënteerde geleerden, de humanisten.
Zij maken studie van de oorspronkelijke geschriften van de klassieken in
het Latijn, Grieks en Hebreeuws. Hun uitgangspunt is terug naar de
bronnen. Een bekende humanist in Europa is Erasmus, uit Rotterdam.
Humanisme is voor hem een speurtocht naar de zuivere kennis van het
evangelie. Daarom werkt hij aan Bijbelvertalingen. Van groot belang voor
de humanisten is de uitvinding van boekdrukkunst.
Wetenschappers Copernicus en later Galilei komen erachter dat de
aarde om de zon draait en niet andersom.
Aan het einde van de tijd van steden en staten neemt de kritiek op de
kerk toe. Mensen accepteren niet langer het kerkelijk collectivisme van
het Middeleeuw katholicisme. Dit leidt tot roepen om de kerk van
binnenuit te hervormen en als daar onvoldoende steun voor is leidt dit tot
scheuring en oprichting van aparte kerkgenootschappen.
De scheuring van de kerk start met de hervormingsbeweging van Maarten
Luther die 95 stellingen op de deur van de kerk in het Duitse Wittenberg
bevestigd. De paus gaat hier niet mee akkoord en gooit Luther in de ban.
Uit de kerk. Maar Luther heeft veel Duitse aanhangers en daardoor
ontstaat de Lutherse kerk. 31 oktober wordt daarom de Hervormingsdag
genoemd.
, In de jaren 60 van de 16e eeuw (tussen 1560-1569) verbreidden zich in
Europa de ideeën van Johannes Calvijn, een Fransman, die vanuit Genéve
een hervormingsbeweging opzet. De godsdienstbijeenkomsten vinden
plaats op een open veld, de hagepreken. De calvinisten halen in 1566 de
beelden van de kerk neer en slaan ze kapot. De Beeldenstorm start en
gaat van plaats naar plaats. In 1571 volgt het startpunt van de
Nederduitse Hervormde Kerk. Deze wordt in 1573 de officiële kerk in
Nederland. En neemt alle voormalige rooms-katholieke kerkgebouwen
over.
Karel V vaardigt in 1529 een verbod uit op de verbreiding van de ideeën
van Luther. Een aantal aanwezigen protesteert hierop en van hun protest
is de naam protestant afgeleid. Deze naam wordt later gebruikt voor alle
nieuwe kerkgenootschappen die in 1600 ontstonden. Karel V reageert
hierop door de ketterse boeken te verbranden en ketters op de
brandstapel te gooien. Deze actie van de rooms-katholieke kerk noemen
ze de contrareformatie. Het doel is uitroeiing van de ketterij en
terugwinnen van de verloren gelovigen. Uiteindelijk volgt er een splitsing
in de lage landen. Zuidelijke lage landen komen in de greep van rooms-
katholieke contrareformatie en de noordelijke kiezen voor de Nederduitse
Hervormde Kerk als de officiële kerk.
Hfst. 5.3 Van centralisatie naar afscheiding.
Begin van de tijd van ontdekkers en hervormers staat onder leiding van
Karel V.
Het begint te lijken op een centralisatie maar dit blijkt niet het geval.
Zeven gewesten keren zich tegen hun vorst en vormen samen de
Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Karel V. wordt in 1516 keizer van Oostenrijk, Duitsland, de Nederlanden,
Spanje, delen van Italië en delen van Amerika. Ze zeggen dat in het
enorme rijk van Karel V. de zon nooit onder gaat. Het ideaal van
Karel V. is om leider te worde van Christelijk Europa. Hij is de
laatste keizer die zich laat kronen door de paus en de laatste
keizer die op kruistocht gaat naar Tunis. Hij vormt samen met de lage
landen de Zeventien Nederlanden. Het getal zeventien slaat op de titels
die Karel in de loop van tijd heeft verzameld.
Elk gewest heeft een eigen gewestelijk bestuur en Karel V. benoemt bij
ieder gewest een plaatsvervanger, de stadhouder.
In 1555 doet Karel V. afstand van de Nederlanden omdat zijn takenpakket
te groot wordt.
Hij wijst zijn zoon Filips aan als opvolger. Dit doet hij in 1556 ook met
Spanje, ook aan zijn zoon Filips. Filips II is groot voorstander van de
centralisatie in de Nederlanden en treedt hard op tegen ketterij. De hoge
edelen, zittend in de Raad van State, vragen om verzachting. O.a. Willem
van Oranje, stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht.
Het vragen om verzachting en het wachten op antwoorden veroorzaakt de
Beeldenstorm in de Nederlanden. Dan beantwoord Filips II het met het
sturen van een leger onder leiding van Hertog van Alva.
Met Willem van Oranje voorop, en gesteund door zijn broers Lodewijk,
Hendrik en Adolf willen ze de Nederlanden bevrijden van Filips II en de