DE VRAAG NAAR DE MENS
IN RELATIE TOT WETENSCHAP
EN TECHNIEK
, Eindtermen kwestie 1
5. De kandidaten kunnen de opvattingen van Descartes, Sheets-Johnstone,
Plessner, De Beauvoir en Fanon over de vraag naar de mens, en de verschillende
manieren waarop het lichaam daarbij een rol speelt uitleggen, vergelijken, toepassen
en evalueren. Daarbij kunnen zij de volgende standpunten betrekken:
• mensen zijn een denkend bewustzijn met een mechanisch lichaam
(Descartes);
• mensen zijn een reflecterend, bewegend lichaam (Sheets-Johnstone);
• mensen staan lichamelijk in verhouding tot zichzelf (Plessner);
• mensen staan lichamelijk in verhouding tot anderen (De Beauvoir, Fanon).
René Descartes
Descartes is misschien wel de meest invloedrijke denker van het dualisme en
heeft met zijn filosofie de moderniteit ingeluid. In een tijd waarin het
wetenschappelijke, rationalistische en materialistische denken zijn opkomst doet,
probeert Descartes de menselijke vrijheid te redden van een mechanische en
gedetermineerde wereld. Hiervoor maakt hij een radicaal onderscheid tussen
enerzijds een mechanische wereld (objecten) en anderzijds van vrije denkende
wezens (subjecten).
Descartes stelt met zijn beroemde twijfelexperiment dat er aan alles getwijfeld
kan worden, behalve aan het feit dat er iets aan het twijfelen is. Dit ‘iets’ wordt door
niets anders gekenmerkt dan dat het denkt, het heeft hiervoor geen ruimtelijke
kenmerken nodig: res cogitans. Ons lichaam is daarnaast onderdeel van de
wereld die gehoorzaamt aan de wetten van de natuur en is wel ruimtelijk: res
extensa. Volgens Descartes zijn deze twee substanties niet van elkaar afhankelijk.
De enige vraag die overblijft is: hoe kunnen deze twee verschillende substanties
invloed op elkaar uitoefenen? Dat is het interactieprobleem.
Descartes geeft dus antwoord op het lichaam-geest probleem door een radicaal
onderscheid te maken tussen aan de ene kant een lichaam en aan de andere kant
een denkend bewustzijn. Dit dualisme heeft één groot theoretisch probleem,
namelijk het interactieprobleem, maar daarnaast ook het probleem in hoeverre dit
aansluit op de menselijke beleving. Op die laatste vraag is de fenomenologie een
reactie.
Maxine Sheets-Johnstone
Volgens Sheets-Johnstone is de mens een lichaam dat zichzelf pre-reflectief
kent, vanuit een directe intuïtie, via de bewegingen van het lichaam. Deze
concrete, directe en fysieke vorm van zelfkennis vormt de basis van alle andere
vormen van kennis, waaronder abstracties. Het idee van ruimtelijkheid komt voort
uit het lichaamsschema waarbij het lichaam zichzelf kent. Vanuit deze zelfkennis
van de ruimtelijkheid van het eigen lichaam kan het vervolgens ook de wereld
tegemoet treden en ruimtelijk leren kennen. Het bewegende lichaam vormt
daarmee dus de basis van alle vormen van reflectie en (abstract) denken. Zie
eindterm 6 voor een verdere uitwerking van Sheets-Johnstone.
Helmuth Plessner
2