De kandidaten kunnen de centrale begrippen herkennen, uitleggen en in een filosofische
context toepassen en evalueren en ook de relevantie ervan aangeven binnen het filosofische
domein Wijsgerige Antropologie:
- Rede: Met de rede wordt verwezen naar onze rationele capaciteiten. Er kan hiermee
ook een technische term worden bedoeld (bv. Kant), maar in algemene zin wordt de
rede vaak genoemd als het belangrijkste verschil tussen mensen en andere dieren,
waarbij de mens redelijke vermogens heeft en daardoor bijvoorbeeld in staat is om
keuzes te maken, terwijl dieren alleen maar volgens hun instinct leven.
- Subjectiviteit: Simpel gesteld kun je zeggen dat een subject een ‘ik’ is, waarbij een
object dan een ding is. Een subject heeft een bepaalde kijk op de wereld, een bepaald
perspectief. Subjectief betekent dan dat je iets vanuit een bepaald perspectief
bekijkt. Het gevolg hiervan is dat je geen objectief (of: neutraal) oordeel kunt
vormen, omdat je door jouw (beperkte) perspectief wordt beïnvloed.
- Intersubjectiviteit: Intersubjectiviteit ontstaat als je een groep subjecten samen
neemt en vanuit dat gedeelde perspectief de zaak bekijkt. Je kunt bijvoorbeeld
denken aan de mensheid als geheel, of aan bepaalde culturen. Sommige ervaringen
worden door alle mensen (of: vleermuizen) gedeeld, maar die zijn daarmee niet
automatisch objectief. In zulke gevallen is er sprake van intersubjectiviteit.
Intersubjectiviteit is een belangrijk begrip omdat dit speelruimte biedt tussen
subjectief (mijn mening) en objectief (absolute waarheid).
- Zelfbewustzijn: Bewustzijn van je zelf (mirror-test), van je lichaam en dat je een
denkend wezen bent. Als je bewust bent van jezelf kun je ook over jezelf gaan
nadenken (zelfreflectie) en hierdoor ontstaat de mogelijkheid om autonome keuzes
te maken. Zelfbewustzijn hangt nauw samen met excentriciteit en wordt vaak gezien
als een belangrijk verschil tussen mensen (wel zelfbewustzijn) en dieren (meestal
geen zelfbewustzijn).
- Identiteit: Dit is het wiskundige symbool =, oftewel Iets dat gelijk blijft. Binnen de
Wijsgerige Antropologie gaat het dan om het idee dat er iets is aan jou wat ervoor
zorgt dat jij ‘jij’ bent. Dit zou een ziel kunnen zijn, of een ware zelf, misschien je
karakter of anders je BSN…? Jouw identiteit is datgene wat jou ‘jou’ maakt.
- Lichamelijkheid: Lichamelijkheid is een belangrijk begrip binnen de fenomenologie.
Zij stellen dat al onze ervaringen alleen mogelijk zijn omdat wij een lichaam hebben.
Ons lichaam bepaalt dat en wat wij kunnen ervaren. Dit betekent dat lichaam en
geest fundamenteel en onlosmakelijk aan elkaar verbonden zijn.
- Excentriciteit: Dit begrip wordt door Plessner geïntroduceerd. Hij wil hiermee het
verschil duiden tussen dieren die met zichzelf samenvallen (centrisch) en mensen die
doormiddel van zelfbewustzijn en zelfreflectie over zichzelf kunnen nadenken. Dieren
vallen met zichzelf samen, zij volgen simpelweg hun instinct. Mensen kunnen kritisch
over zichzelf nadenken en keuzes maken waarmee ze loskomen van hun instinct,
oftewel mensen vallen niet met zichzelf samen (excentrisch – buiten zichzelf).
- Macht: Dit begrip is met name van belang in de filosofie van Foucault en in het
daarmee samenhangende structuralisme. Volgens Foucault zijn er allerlei
maatschappelijke praktijken die macht over ons uitoefenen. Doormiddel van
disciplinering en normalisering worden wij gedwongen om de heersende moraal te