Inhoud:
• Hoofdstuk 9.1 t/m 9.3 Zimbardo
+ aanvulling kennisclip extrinsieke/intrinsieke motivatie
• Donk & Van Lanen Hoofdstuk:
- 1 t/m 1.2, 1.5
- 3.5, 3.6
- 5.2, 5.3
- 6.3, 6.4
• 6 Principes van Cialdini
(geen boek, kennisclips week 3)
zimbardo
9.1 wat motiveert ons
Motivatie: verwijst naar alle processen met betrekking tot het voelen van een behoefte of
verlangen; het activeren, selecteren, sturen en volhouden van mentale en fysieke
activiteit die gericht is op bevrediging van de behoefte of verlangen
- Het reduceren van de behoeftesensatie.
- Voorbeeld: het is warm en je voelt de behoefte aan vocht. Dan krijg je dus
dorst, door dat gevoel word je geleid wat te gaan drinken.
9.1.1 prestatiemotivatie
Extrinsieke motivatie: het verlangen om een activiteit uit te voeren om er een beloning uit te
krijgen.
Verwachtingstheorie: mensen zijn meer gemotiveerd een taak uit te voeren als ze denken
dat ze er goed in zullen zijn en goede resultaten kunnen brengen.
- Hier is dus het goed uitvoeren van de taak de beloning
Intrinsieke motivatie: het verlangen om een activiteit uit te voeren om de activiteit zelf, niet
om er iets uit te krijgen.
- Bijvoorbeeld als je graag nieuwe uitdagingen op werk krijgt.
Een test die je kan uitvoeren om je prestatiedrang te testen is bijvoorbeeld de thematic
apperception test ontwikkeld door Henry Muller.
, • Hierbij krijg je een afbeelding te zien van bijvoorbeeld een jongen met
een viool en dan moet jij voor jezelf bedenken wat die jongen zijn verhaal
is. Als het positief is dat hij aan het oefenen is voor een concert omdat hij
graag violist wil worden. Dan ben je meer gemotiveerd dan dat je zegt
dat die jongen verplicht viool moest leren van zijn ouders
Prestatiedrang (need for achievement n Ach): Geestelijke toestand die een psychologische
behoefte veroorzaakt om een moeilijk maar aantrekkelijk doel te bereiken.
• Mensen met hoge prestatiedrang werken vaak harder; zijn succesvoller
op werk; tonen meer doorzettingsvermogen bij moeilijke opdrachten;
krijgen betere cijfers en kiezen ze vaker beroepen waar competitie van
belang is.
Prestatiemotivatietest (PMT): ontworpen door Hubert Hermans (1970); is te gebruiken
vanaf 16 jaar; er is ook een versie voor kinderen (PMT-K-2 (2011)) hier worden drie aspecten
gemeten.
- Prestatiemotief: een relatief stabiele persoonlijkheidseigenschap die in
specifieke situaties leidt tot presteren.
- Positieve en negatieve faalangst: die beide bepalend zijn voor de
productiviteit en de houding ten opzichte van werk.
Crosscultureel perspectief op prestatie: je hebt verschillende soorten perspectieven die je
kunt brengen omwille van prestatie. Je kan alle eer schenken aan al het werk dat je zelf hebt
gedaan of je kan alle eer schenken aan alle hulp die je van de groep waar je bij hoort hebt
gekregen.
Individualisme: hierbij worden dus persoonlijke prestaties vooral gewaardeerd. En jezelf
onderscheiden is heel belangrijk.
- Dit komt vooral voor in Westerse culturen.
Collectivisme: hier is er een standpunt van groepsloyaliteit dus als je wint win je altijd samen
met je groep. Het aanzien van de groep is dus belangrijker dan individuele prestaties.
9.1.2 De onverwachte effecten van beloningen op motivatie
Over rechtvaardiging: wanneer je motivatie wordt verschoven van intrinsiek naar extrinsieke
motivatie.
- Bijvoorbeeld: kinderen vinden het leuk om te kleuren dus een van de 2
groepen die gaan kleuren krijgen aan het eind een beloning. Als vervolgens de
volgende keer er geen beloning is, dan is de intrinsieke motivatie van de kinderen die
eerst wel een beloning kregen gedaald en is het dus extrinsieke motivatie geworden...
- Over rechtvaardiging treedt echter alleen op als de beloning geen rekening
houdt met prestatie. Dus bijvoorbeeld met bonussen op werk. Je gaat harder werken
als je denkt een passende bonus erbij te krijgen. Als je sowieso al weet dat je een
beloning gaat ontvangen voel je geen motivatie hard te werken.