Leerdoelen
- De student:
o kan de functionele en anatomische opbouw van het somatosensibele systeem
betrokken bij pijn en tast beschrijven.
o begrijpt hoe specifieke eigenschappen van neuronen de registratie van
taststimuli beinvloeden. Hierbij kan de student uitleg geven over de rol van
perifere adaptatie, receptieve velden, de specifieke receptor en het axon type.
De student kan deze kennis toepassen nieuwe informatie.
o begrijpt de rol van laterale inhibitie op de somatosensibele perceptie en kan
uitleggen hoe dit werkt.
o heeft kennis van de eigenschappen en de functies van de A-delta en de C
vezels die betrokken zijn bij de pijnperceptie.
o kan de verschillende type receptoren die pijn kunnen registreren beschrijven.
o heeft kennis van de besproken processen die perifere en centrale sensitizatie
veroorzaken.
o begrijpt de "gate theory of pain".
o begrijpt het principe van top-down modulatie en kan hierbij de rol van
opioiden beschrijven.
Hoorcollege
Systeem neurobiologie
- Input – hogere hersenfunctie – output (aansturing somatisch en autonoom
zenuwstelsel = gedrag)
o Hogere hersenfuncties
Perceptie
Geheugen
Emotie
Motivatie
Ratio
Karkater
Etc
Functies van het somatosensibele systeem
- Exteroceptie
o Directe interactie met de omgeving: tastzin, pijn, temperatuur
- Proprioceptie
o Houding en beweging lichaam; receptoren aanwezig in spieren, pezen en
gewrichten
- Interoceptie
o Ingewanden
Bewust: pijn aan organen
Onbewust: chemoreceptoren
, Exteroceptie, tastzin
- Stereognosis = herkennen van objecten via tast
o Temperatuur
o Grootte
o Vorm
o Textuur
o Gewicht
- Eerste-orde neuronen = afferent neuron: sensor/receptor
o Pseudo-unipolair neuron: vertakkingen
van dendrieten komen allemaal samen
op het axon. Het cellichaam is niet
noodzakelijk om actiepotentiaal te
opwekken
- Type stimuli hangt af van:
o Type receptor in dendrieten
o Locatie
o Axon type
o Receptieve velden
o Perifere adaptatie
- Dermatoom = een stuk huid dat sensibel wordt geïnnerveerd vanuit 1 spinaal zenuw
- Eerste-orde neuronen in de huid, verschillende type
o Overeenkomsten tussen de type:
Receptor type: mechanoreceptoren
Mechanoreceptoren: wanneer er
druk op de huid komt te staan
vervormt de huid, hierdoor ook
het membraan. Er komt rek op het
membraan te staan wat er voor
zorgt dat de ionkanalen worden
opengetrokken waardoor ionen
kunnen stromen en een
actiepotentiaal ontstaat
Axon type: A-beta (diameter en
meylanatie, grotere diameter betekent
grotere snelheden)
o Verschillen