Leerdoelen
- De student:
o is bekend met de somatosensibele baansystemen en kan de besproken
betrokken gebieden en bundels benoemen.
o is bekend met het begrip somatosensibele plasticiteit en kan dit uitleggen m.b.v
voorbeelden.
o begrijpt hoe de on- en off-center routes in de retina werken.
o is bekend met de organisatie van de primaire visuele cortex.
o Kent de eigenschappen van de magnocellulaire en parvocellulaire baan van de
primaire visuele route en weet welke informatie door iedere baan verwerkt
wordt.
o kent de dorsale en ventrale route voor de hogere orde verwerking van visuele
informatie en kan beschrijven wat de gevolgen voor de perceptie kan zijn
wanneer een route beschadigd is.
o kan de anatomie en de functie(s) van de verschillende functionele delen van
het oor beschrijven.
o kan uitleggen hoe de tonotopische organisatie van het basilair membraan tot
stand komt.
o kan de bijdrage van haarcellen bij de verwerking van auditieve informatie
uitleggen.
o kan de mechanismen uitleggen die auditieve lokalisatie van een geluidsbron
mogelijk maken.
o kent globaal de organisatie van de auditieve cortex.
o is bekend met de opbouw van het olfactorische epitheel.
o weet dat de sensorneuronen voor geur depolariseren mbv een second-
messenger systeem.
o weet hoe een geur gecodeert wordt door verschillende sensorneuronen
o Weet welke hersentgebieden betrokken zijn bij de verwerking van
olfactorische informatie.
, Hoorcollege
Het oor
- De cochlea = slakkenhuis
o Scala vestibuli en scala tympani zijn gevuld met pyrilymfe (rijk aan Na en arm
aan K)
o Scala media is gevuld met endolymfe (rijk aan K en arm aan Na)
o Tonotopisch georganiseerd = spectrale decompositie; codering van
geluidsfrequentie door plaats
Basilair membraan heeft de vorm van een zwemvin
Aan de basis vrij smal maar wel dik, bij de apex is het dunner maar
breder