Leerdoelen
De student:
- Is bekend met de anatomische organisatie van α-motorische neuronen en
interneuronen.
- Weet wat wordt bedoeld met de term motorische eenheid.
- Kent de eigenschappen van verschillende type motorische eenheden (slow, fast
fatigue-resistant en fast-fatiguable) en de rol hiervan bij de spiercontractie
beschrijven.
- Kan de neurotransmissie bij de motorische eindplaat beschrijven en weet hoe de
besproken toxines dit signaal kunnen beinvloeden.
- Kan de contractiecyclus (ENG: cross bridge cycle) beschrijven.
- Kent de rekreflex , de omgekeerd myotatische reflex en de flexie-reflex.
- Weet wat bij de bovenstaande reflexen de rol is van de betrokken afferenten,
efferenten, spiervezels, spierspoeltjes en golgi-peeslichaampjes.
- Kent de rol van gamma-motorische neuronen bij het beweging.
- Kan de rol van centrale patroon generators beschrijven bij voortbeweging.
- Is bekend met de besproken ziekten van het perifeer motorische systeem.
- Is bekend met brain-computer interface technologie.
Hoorcollege
Motorische systemen
- Sherrington (1857-1952) “to move things is all that mankind can do, for such the sole
executant is muscle, whether in whispering a syllable or in felling a forest”
Het perifeer motorische system
- Monosynaptische innervatie van alpha-motorische
neuronen, kunnen input ontvangen van:
Centraal gelegen motorische neuronen
(feedforward)
Somatosensibele afferente (feedback)
Schakelneuronen (feedback en feedforward)
Alpha motorische neuronen
- Motorische groep (motor pool) = alle alpha
motorische neuronen die 1 speer aansturen
- Somatotopische georganiseerd:
Kolommen die de distale spieren aansturen (ver
weg van ruggenmerg) bevinden zich lateraal in
de ventrale horn van het ruggenmerg
De aansturing van de proximale spieren (van de romp, schouder en bekken)
liggen meer mediaal in de ventrale horn van het ruggenmerg