Hoofdstuk 1 Het Rechtssysteem in Nederland
Recht is een verzamelnaam voor alle regels die er bestaan
In die regels staan de rechten en plichten van de burgers. Deze regels moeten ervoor zorgen
dat mensen goed met elkaar kunnen samenleven.
Wanneer mensen het niet met elkaar eens zijn over de inhoud van het recht, dan hebben we
de rechters die rechtspreken (rechtspraak)
Het nationaal recht wordt verdeeld onder:
- Privaatrecht = Civiel recht = burgerlijk recht Rechtsbetrekkingen tussen burgers
onderling
- Publiekrecht = rechtsbetrekking tussen overheid en burger
Burgers onderling zijn natuurlijke personen (mensen van vlees en bloed) en rechtspersonen
(organisatorische eenheden die aan het rechtsverkeer kunnen deelnemen voorbeelden:
verenigingen, stichting, bv, nv.) Beide zijn rechtssubjecten = zij zijn drager van rechter en
plichten.
De belangrijkste privaatrechtelijke regels zijn te vinden in het Burgerlijk Wetboek (BW)
Citeren BW eerst
het boek dan het
artikel dus 7:210
BW (artikel 210
van boek 7)
Rechtsgebieden:
Materieel recht
dit gaat over
de inhoud van het recht (wat is je recht/plicht)
Formeelrecht = hulprecht het helpt zoveel mogelijk de naleving van het materiele recht te
verzekeren. Geeft regels over procedures.
Voorbeeld: Wanneer je iets aanvraagt waar je recht of hebt/ of iets doet wat in de wet staat
gaat dit om materieel recht, ga je vervolgens in bezwaar of doe je iets wat niet mag gaat dit
over in formeel recht, er ontstaat een procedure.
,Objectief recht geheel van rechtsregels die in Nederland gelden. (Denk aan alle wetten of
rechterlijke uitspraken = jurisprudentie)
Subjectief recht juridische bevoegdheden die een persoon kan hebben op basis van het
objectieve recht. Je kan hierbij aanspraak maken op het objectieve recht, je hebt de
bevoegdheid om iets te vragen, vorderen of te eisen van een ander. (Voorbeeld een beroep
doen op een bepaald artikel, beroep doen aan een ander wanneer hij de wet niet nakomt
meer loon vragen aan je werkgever omdat hij niet op tijd heeft uitbetaald.
Aanvullend recht = regelend recht vult afspraken van partijen aan als zij op een bepaald
onderdeel niks hebben geregeld, voor veel aanvullende regels geldt dat je volgens deze
regels mag gedragen maar dit is niet verplicht = contractvrijheid (partijautonomie) tussen
partijen in het privaatrecht. Een artikel geldt dus voor zover er niet door een eigen
regeling van partijen afgeweken is.
Dwingend recht wetsartikelen waaraan gehouden moet worden.
Rechtsregels komen voort uit rechtsbronnen. Er zijn vier rechtsbronnen
1. Wet
2. Jurisprudentie
3. Gewoonterecht
4. Verdrag (internationaal recht)
Toelichting op de rechtsbronnen
De wetten worden gemaakt door:
- De regering (wet in materiële zin)
- De regering en de Staten-Generaal tezamen (wet in formele zin)
- De provincie en gemeente mogen ook wetten in lagere wetgeving maken.
Jurisprudentie is een rechtsbron omdat rechters hun uitspraken moeten motiveren. Door de
maatschappelijke ontwikkelingen kan een wetgever niet alles bijhouden. Door een
rechterlijke uitspraak van een bepaalde rechter kunnen andere rechters volgen. Daarom is
jurisprudentie een van de bronnen waarin rechtsnormen kunnen worden aangegaan.
Het gewoonterecht komt voort uit het ‘normale leven’. Het wordt niet bedacht door een
wetgever of een rechter. Mensen ontdekken dat ze het beste op een bepaalde wijze kunnen
gedragen en daarna gaan ze dat ook van andere verwachten. (Let op je moet wel naar de
rechter kunnen stappen wanneer iets volgens het gewoonterecht niet kan praten met
een volle mond valt dus niet onder gewoonterecht. Nadelen van het gewoonterecht
rechtsonzekerheid + rechtsongelijkheid.
Ook in verdragen zijn (internationale) rechtsregels te vinden. Verdragen zijn
overeenkomsten tussen staten, of tussen staten en internationale organisaties zoals de EU,
de Raad van Europa of de VN.
De Staat moet drie taken vervullen:
- Wetten maken
- Besturen
, - Rechtspraak (geschillen oplossen)
De overheid ordent de samenleving:
- Door de wetten te maken (wetgevende macht)
- Door wetten toe te passen en uit te voeren (uitvoerende macht)
- Door te controleren of de wetten juist worden toegepast (rechtsprekende macht)
jurisprudentie de uitspraak van de rechter (rechterlijke uitspraak)
Hoofdstuk 2 Verbintenissenrecht
Het vermogensrecht bestaat uit twee onderdelen: het verbintenisrecht en het
goederenrecht. Dit is een onderdeel van het privaatrecht.
Feitelijke handeling je hebt niet de bedoeling op rechtsgevolg te laten ontstaan.
Rechtshandeling is een handeling waarbij je de bedoeling hebt om een rechtsgevolg te laten
ontstaan.
Een afspraak die juridisch gevolgen heeft noemen we een overeenkomst. (Juridisch bindend)
Een verbintenis is een vermogensrechtelijke rechtsbetrekking tussen twee of meer personen
op grond waarvan de ene persoon een recht heeft op de prestatie die door de andere
persoon verricht moet worden de rechten en plichten tussen twee of meer partijen
noemen we een verbintenis.
Bij een verbintenis is de een verplicht een prestatie te leveren (dit wordt vaak een
schuldenaar of debiteur genoemd) de ander heeft recht op die prestatie (dit wordt vaak
schuldeiser of crediteur genoemd).
Er zijn drie voorwaarden om van een verbintenis te spreken, er moet sprake zijn van;
1. Een rechtsbetrekking, die (er is een relatie met juridische gevolgen)
2. Vermogensrechtelijk is, en (het moet op geld waardeerbaar zijn)
3. Tussen twee of meer personen geldt.
Het verbintenisrecht regelt dus de rechten en plichten van de bij de verbintenis betrokken
personen.
Een verbintenis ontstaat vanuit twee manieren
Een verbintenis ontstaat vanuit een overeenkomst (rechtshandeling) maar let op, een
verbintenis kan ook ontstaan uit de wet (art 6:162 BW).
Verbintenis uit een overeenkomst: twee personen gaan met elkaar een overeenkomst aan,
ze kiezen er zelf voor om een verbintenis te laten ontstaan.
Verbintenis uit de wet: Verbintenissen uit de wet ontstaan zonder dat partijen dit gewild
hebben. Een persoon doet iets, waarna volgens de wet een verbintenis ontstaat.
Hoofdstuk 3 Verbintenissen uit de overeenkomst
, Om van een overeenkomst te spreken moet er sprake zijn van een meerzijdige
rechtshandeling Artikel 6:213 BW bepaalt:
Een overeenkomst in de zin van deze titel is een meerzijdige rechtshandeling, waarbij een of
meer partijen jegens een of meer andere een verbintenis aangaan.
Bovendien moet er volgens artikel 6:217 BW sprake zijn van aanbod en aanvaarding om een
overeenkomst tot stand te brengen. (Vaak wordt dit een contract genoemd)
Een rechtshandeling is een handeling die je verricht met de bedoeling om een rechtsgevolg
(=juridisch gevolgd) te laten ontstaan.
Voor een overeenkomst is dus een meerzijdige rechtshandeling nodig. Geen rechtshandeling
= geen overeenkomst. Een overeenkomst is nodig om een andere persoon juridisch te
binden aan de ‘afspraak’ die hij met jou maakt. Uit een overeenkomst vloeien een of meer
verbintenissen voort. Wanneer een van de partijen de verbintenis niet nakomt is er sprake
van tekortkoming in de nakoming. Dat kan ertoe leiden dat een bij de overeenkomst
betrokken partij verplicht wordt schadevergoeding te betalen.
Wanneer een verbintenis niet tijdig of goed wordt nagekomen = tekortkoming in de
nakoming (wanprestatie)
Tekortkoming in de nakoming: een der partijen de verbintenis volledig niet nakomt, slechts
gedeeltelijk nakomt, niet goed nakomt of niet tijdig nakomt.
6:74 BW: moet tekortkoming van de nakoming zijn, schade moet zijn
gemaakt, causaal verband, en het moet toegeëigend kunnen worden
Aanmaning, art 6:82 aanmaning krijg je als tweede kans, een schriftelijke
aanmaning met een redelijk termijn. Moet je die ander altijd een kans
geven? Nee; Art. 6:83 BW lid 1 sub a; als er van tevoren een termijn is
bepaald, dus die 8 dagen verven waren verstreken. Ook als er sprake is
van onrechtmatige daad en ook bij het niet nuttig zijn om een ander de
kans te geven als je al hoort dat die ander het toch niet aangaat.
Schade kan materieel en immaterieel zijn
Een tekortkoming kan bijv niet worden toegerekend door overmacht
Rechtshandelingen worden onderverdeeld in eenzijdige rechtshandelingen en meerzijdige
rechtshandelingen.
Wanner voor het intreden van het rechtsgevolg de wilsverklaring van een persoon
voldoende is, dan spreek je van een eenzijdige rechtshandeling. De eenzijdige
rechtshandeling komt tot stand wanneer je jouw wil kenbaar maakt en jouw verklaring
degene bereikt tot wie deze gericht is.