Paragraaf 1 De relatie tussen mens en milieu
Mensen worden net als andere organismen beïnvloed door het milieu.
Ecosysteemdiensten zijn diensten die een ecosysteem aan mensen levert. Het kan
gaan om een product, een regulerende dienst, een culturele dienst of een dienst die
de voorgaande diensten ondersteunt.
Mensen beïnvloeden ook het milieu, doordat we ingrijpen. Milieuproblemen ontstaan
als het menselijk ingrijpen het natuurlijk milieu ernstig verstoord. Dat kan zijn doordat
mensen stoffen aan het milieu toevoegen die leiden tot vervuiling of er te veel
stoffen aan onttrekken er is dan sprake van uitputting. De mens kan het milieu ook
zodanig veranderen dat er sprake is van aantasting. Duurzaamheid betekent dat de
invloed van de activiteiten van de mens geen blijvende schade aanricht aan het
milieu en dat ook toekomstige generaties het milieu kunnen blijven gebruiken.
De wereldbevolking is de laatste jaren explosief toegenomen en dit zal de komende
jaren nog verder toenemen. Dat heet een hoge bevolkingsdruk. Behalve de
bevolkingstoename is ook de veranderde wijze van leven van de mens een oorzaak
van milieuproblemen.
Sinds de industriële revolutie zijn we heel anders gaan leven. Veel dingen zijn
geautomatiseerd en daardoor putten we natuurlijke reserves uit en komen er veel
afvalstoffen vrij. Ook de landbouw is veranderd. Er wordt veel met machines gewerkt.
Door ruilverkaveling zijn grote bedrijven ontstaan waardoor het karakter van het
landschap is veranderd. Door de bevolkingstoename en de veranderde wijze van
leven is de hoeveelheid natuurlijk terrein en bos en de daar levende planten en
dieren sterk afgenomen, bedreigd met uitsterven of uitgestorven.
Paragraaf 2 Voedselproductie
Mensen proberen sinds het begin van de landbouw de opbrengst van
voedingsgewassen en landbouwhuisdieren zo hoog mogelijk te maken. Dit kan door
de abiotische en de biotische factoren voor de groei en ontwikkeling zo optimaal
mogelijk te laten zijn. Bij voedingsgewassen kan dat door bemesting,
bodembewerking en bescherming tegen ziekten en plagen. Planten nemen
mineralen uit de bodem op en gebruiken deze als voedingsstoffen. Door het
oogsten van voedingsgewassen en uitspoeling worden mineralen aan de kringloop
van stoffen op landbouwgrond onttrokken. Uitspoeling wil zeggen dat mineralen met
het regenwater wegzakken naar diepere lagen.
Door te bemesten worden mineralen toegevoegd aan de bovenste bodemlagen. Met
kunstmest kan een agrariër precies die mineralen aan de bodem toevoegen die de
voedingsgewassen nodig hebben. Kunstmest bestaat vooral uit stikstofhoudende
mineralen (nitraat) en fosfaat. Stalmest bestaat uit uitwerpselen en urine van dieren.
Je hebt vaste en vloeibare vorm (gier). Reducenten (schimmels en bacteriën) in de
bodem breken de mest af en daarbij komen mineralen vrij. Door stal mest wordt de
bodem ook luchtiger en kruimeliger. Men verbouwt gewassen vaak in monocultuur.