Hoofdstuk 1: opgave 1.9 en 1.10
Primaire en secundaire geldstromen in een bedrijf. Het omzettingsproces in een bedrijf is de kern van
activiteiten van het bedrijf. Dus iets inkopen en omzetten in iets dat je gaat verkopen. Dit wordt het
primaire proces genoemd. Dus was heb je nodig om die omzetting te doen: gebouwen, machines,
grond waar de fabriek op staat, werknemers en over de winst moet je belasting betalen en soms krijg
je een subsidie. Dit zijn dus allemaal primaire geldstromen.
Secundaire geldstromen horen dus niet bij het omzettingsproces. Dat je geld moet lenen om
machines te kopen heeft niets met het omzettingsproces te maken. De rente die over je lening moet
betalen is dus ook secundair.
Afschrijving is geen geldstroom, de verwerking van grondstoffen tot eindproduct ook niet.
Uitgaande primaire geldstromen Ingaande primaire geldstromen
Aankoop gebouwen/inventaris/machines Verkoop eindproducten
Inkoop grondstoffen/kantoorartikelen Ontvangen subsidie
Betaling loon
Belasting over de winst
Uitgaande secundaire geldstromen Ingaande secundaire geldstromen
Aflossing vreemd vermogen (kort of lang) Uitgifte aandelen
Aflossing rekening courant Opnemen lening
Betaling interest
Betaald dividend
Hoofdstuk 2: opgave 2.4 en 2.5
Hoofdelijke aansprakelijkheid houdt in dat iedere firmant afzonderlijk voor de totale schuld van de
VOF aansprakelijk kan worden gesteld.
Als een vof failliet gaat dan zijn de vennoten/firmanten hoofdelijk aansprakelijk met hun
privévermogen. Bv Jan en Piet hebben een bakkerij vof. Als het bedrijf failliet gaat en uiteindelijk nog
een schuld heeft van 100.000 euro dan zijn Jan en Piet ieder voor 50.000 aansprakelijk Maar als Piet
privé geen 50.000 heeft maar 20.000 dan gaan de schuldeisers die 30.000 ook bij Jan halen. Dus dan
betaalt Piet 20.000 en Jan 50.000 + 30.000 = 80.000
Primaire en secundaire geldstromen in een bedrijf. Het omzettingsproces in een bedrijf is de kern van
activiteiten van het bedrijf. Dus iets inkopen en omzetten in iets dat je gaat verkopen. Dit wordt het
primaire proces genoemd. Dus was heb je nodig om die omzetting te doen: gebouwen, machines,
grond waar de fabriek op staat, werknemers en over de winst moet je belasting betalen en soms krijg
je een subsidie. Dit zijn dus allemaal primaire geldstromen.
Secundaire geldstromen horen dus niet bij het omzettingsproces. Dat je geld moet lenen om
machines te kopen heeft niets met het omzettingsproces te maken. De rente die over je lening moet
betalen is dus ook secundair.
Afschrijving is geen geldstroom, de verwerking van grondstoffen tot eindproduct ook niet.
Uitgaande primaire geldstromen Ingaande primaire geldstromen
Aankoop gebouwen/inventaris/machines Verkoop eindproducten
Inkoop grondstoffen/kantoorartikelen Ontvangen subsidie
Betaling loon
Belasting over de winst
Uitgaande secundaire geldstromen Ingaande secundaire geldstromen
Aflossing vreemd vermogen (kort of lang) Uitgifte aandelen
Aflossing rekening courant Opnemen lening
Betaling interest
Betaald dividend
Hoofdstuk 2: opgave 2.4 en 2.5
Hoofdelijke aansprakelijkheid houdt in dat iedere firmant afzonderlijk voor de totale schuld van de
VOF aansprakelijk kan worden gesteld.
Als een vof failliet gaat dan zijn de vennoten/firmanten hoofdelijk aansprakelijk met hun
privévermogen. Bv Jan en Piet hebben een bakkerij vof. Als het bedrijf failliet gaat en uiteindelijk nog
een schuld heeft van 100.000 euro dan zijn Jan en Piet ieder voor 50.000 aansprakelijk Maar als Piet
privé geen 50.000 heeft maar 20.000 dan gaan de schuldeisers die 30.000 ook bij Jan halen. Dus dan
betaalt Piet 20.000 en Jan 50.000 + 30.000 = 80.000