Hoofdstuk 1: Introduction
1. Menselijke natuur als sociale natuur
Filosofie draait om de vraag: Wat betekent het om mens te zijn?
De filosofie van de sociale wetenschappen richt zich op drie grote thema’s:
1. Normativiteit – De rol van waarden, normen en regels.
2. Naturalisme – Hoe de sociale wetenschappen zich verhouden tot de natuurwetenschappen.
3. Reductionisme – Of sociale fenomenen herleid kunnen worden tot fysische of biologische processen.
2. Voorbeelden van filosofische vragen in de sociale wetenschappen
Democratic Peace
Vraag: Zijn democratieën minder geneigd om oorlog te voeren?
Democratische landen vechten zelden tegen elkaar → “Democratic peace”.
Kant’s argument: Vrije burgers beslissen of een land oorlog voert.
Filosofische veronderstelling: Oorzaken van oorlog zijn sociaal, niet individueel.
Azande Witchcraft
Studie over de Azande in Centraal-Afrika:
Geloof in hekserij als oorzaak van ongeluk.
Magie en orakels bepalen of iemand een heks is.
Westerse reacties:
Sommigen zagen de Azande als primitief en zonder logica.
Anderen stelden dat alle mensen dezelfde intellectuele capaciteiten hebben, maar dat hekserij alleen
vreemd lijkt vanuit ons perspectief.
Freedom Riders & Free Riders
Probleem in sociale bewegingen en revoluties:
Iedereen profiteert van verandering, maar deelname is kostbaar.
Rationeel individu: liever afwachten dan zelf risico’s nemen → "free rider" probleem.
Oplossingen:
Liberale visie: Mensen zijn autonoom en streven eigenbelang na. Gemeenschap ontstaat door prikkels die
groeps- en eigenbelang verenigen.
Communitaristische visie: Mensen zijn sociaal en vormen hun identiteit door normen en groepsverbanden.
3. Drie kernvragen in de filosofie van de sociale wetenschappen
Normativiteit
Literatuur samenvatting 1
, Sociale wetenschappen bestuderen normen, waarden en regels in samenlevingen.
Maar ook wetenschappers zelf hebben waarden:
Selectie van data beïnvloedt resultaten → risico op bias.
Vraag: Kan sociale wetenschap volledig objectief zijn?
Feiten en waarden zijn vaak moeilijk te scheiden in sociaal onderzoek.
Naturalisme
Vraag: Zijn sociale wetenschappen zoals natuurwetenschappen?
Naturalisme: Sociale wetenschappen moeten methoden van natuurwetenschappen volgen.
Anti-naturalisten: Sociale wetenschappen hebben een unieke methode nodig.
Twee vormen van naturalisme:
1. Epistemologisch naturalisme – Kennis en methodologie van sociale wetenschappen lijken op die van
natuurwetenschappen.
Tegenstanders (epistemologisch anti-naturalisten) zien kwalitatief onderzoek als fundamenteel anders dan
kwantitatief onderzoek.
2. Metafysisch naturalisme – Mensen zijn onderdeel van de natuur en moeten verklaard worden via dezelfde
mechanismen als andere organismen.
Tegenstanders stellen dat mensen fundamenteel anders zijn dan andere dieren.
Reductionisme
Kunnen sociale fenomenen herleid worden tot natuurkundige of biologische processen?
Reductionisme:
1. Epistemologisch reductionisme – Theorieën op hoger niveau kunnen vervangen worden door theorieën op
een lager niveau.
2. Metafysisch reductionisme – Sociale fenomenen zijn in wezen niets anders dan biologische of fysische
processen.
Anti-reductionisten (holisten):
Sommige sociale fenomenen zijn niet individueel te verklaren:
1. Normativiteit – "Ought" kan niet worden herleid tot "is".
2. Collectieve actie – Regels en normen kunnen niet simpelweg worden teruggebracht tot individueel
gedrag.
4. Filosofische taak van de sociale wetenschappen
Sociale wetenschappen moeten hun wetenschappelijke methoden en theorieën koppelen aan bredere filosofische
discussies.
Filosofische vragen in sociale wetenschappen leiden vaak tot onverwachte nieuwe vragen.
Hoofdstuk 2: Objectivity, Values, and the Possibility of a
Social Science
Waardevrijheid en Objectiviteit in de Wetenschap
Literatuur samenvatting 2
, Volgens LP en Popper zijn observatie en toetsing essentieel voor wetenschap:
LP: observatie is theorie-vrij.
Popper: observatie is theorie-geladen.
Toetsing:
LP: bevestiging (confirmation).
Popper: weerlegging (falsification).
De wetenschap zou idealiter waardevrij moeten zijn en heeft drie kenmerken:
1. Autonomie: Wetenschappers bepalen zelf hun onderzoeksvragen, niet politiek of bedrijfsleven.
2. Onpartijdigheid: Morele oordelen en ideologie spelen geen rol in kennisacceptatie.
3. Neutraliteit: Wetenschap beschrijft de wereld, maar schrijft niet voor wat we moeten doen.
Is wetenschap echt waardevrij?
Voorbeeld: US Census
De volkstelling bepaalt politieke zetels en federale financiering.
Methoden voor tellen beïnvloeden resultaten en zijn politiek geladen.
Probleem: De keuze van een methode impliceert een politieke waarde.
Soorten waarden in de wetenschap:
Epistemische waarden: Nauwkeurigheid, precisie en consistentie van theorieën.
Niet-epistemische waarden: Morele, ideologische of religieuze overtuigingen.
Rol van waarden:
Constitutieve waarden: Nodig voor wetenschappelijk onderzoek zelf.
Contextuele waarden: Beïnvloeden onderzoek vanuit de omgeving, maar zijn niet essentieel.
Matige these van waardevrijheid
Wetenschap is objectief als:
Alleen epistemische waarden constitutief zijn.
Niet-epistemische waarden enkel contextueel een rol spelen.
Kunnen morele en politieke waarden onderdeel zijn van wetenschappelijk onderzoek en toch 'objectief' worden
genoemd?
Risjord: hangt af van het begrip 'objectief':
1. Vrijheid van vooringenomenheid (bias).
2. Intersubjectiviteit.
3. Betrouwbaarheid.
Longino
Volgens Longino is een wetenschappelijke gemeenschap objectief voor zover ze voldoet aan vier criteria die
essentieel zijn voor kritische en transformerende discussie:
1. Er moeten erkende kanalen zijn voor kritiek op bewijs, methoden, aannames en redeneringen.
Literatuur samenvatting 3