Hoofdstuk 11 Structurering (Organisatie en Management)
Structurering heeft betrekking op het vraagstuk van het ontwerpen van een
organisatiestructuur, waarbinnen mensen en middelen worden afgestemd op de te
bereiken doelstellingen van de organisatie.
11.1 Het organiseren van activiteiten
Bij het organiseren van activiteiten dient rekening te worden gehouden met de
externe afstemming (strategisch management) en de interne afstemming (individuele
werknemers en overige middelen).
Situatie gebonden oplossingen.
Organisatiestructuur is de manier waarop taken, bevoegdheden en
verantwoordelijkheden in een organisatie zijn verdeeld en de onderlinge relaties
zijn geregeld.
Organieke structuur: werkzaamheden indelen in functies en vervolgens
groeperen naar organen waarbinnen de functies worden vervuld.
Personele structuur: heeft betrekking op de mensen in de organisatie.
11.1 Arbeidsverdeling en coördinatie
Arbeidsverdeling is het verdelen van de werkzaamheden in deeltaken, die
toegewezen worden aan personen of andere werkverbanden (afdelingen) in een
organisatie.
Een belangrijke reden voor arbeidsverdeling is het bereiken van een hoge
productiviteit (=aantal prestaties in een bepaalde tijd).
11.2.1 Arbeidsverdeling in verticale richting
Arbeidsverdeling in verticale richting: taken bij elkaar brengen die qua niveau
hetzelfde zijn (verticale differentiatie).
Vier motieven spelen een rol bij het verdelen van arbeid:
1. Kostenmotief: taken moeten op een zodanige wijze worden ingedeeld dat
efficiënt functioneren en produceren mogelijk gemaakt wordt.
(doeltreffend/efficiency).
2. Bestuursmotief: de wijze waarop taken worden opgebouwd en verdeeld, moet
besturing van de organisatie mogelijk maken. Toezicht op de uitvoering van de
verschillende taken moet mogelijk zijn. (effectiviteit/doelgericht).
3. Sociaal motief: taken moeten voor individuele personen een bepaalde
aantrekkelijkheid bezitten. Er moet sprake zijn van onder andere afwisseling,
verantwoordelijkheid en beslissingsbevoegdheid. (aantrekkelijkheid voor het
individu).
,4. Maatschappelijk motief: bij de opbouw van de taken moet rekening worden
gehouden met maatschappelijke eisen, bijvoorbeeld veiligheidseisen.
(maatschappelijke eisen, bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid).
11.2.2 Arbeidsverdeling in horizontale richting.
Arbeidsverdeling in horizontale richting: verschillende taken op elkaar afstemmen
(coördinatie).
Twee stappen:
1. Functionalisatie: samenhangende taken in functies van individuele personen
onderbrengen.
2. Afdelingsvorming: individuele functies samenvoegen in afdelingen.
Twee hoofdvormen van functionalisatie:
Interne differentiatie: het groeperen van gelijksoortige werkzaamheden.
Interne specialisatie: groeperen van werkzaamheden op basis van producten,
markten en geografische indeling.
Door het verdelen van taken over personen of afdelingen ontstaan functies.
Interne differentiatie (functionele indeling)
, Interne specialisatie (productindeling)
Interne specialisatie (marktindeling)
Interne specialisatie (geografische indeling)
Structurering heeft betrekking op het vraagstuk van het ontwerpen van een
organisatiestructuur, waarbinnen mensen en middelen worden afgestemd op de te
bereiken doelstellingen van de organisatie.
11.1 Het organiseren van activiteiten
Bij het organiseren van activiteiten dient rekening te worden gehouden met de
externe afstemming (strategisch management) en de interne afstemming (individuele
werknemers en overige middelen).
Situatie gebonden oplossingen.
Organisatiestructuur is de manier waarop taken, bevoegdheden en
verantwoordelijkheden in een organisatie zijn verdeeld en de onderlinge relaties
zijn geregeld.
Organieke structuur: werkzaamheden indelen in functies en vervolgens
groeperen naar organen waarbinnen de functies worden vervuld.
Personele structuur: heeft betrekking op de mensen in de organisatie.
11.1 Arbeidsverdeling en coördinatie
Arbeidsverdeling is het verdelen van de werkzaamheden in deeltaken, die
toegewezen worden aan personen of andere werkverbanden (afdelingen) in een
organisatie.
Een belangrijke reden voor arbeidsverdeling is het bereiken van een hoge
productiviteit (=aantal prestaties in een bepaalde tijd).
11.2.1 Arbeidsverdeling in verticale richting
Arbeidsverdeling in verticale richting: taken bij elkaar brengen die qua niveau
hetzelfde zijn (verticale differentiatie).
Vier motieven spelen een rol bij het verdelen van arbeid:
1. Kostenmotief: taken moeten op een zodanige wijze worden ingedeeld dat
efficiënt functioneren en produceren mogelijk gemaakt wordt.
(doeltreffend/efficiency).
2. Bestuursmotief: de wijze waarop taken worden opgebouwd en verdeeld, moet
besturing van de organisatie mogelijk maken. Toezicht op de uitvoering van de
verschillende taken moet mogelijk zijn. (effectiviteit/doelgericht).
3. Sociaal motief: taken moeten voor individuele personen een bepaalde
aantrekkelijkheid bezitten. Er moet sprake zijn van onder andere afwisseling,
verantwoordelijkheid en beslissingsbevoegdheid. (aantrekkelijkheid voor het
individu).
,4. Maatschappelijk motief: bij de opbouw van de taken moet rekening worden
gehouden met maatschappelijke eisen, bijvoorbeeld veiligheidseisen.
(maatschappelijke eisen, bijvoorbeeld op het gebied van veiligheid).
11.2.2 Arbeidsverdeling in horizontale richting.
Arbeidsverdeling in horizontale richting: verschillende taken op elkaar afstemmen
(coördinatie).
Twee stappen:
1. Functionalisatie: samenhangende taken in functies van individuele personen
onderbrengen.
2. Afdelingsvorming: individuele functies samenvoegen in afdelingen.
Twee hoofdvormen van functionalisatie:
Interne differentiatie: het groeperen van gelijksoortige werkzaamheden.
Interne specialisatie: groeperen van werkzaamheden op basis van producten,
markten en geografische indeling.
Door het verdelen van taken over personen of afdelingen ontstaan functies.
Interne differentiatie (functionele indeling)
, Interne specialisatie (productindeling)
Interne specialisatie (marktindeling)
Interne specialisatie (geografische indeling)