§2.1
Een kracht kun je vaak voelen.
Een vervorming (van bijvoorbeeld een bal of auto) kan elastisch & plastisch zijn. Als de bal
weer terug vervormt naar zijn eigen vorm is het elastisch. Zo niet, dan is het plastisch.
Er zijn 5 soorten krachten:
o Spierkracht, als je je spieren moet gebruiken.
o Veerkracht, zoals in een balpen.
o Spankracht, met een touw, zoals bij een slee in de sneeuw.
o Zwaartekracht, trekt alles om je heen naar beneden.
o Magnetische krachten, zoals dat 2 magneten blijven zweven.
Een kracht kun je meten met een krachtmeter. Grote kracht, gebruik een stugge veer. Kleine
kracht, gebruik een soepele veer.
Als je de kracht wilt berekenen, is hier een formule:
Fz = m∙ g
Hierin is:
Fz de zwaartekracht in Newton (N)
m de massa in kilogram (kg)
g de sterkte van de zwaartekracht aan het aardoppervlak in newton per kilogram (N/kg).
Op aarde is de g altijd 9,81.
Als een kracht een grootte, een richting en een aangrijpingspunt heeft, noem je het een
vector. Een zwaartepunt heeft dezelfde kracht als alle kleine vectoren samen, een
zwaartepunt is dus ook een heel stuk handiger om te tekenen.
Gemaakt door: Maurits van der Tuyn, 3c