Paragraaf 1 Snelheid en gemiddelde snelheid
- Tijdens een rit rijd je niet constant precies 100km/h. De snelheid
veranderd steeds. Je noemt de snelheid van 100 km/h daarom de
gemiddelde snelheid
- Bijv. je hebt 1000 km afgelegd in 10 uur, dan bereken je de
gemiddelde snelheid: 1000/10 = 100km/h = afstand/tijd
- Iets wat je kunt meten noem je een grootheid
- Waarde die je meet geef je aan met een
getal, alleen het getal is niet genoeg. Je
weet niet of het km/h of bijv. m/s is.
- Eenheid: waarin je de grootheid afstand
uitdrukt. Bijv. meters of kilometers
- Tijd druk je uit in seconden of uren,
snelheid druk je uit in meters per seconde
(m/s) of kilometers per uur (km/u)
- Grootheid kan je weergeven met een
symbool: afstand = s, snelheid = v
- Eenheden kun je meestal ook kort weergeven. Kilometer bijv. km en
kilometer per uur km/h
- Er bestaan verschillende eenheden voor een grootheid, bijv. m en
km bij afstand
- De standaardeenheid voor afstand: meter (m), voor tijd: seconde (s)
en voor snelheid: meter per seconde (m/s).
- Grootheden meet je met een meetinstrument:
- Er zijn 2 soorten meetinstrumenten: analoge en digitale
meetinstrumenten
- Analoge snelheidsmeter:
o Wijzer die over schaalverdeling met streepjes beweegt
o Elk streepje staat voor een bepaalde waarde
o Als de wijzer niet precies op streepje staat maak je
een schatting
- Digitale snelheidsmeter:
o De gemeten waarde direct op scherm getoond
1
, 2