Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting alle artikelen recht in pedagogiek en onderwijs

Beoordeling
-
Verkocht
2
Pagina's
60
Geüpload op
10-03-2025
Geschreven in
2024/2025

Samenvatting van alle artikelen met handige afbeeldingen

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting artikelen Recht in Pedagogiek en Onderwijs

Samenvatting artikelen Recht in Pedagogiek en Onderwijs....................................................1
Artikel 1: Bruning, M. (2019). Beslisbevoegdheid van pleegouders: België als gidsland?......2
Artikel 2: Commissie Onderzoek Internationale Adoptie (2021)..............................................5
Artikel 3: Geertsema (2021) - Ongezien onrecht in het vreemdelingenrecht.........................16
Artikel 4: Goeman: Beschadigen of bescherming. Stand van zaken drie jaar na herijking
amv-beleid............................................................................................................................ 17
Artikel 5: Graham - Beyond Salamanca: a citation analysis of the CRPD/GC4 relative to the
Salamanca Statement in inclusive and special education research, International Journal of
Inclusive Education............................................................................................................... 18
Artikel 6: visienota - terughoudend en zorgvuldig omgaan met onvrijwillige en verplichte zorg
............................................................................................................................................. 20
Artikel 7: Inspectie Gezondheidzorg en Jeugd. (2021). Kwetsbare kinderen onvoldoende
berschermd. Landelijk rapport 2021 vervolgtoezich..............................................................22
Artikel 9: The best interests of the child in cases of migration (2017)...................................25
Artikel 10: Kinderombundsman - van leerplicht naar leerrecht..............................................27
Artikel 11: Kinderombudsman (2024). Samenvatting analyse 'thuiszitters-problematiek......31
Artikel 12: Ledoux - samenvatting evaluatie passend onderwijs...........................................32
Artikel 13 : Minister van Veiligheid en Justitie (2016). Aanbiedingsbrief bij rapport Kind en
ouder in de 21e eeuw van de Staatscommissie Herijking Ouderschap................................35
Artikel 14: Minister voor Rechtsbescherming, (2020). Analyse van de invoering
meerouderschap. Brief aan deTweede Kamer.....................................................................36
Artikel 15: Nissen, E. & Sportel, I. (2021). Jeugd(beschermings)recht en vreemdelingenrecht
Een juridisch- empirische analyse. Samenvatting.................................................................39
Artikel 16: United Nations Committee on the Rights of the Child (2013)...............................42
Artikel 17: Concluding observations on the fourth periodic report of the Nederlands............43
Artikel 18: Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind - Verenigde Naties (1989)
............................................................................................................................................. 47
Artikel 19: Factsheet gesloten jeugdhulp Jeugdwet: plaatsing gesloten jeugdhulp vrijwillig
kader. Vereniging van Nederlandse Gemeenten (2016).......................................................52
Artikel 20: Herstelrecht in jeugdstrafzaken in Nederland, waar staan we? Wolthuis, A &
Berger, M (2017).................................................................................................................. 55
Artikel 21: Zijlstra - unaccompanied minors in the Netherlands: legislation, policy and care.57

,Artikel 1: Bruning, M. (2019). Beslisbevoegdheid van pleegouders: België als
gidsland?
Steeds meer kinderen die niet langer thuis kunnen wonen, worden in pleeggezinnen
opgevangen. Voor beslissingen over de verzorging en opvoeding van pleegkinderen zijn
pleegouders afhankelijk van ouders of medewerkers van een gecertificeerde instelling. Bijna
de helft van de pleegouders ervaart problemen omdat zij geen juridische zeggenschap
hebben. In dit artikel staat de vraag centraal of de juridische zeggenschap over
pleegkinderen moet worden aangepast.

Inleiding
Het uitgangspunt in de Jeugdwet is om kinderen indien mogelijk op te vangen in een
gezinsvervangende omgeving, wat ook is omarmd in het nieuwe actieprogramma Zorg voor
de Jeugd, dat als een van de actielijnen heeft geformuleerd: meer kinderen “zo thuis
mogelijk” laten opgroeien.
Uit onderzoek blijkt dat pleegouders regelmatig problemen hebben met het nemen van
beslissingen over het kind, waarvoor doorgaans toestemming van ouder(s) of gecertificeerde
instelling (als rechtspersoon-voogd) nodig is.

2. Recente ontwikkelingen in de pleegzorg
Steeds meer kinderen die uit huis geplaatst worden, komen in een pleeggezin of een
gezinshuis terecht. Een andere belangrijke ontwikkeling is de toegenomen aandacht voor
continuering van zorg voor pleegkinderen die achttien jaar worden en vanaf dat moment
meerderjarig zijn. Pleegzorg zal standaard worden verlengd naar 21 jaar, en zo nodig tot het
22ste of 23ste jaar, om pleegkinderen in staat te stellen het gezin pas te verlaten als ze daar
aan toe zijn.

3. Beslisbevoegdheid van pleegouders in verschillende juridische contexten
Voor een antwoord op de vraag wie juridisch verantwoordelijk is voor een pleegkind, en
daarmee beslisbevoegdheid heeft, is het van belang wat de juridische context van de
pleeggezinplaatsing is. In Nederland kunnen minderjarigen in een pleeggezin worden
geplaatst vanuit drie verschillende juridische contexten:
1. Op vrijwillige basis
2. Met een maatregel van ondertoezichtstelling (OTS)
3. Een machtiging uithuisplaatsing of met een gezagsbeëindigende maatregel en
voogdij.

3.1 Pleegzorg in vrijwillig kader
Pleegouders bij wie een kind vrijwillig geplaatst is, hebben geen juridische zeggenschap
over het pleegkind en hebben ook geen mogelijkheid om enige juridische zeggenschap te
verkrijgen. Zij hebben alleen de mogelijkheid om, als zij een pleegkind langer dan een jaar
hebben verzorgd en opgevoed en de ouders het kind weer bij hen thuis willen laten wonen,
een wijziging in het verblijf van het pleegkind te ‘blokkeren’. Zonder de toestemming van de
pleegouders voor de wijziging van de verblijfplaats van het pleegkind kunnen ouders
hun kind niet terughalen naar huis voordat ze daartoe toestemming van de rechter hebben
verkregen. Hierbij geldt wel een voorkeurspositie voor de ouder(s) met gezag: het verzoek
tot terugplaatsing wordt door de rechter slechts afgewezen als dit in het belang van de
minderjarige noodzakelijk is. Pleegouders kunnen een verzoek indienen tot
gezagsbeëindiging. Ook kunnen pleegouders een verzoek indienen om de
hoofdverblijfplaats van het pleegkind te bepalen bij het pleeggezin.

,3.2 Pleegzorg na OTS met machtiging uithuisplaatsing
Pleegouders die een pleegkind opvangen dat met een maatregel van OTS en een
machtiging uithuisplaatsing in het pleeggezin is geplaatst, hebben geen juridische
zeggenschap over hun pleegkind. Met een maatregel van OTS blijft het gezag in beginsel bij
de ouder(s) liggen en kan op bepaalde onderdelen door de gecertificeerde instelling, die
verantwoordelijk is voor de uitvoering van de maatregel, of de kinderrechter het gezag van
de ouder(s) worden beperkt zonder dat pleegouders beslisbevoegd worden.

De positie van deze groep pleegouders is sinds de inwerkingtreding van de Wet Herziening
Kinderbeschermingsmaatregelen versterkt. Zo zijn pleegouders die een pleegkind
gedurende ten minste een jaar verzorgen en opvoeden, per 1 januari 2015 in de wet als
belanghebbenden genoemd. Zij kunnen zelf verzoeken om een maatregel van OTS of een
verlenging daarvan, en kunnen tevens een verzoek indienen tot een gezagsbeëindiging.
Pleegouders kunnen ook een beroep doen op de geschillenregeling, waarmee geschillen
over de uitvoering van de maatregel van OTS aan de kinderrechter kunnen worden
voorgelegd.

De meest relevante wijziging van de OTS regeling is de bepaling dat de gecertificeerde
instelling, die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de maatregel van OTS en de
machtiging uithuisplaatsing, toestemming nodig heeft van de kinderrechter voor een
wijziging in het verblijf van een pleegkind dat minimaal een jaar in hetzelfde pleeggezin is
verzorgd en opgevoed. Als pleegouders bezwaar willen maken tegen de verplaatsing van
een pleegkind dat korter dan een jaar in het pleeggezin woont, staat een andere
mogelijkheid open: pleegouders kunnen de gecertificeerde instelling verzoeken af te zien
van een voorgenomen terug- of overplaatsing van hun pleegkind.

Een andere belangrijke wijziging van de OTS-regeling in 2015 is de mogelijkheid om het
gezag over een minderjarige die met een OTS-maatregel uit huis is geplaatst op
bepaalde onderdelen gedeeltelijk te beperken. Het gaat om:
1. De aanmelding van een minderjarige bij een onderwijsinstelling.
2. Het geven van toestemming voor een medische behandeling van de minderjarige
jonger dan twaalf jaar of van twaalf jaar of ouder en niet in staat tot een redelijke
waardering van belangen.
3. Het doen van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning.
In de praktijk bleken deze drie onderwerpen de meeste problemen te geven bij de uitvoering
van de maatregel van OTS in relatie tot de uitoefening van ouderlijk gezag.

Pleegouders hebben bij een OTS-maatregel geen mogelijkheid om de kinderrechter te
verzoeken om enige beslisbevoegdheid ten opzichte van hun pleegkind.
→ Dit maakt duidelijk dat de mogelijkheden om het gezag van de ouder(s) bij een
maatregel van OTS te beperken, zijn toegenomen en de positie van pleegouders
van een pleegkind met een OTS-maatregel is versterkt. Tegelijk zijn pleegouders
in deze juridische context niet beslisbevoegd en kunnen zij slechts na een
toekenning van een verzoek tot gedeeltelijke gezagsoverdracht aan de
gecertificeerde instelling, via machtiging, voor deze onderdelen beslisbevoegd
worden.

3.3 Pleegzorg na gezagsbeëindiging
De pleegouders zorgen voor een kind waarover de ouders na een gezagsbeëindigende
maatregel geen gezag meer hebben. De gecertificeerde instelling of de pleegouders worden
dan met de voogdij belast. Als de gezagsbeëindiging is verzocht door de pleegouders
die het pleegkind minstens een jaar hebben verzorgd en opgevoed, benoemt de rechtbank
bij voorkeur deze pleegouders tot voogd.

, Wet herziening kinderberschermingsmaatregelen
- Subdoel: het waarborgen van stabiliteit en continuïteit voor minderjarigen.
- De herziene wet beoogt een duidelijker onderscheid te maken tussen feitelijk
opvoederschap en ouderschap. Dat betekent dat na gezagsbeëindiging de voogdij,
waar mogelijk, zou moeten worden neergelegd bij de feitelijke opvoeders, namelijk
de pleegouders in geval van een pleegzorgplaatsing, zodat de juridische
verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van het pleegkind zou
samenvallen met het feitelijk opvoeden van de minderjarige.

Het lijkt erop dat het uitgangspunt om na gezagsbeëindiging de voogdij bij voorkeur bij
pleegouders te leggen, in de praktijk niet wordt waargemaakt. Uit dossieronderzoek is af te
leiden dat toewijzing van de voogdij aan pleegouders na gezagsbeëindiging slechts in 14%
van de onderzochte zaken voorkomt. De toelichting die hierbij wordt gegeven is vooral dat er
tussen ouders en pleegouders geen goede relatie bestaat en dat de gecertificeerde
instelling als neutrale partij betrokken moet blijven. Pleegouders zelf willen de voogdij
meestal niet uitoefenen. Als de gecertificeerde instelling de voogdij uitoefent, hebben
pleegouders geen beslisbevoegdheid en hebben zij de toestemming nodig van de
gecertificeerde instelling voor beslissingen over het pleegkind.

4. Wat vinden pleegouders zelf?
Bijna de helft (49%) van de pleegouders ervaart vaak (7,5%) of soms (41,5%) praktische
problemen bij de verzorging en opvoeding omdat zij niet de voogdij hebben over hun
pleegkind. Zij geven aan dat zij niet snel kunnen handelen, omdat zij voor een aantal zaken
eerst toestemming nodig hebben van de ouder(s) (door 48,5% genoemd) of de
(gezins)voogd van de gecertificeerde instelling (35%). Zij ervaren ook problemen vanwege
meningsverschillen tussen ouder(s) en pleegouders over wat het beste is voor het kind
(35,9%).

Pleegouders van pleegkinderen met een OTS-maatregel ervaren het vaakst praktische
problemen: 63,9% tegenover 46,4% van de pleegouders met pleegkinderen die er op
vrijwillige basis zijn geplaatst en 42,2% van de pleegouders met voogdijpupillen.

Veertien pleegouders die telefonisch zijn gesproken geven aan dat de ervaren praktische
problemen verband houden met het ontbreken van tekenbevoegdheid, bv voor het
aanvragen van een bankrekening, studiebeurs of een schoolinschrijving en met de
benodigde toestemming van ouder(s) of (gezins)voogd voor een vakantie of medische
behandeling. Pleegouders met voogdijpupillen geven aan dat het contact met de voogd van
de gecertificeerde instelling doorgaans goed verloopt, maar dat vaak veel tijd verstrijkt
voordat een handtekening wordt verstrekt of toestemming wordt verleend.

Het blijkt dat bijna een kwart (23,3%) van de pleegouders heeft aangegeven op termijn de
voogdij te willen dragen over hun pleegkind. De meest genoemde reden om
pleegoudervoogd te worden, is dat pleegouders met voogdij zelf belangrijke beslissingen
over het pleegkind kunnen nemen. Bijna even vaak wordt als reden genoemd dat het dan
voor het pleegkind extra duidelijk is dat hij of zij er helemaal bij hoort. Pleegouders die
twijfelen of geen voogdij willen, geven als belangrijkste reden hiervoor aan dat zij het prettig
vinden als de (gezins)voogd het contact tussen de ouder(s) en het kind begeleidt.

5. Blik over de grens: nieuwe regeling België
In België heeft zich recentelijk een interessante ontwikkeling voorgedaan ten aanzien van de

juridische bevoegdheden van pleegouders.
→ De kern van de nieuwe regeling is dat pleegouders gedurende een
pleegzorgplaatsing bij wet het verblijfsrecht en het recht om de dagelijkse
beslissingen (vb. tijd dat het kind moet slapen, of het bij een

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
10 maart 2025
Aantal pagina's
60
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$9.56
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
senneidsardi Rijksuniversiteit Groningen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
279
Lid sinds
3 jaar
Aantal volgers
92
Documenten
42
Laatst verkocht
2 dagen geleden

3.8

17 beoordelingen

5
4
4
7
3
5
2
1
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen