The individual within the group
A. Redbull gives you wings
1 – Begripsverheldering
/
2 – Probleemstelling formuleren
-Waarom presteert iedereen anders in een groep in verschillende situaties?
-Wat is de invloed van de groep op prestatie?
-Wat is de invloed van het publiek?
3 – Brainstorm
-Mensen doen minder hun best in een groep
-Plankenkoorts en social loafing
-Introverte & extroverte persoonlijk heden
-Bewijsdrank/ druk, arousal
-Kan 2 kanten op werken
-Presteren onder druk
-Faalangst
-Moeilijkheidsgraad van de taak, sociale facelitatie
4 – probleem analyse
-Moeilijkheid taak
-Social loafing, deindividualisatie
-Stimulerend, Sociale factoren.
-stress bestendigheid
-expertise/ professionaliteit
-Individueel en in groep
5 – leerdoelen formuleren
-Wat is de invloed van de groep op prestaties?
-Wat is de invloed va toeschouwers op prestaties?
Keywords: Social loafing, Social facilitation , deindividuation.
, 6 – Zelfstudie / 7 – Nabespreking
Literatuur voor probleem A: Kassin & Smit
De aanwezigheid van anderen heeft 3 belangrijke effecten op individuelen:
Social facilitation, Social loafing en deindividualisation.
Social facilitation
Social facilitation → Een proces waardoor de aanwezigheid van andere de
uitvoering van makkelijke taken verbeterd, en de uitvoering van lastige taken juist
verslechterd.
Triplet experiment → Kinderen gingen alleen vissen, en kinderen viste op een
gegeven moment zij aan zij met een leeftijdsgenootje. Het blijkt dat de kinderen bij
toeschouwers meer hun best doen en dus beter scoorde als zij naast een
leeftijdsgenootje viste, dan wanneer zij dit alleen deden.
Dit is te vergelijken met het kakkerlakken experiment waarbij kakkerlakken alleen en
in twee tallen naar een lampje moesten rennen. Samen ging dit in het makkelijke
geval (rechtdoor) beter dan alleen. In het lastige geval (de hoek om) ging alleen
beter dan in twee tallen.
The Zajonc solution (Zajonc, 1965; 1980) (Ook wel ‘General drive state’
genoemd)
1. De aanwezigheid van andere creeërt psychologisch arousal.
2. Toenemende spanning (arousal) verhoogt de neiging voor mensen om de
dominant response uit te voeren. De dominant response is de meest snelle
en makkelijke reactie die opkomt in een mens na geprikkeld te zijn door een
stimulus.
3. De kwaliteit van hoe iemand een taak uitvoert variëert, afhankelijk wat voor
soort taak het is. Bij een makkelijke taak is de dominant response meestal
correct, en versterkt het de uitvoering van de taak dus.
Bij een moeilijke taak is de dominant response vaak fout en verzwakt het de
uitvoering van de taak juist. Dit falen wordt ook wel ‘social inhibition’ en ‘social
interference’ genoemd.
De aanwezigheid van andere mensen → Verhoogde arousal → verhoogde neiging
om te kiezen voor de dominant response → Afhankelijk van een makkelijke of
moeilijke taak verbeterd of verslechterd de uitvoering.
Mere presence → Slechts de aanwezigheid van andere is al genoeg om Social
Facilitation te veroorzaken. Er is een passief publiek.
Evalution apprehension theory →De aanwezigheid van andere veroorzaakt Social
Facilitation als deze in de positie zijn om te evalueren (te judgen) en jij hun niet kan
zien. Doordat jij hun niet ziet (en dus geen inschatting kan maken van bijv.
gezichsuitdrukkingen) verkeer je in onzekerheid. Deze onzekerheid lijdt tot arousal.
A. Redbull gives you wings
1 – Begripsverheldering
/
2 – Probleemstelling formuleren
-Waarom presteert iedereen anders in een groep in verschillende situaties?
-Wat is de invloed van de groep op prestatie?
-Wat is de invloed van het publiek?
3 – Brainstorm
-Mensen doen minder hun best in een groep
-Plankenkoorts en social loafing
-Introverte & extroverte persoonlijk heden
-Bewijsdrank/ druk, arousal
-Kan 2 kanten op werken
-Presteren onder druk
-Faalangst
-Moeilijkheidsgraad van de taak, sociale facelitatie
4 – probleem analyse
-Moeilijkheid taak
-Social loafing, deindividualisatie
-Stimulerend, Sociale factoren.
-stress bestendigheid
-expertise/ professionaliteit
-Individueel en in groep
5 – leerdoelen formuleren
-Wat is de invloed van de groep op prestaties?
-Wat is de invloed va toeschouwers op prestaties?
Keywords: Social loafing, Social facilitation , deindividuation.
, 6 – Zelfstudie / 7 – Nabespreking
Literatuur voor probleem A: Kassin & Smit
De aanwezigheid van anderen heeft 3 belangrijke effecten op individuelen:
Social facilitation, Social loafing en deindividualisation.
Social facilitation
Social facilitation → Een proces waardoor de aanwezigheid van andere de
uitvoering van makkelijke taken verbeterd, en de uitvoering van lastige taken juist
verslechterd.
Triplet experiment → Kinderen gingen alleen vissen, en kinderen viste op een
gegeven moment zij aan zij met een leeftijdsgenootje. Het blijkt dat de kinderen bij
toeschouwers meer hun best doen en dus beter scoorde als zij naast een
leeftijdsgenootje viste, dan wanneer zij dit alleen deden.
Dit is te vergelijken met het kakkerlakken experiment waarbij kakkerlakken alleen en
in twee tallen naar een lampje moesten rennen. Samen ging dit in het makkelijke
geval (rechtdoor) beter dan alleen. In het lastige geval (de hoek om) ging alleen
beter dan in twee tallen.
The Zajonc solution (Zajonc, 1965; 1980) (Ook wel ‘General drive state’
genoemd)
1. De aanwezigheid van andere creeërt psychologisch arousal.
2. Toenemende spanning (arousal) verhoogt de neiging voor mensen om de
dominant response uit te voeren. De dominant response is de meest snelle
en makkelijke reactie die opkomt in een mens na geprikkeld te zijn door een
stimulus.
3. De kwaliteit van hoe iemand een taak uitvoert variëert, afhankelijk wat voor
soort taak het is. Bij een makkelijke taak is de dominant response meestal
correct, en versterkt het de uitvoering van de taak dus.
Bij een moeilijke taak is de dominant response vaak fout en verzwakt het de
uitvoering van de taak juist. Dit falen wordt ook wel ‘social inhibition’ en ‘social
interference’ genoemd.
De aanwezigheid van andere mensen → Verhoogde arousal → verhoogde neiging
om te kiezen voor de dominant response → Afhankelijk van een makkelijke of
moeilijke taak verbeterd of verslechterd de uitvoering.
Mere presence → Slechts de aanwezigheid van andere is al genoeg om Social
Facilitation te veroorzaken. Er is een passief publiek.
Evalution apprehension theory →De aanwezigheid van andere veroorzaakt Social
Facilitation als deze in de positie zijn om te evalueren (te judgen) en jij hun niet kan
zien. Doordat jij hun niet ziet (en dus geen inschatting kan maken van bijv.
gezichsuitdrukkingen) verkeer je in onzekerheid. Deze onzekerheid lijdt tot arousal.