Weekafsluiting, 5-6
Vragen week 1
Welke paracriene factor is verantwoordelijk voor het trekken van mesodermcellen richting de middenlijn van
het embryo tijdens gastrulatie? ->
- Fgf4
- Fgf8
- Wnt3a
Welke genen vertonen cyclische expressie bij somitogenese?
- Notch gerelateerde genen
- FGF8 gerelateerde genen
- Retionoic acid gerealteerde gennen
Welke in situ hybridisatie vertoont expressie van RALDH2?
Homeotische transformatie: wat is een voorbeeld van anterioriseren?
- C7 wordt T1
- L1 wordt T12 – lumbale wervel krijgt een rip
- meer anterior karakter dan eigenlijk moeten hebben
Welke extrinsieke krachten zijn er die bijdragen aan sluiting van de neurale buis?
Convergente extensie is nodig voor:
- inductie van de neurale buis
- vorming van een smalle bodemplaat
- vorming van DLHPs
Welke factor is betrokken bij de differentiatie van enterische neuronen, een type neurale lijstcellen?
- GDNF
- FGF8
- Kit
Verklaar hoe een cholesterol metabolisme mutatie kan leiden tot polydactylie.
- de FGF receptor tyrosine kinase receptor wordt geïnhibeerd
- er vindt overmatige degradatie van beta-catenine plaats
- er wordt geen goede SHH gradiënt gevormd
Waarom is er meer losmazig non-neuronaal epitheel in de Grhl2 mutant muis?
- Grhl2 onderdrukt MET
- Grhl2 activeert MET
- Grhl2 onderdrukt EMT
- Grhl2 activeert EMT
Welk eiwit komt hoog tot expressie in de apical ectodermal ridge (AER)?
- TBX4 – laterale plaat mesoderm (achterpoten)
- TBX5 – laterale plaat mesoderm voorpoten
- FGF4 – progress zone
- FGF8 – meest distale puntje van ledemaat knop
- FGF10 – progress zone
De thalidomide (softenon) analoog CPS49 is een teratogeen. Wat is het effect van blootstelling bij HH 13-15
embryo's?
- embryonale sterfte binnen 12 uur
- ernstige ledemaatafwijkingen
- geen waarneembaar effect
, Humane ontwikkeling
Oefententamen
Vragen week 1
1. Wanneer het gen voor Retinaldehyde dehydrogenase type 2 (RALDH-2, het aanmaakenzym
van retinoïnezuur) is uitgeschakeld (Raldh2 knockout muis) zal de Fgf8 expressie in de
staartknop toenemen in craniale richting. Hierdoor zal:
a. De somietvorming worden geremd.
b. De somietvorming worden gestimuleerd.
c. De pootvorming worden geremd.
d. De pootvorming worden gestimuleerd.
2. Bij de specificatie van neuronen stimuleert BMP:
a. Ventrale differentiatie van de neurale buis in motorneuronen.
b. Ventrale differentiatie van de neurale buis in sensorische neuronen.
c. Dorsale differentiatie van de neurale buis in motorneuronen.
d. Dorsale differentiatie van de neurale buis in sensorische neuronen.
3. Gastrulatie van de kip is nagenoeg voltooid, zichtbaar aan de positie van de primitiefknop in het
uiterst caudale deel van het embryo, na:
a. 6 uur
b. 24 uur
c. 48 uur
d. 72 uur
4. In het onderzoek van Ray en Niswander, waarin neurale buissluiting werd bestudeerd, is de
expressie van Esrp1, Sostdc1, Fermt1, Tmprss2 en Lamc2 onderdrukt d.m.v. shRNA. Een
toename in de expressie van vimentin en een afname in de expressie van ZO1 werd gevonden.
Hiermee kon aangetoond worden dat deze genen een rol spelen bij:
a. De onderdrukking van de epitheliale-mesenchymale transitie.
b. De stimulatie van de epitheliale-mesenchymale transitie.
c. De onderdrukking van de mesenchymale-epitheliale transitie.
d. De stimulatie van de mesenchymale-epitheliale transitie.
5. De thalidomide (softenon) analoog CPS49 is een teratogeen. Wat is het effect van blootstelling
bij HH (Hamburger-Hamilton) 13-15 embryo's?
a. Embryonale sterfte binnen 12 uur.
b. Ernstige vleugelafwijkingen.
c. Ernstige pootafwijkingen.
d. Geen waarneembaar effect.
6. In onderstaande figuur zijn 5 experimentele interventies uitgevoerd bij de zich ontwikkelende
voorpootknop in de kip (linkerkolom, nummers 1-5). Beredeneer wat het effect is van elk van
deze interventies op de uitgroei van deze vleugelknop. Je kunt uit 4 effecten kiezen
(rechterkolom, letters A-D). Genoemde effecten kunnen meerdere malen voorkomen.
Interventies
1. de apical ectodermal ridge (AER) is verwijderd