Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
College aantekeningen

Werkgroepuitwerkingen materieel SR jaar 2

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
39
Geüpload op
11-03-2025
Geschreven in
2024/2025

Alle werkgroepuitwerkingen en tt stof van materieel SR jaar 2. Gehaald cijfer 8.8

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Materieel strafrecht werkgroepopdrachten

Week 1
JURISPRUDENTIE
 HR 14 februari 1916, NJ 1916, 681 (Melk en water)
 HR 20 februari 1933, NJ 1933, 918 (Huizense veearts)
 HR 10 september 1957, NJ 1958, 5 (Zwarte Ruiter)
 HR 21 november 1995, NJ 1996, 452 (Laadbak)
 HR 17 januari 2006, NJ 2006, 303 (Taxibus)
 HR 10 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1358 (Daderschap door interpretatie)


Zelfstudieopdrachten
1. Wat wordt bedoeld met de ‘bestanddelen’ en wat met de ‘elementen’ van een strafbaar feit?
2. Wat zijn formele delicten en wat zijn materiële delicten?
3. Wat zijn gekwalificeerde delicten en wat zijn geprivilegieerde delicten?
4. Welke deelnormen liggen in het legaliteitsbeginsel besloten?
5. Welke aan de rechter ter beschikking staande interpretatiemethoden worden onderscheiden?
6. Wat is het verschil tussen extensieve interpretatie en analogische interpretatie?
7. Wat wordt bedoeld met de termen ‘positief’ en ‘negatief retributivisme’?
8. Waarom wordt Cesare Beccaria wel als een typisch utilitaristisch denker beschouwd?
9. Leg uit waarom de wetenschappelijke benadering van de Utrechtse School uit de jaren 1950
wel als ‘ethisch-humanistisch’ wordt aangeduid.
10. Wat wordt bedoeld met de term ‘verenigingstheorie’?
11. Welke vier vormen van ‘moral luck’ onderscheidt Thomas Nagel? Wat bedoelt hij met deze
vier vormen van ‘moral luck’?
12. Leg uit waarom de kwestie van ‘moral luck’ in ons strafrecht met name ten aanzien van de
culpoze misdrijven speelt.


Werkgroep opdrachten
Opdracht 1: Minicasus Inbraak in café
Lees de casus en beantwoord de vraag schriftelijk en gemotiveerd.
Minicasus
Rosa is eigenaar van een dorpscafé. In het café is de afgelopen maanden al een paar keer
ingebroken. De woning van Rosa bevindt zich boven het café. Wanneer Rosa op een nacht wakker
schrikt van geluid uit het gesloten café, gaat zij poolshoogte nemen. Zij treft een inbreker aan die zich
verstopt heeft achter de gokkast. Rosa raakt door angst bevangen en slaat de inbreker met een
houten bezem op het hoofd. Rosa wordt vervolgd en haar wordt mishandeling (art. 300 lid 1 Sr) ten
laste gelegd. Ter terechtzitting doet Rosa een beroep op psychische overmacht, een
schulduitsluitingsgrond.
Vraag: Stel, de rechter aanvaardt het verweer van Rosa. Tot welke einduitspraak moet de rechter
komen?
Voorwaarden voor een strafbaar feit
- Menselijke gedraging: in dit geval een inbreker met een houten bezem op het hoofd slaan dus
het handelen. Is er sprake van een conditio sine qua non verband  ja want door het slaan
met de bezem had de inbreker verwondingen
- Delictsomschrijving (kwalificatie): art 1 Sr legaliteitsbeginsel
o Lex certa Dit betekent dat de wet duidelijk moet zijn. De regels moeten precies
omschreven zijn, zodat iedereen kan weten wat wel en niet strafbaar is
o Lex scripta Alleen geschreven wetten tellen. Dit houdt in dat alleen strafbare feiten die
in de wet staan, strafbaar zijn. Je kan dus niet gestraft worden voor iets wat niet in
een geschreven wet is vastgelegd.
o Verbod op analogie Dit betekent dat een rechter niet zomaar strafbare feiten mag
uitbreiden naar andere gevallen die niet expliciet in de wet staan.
o Verbod op terugwerkende kracht Dit houdt in dat je niet gestraft kan worden voor iets
dat op het moment dat je het deed, nog niet strafbaar was. Als de wet later verandert
en jouw daad strafbaar wordt, mag je daar niet voor gestraft worden.

, - Wederrechtelijkheid (daad is strafbaar) Wanneer een gedring valt binnen de grenzen van een
wettelijke delictsomschrijving wordt deze doorgaans verondersteld wederrechtelijk te zijn. In
dit geval art. 300 lid 1 sr. Er is hier denk ik sprake van onbewuste schuld als element
- Verwijtbaarheid (dader strafbaar). Wanneer schuld geen onderdeel is van de
delictsomschrijving, maar een element, dan betekent dat verwijtbaarheid. Het straffen van een
persoon wordt slechts gerechtvaardigd indien de dader een verwijt kan worden gemaakt.
Geen straf zonder schuld (HR Melk en water arrest). Wordt verondersteld aanwezig te zijn.
Indien er een correctie op de verwijtbaarheid moet worden uitgevoerd kan dat door een
schulduitsluitingsgrond. Eisen daarvan:
o Proportionaliteitsvereiste (proportioneel)
o Subsidiariteitsvereiste (geen andere mogelijkheid)
o Garantenstellung (verhoogde zorgplicht op basis van speciale positie)
o Culpa in causa (eigen schuld)
Aan voldaan  in dat geval OVAR art 352 lid 2 Sv. Wel bewezen dus daarom OVAR. Geen noodweer
want ze wordt niet aangevallen.

Opdracht 2: Straftheorieën en ‘moral luck’ in de praktijk
Bestudeer de arresten HR 10 september 1957, NJ 1958, 5 (Zwarte Ruiter) en HR 17 januari 2006, NJ
2006, 303 (Taxibus) en beantwoord de volgende vragen schriftelijke en gemotiveerd.
1. De verdachte in het Zwarte Ruiter-arrest (HR 10 september 1957, NJ 1958, 5) was
veroordeeld tot vijftien jaren gevangenisstraf plus de maatregel terbeschikkingstelling,
ondanks de verminderde mate van toerekenbaarheid van de verdachte. Bespreek de
verschillende straftheorieën en leg uit hoe dit arrest valt te plaatsen binnen het onderscheid
tussen de retributivistische en de utilitaristische straftheorieën. Betrek hierbij ook de door
Pompe in zijn noot geuite kritiek op het arrest ten aanzien van de vraag in hoeverre deze
sanctietoemeting op gespannen voet staat met de uitgangspunten van de ‘verenigingstheorie’.
Retributivisme is eigenlijk vergelding als grondslag van de straf. Een absolute theorie die stelt dat
degene die het misdrijf is begaan het eigenlijk heeft verdiend. Schuld is grondslag.
Utilitarisme is meer nut als grondslag voor de straf dus wat kunnen we bereiken met een
strafoplegging qua de effecten dat met meebrengt. Dat is een relatieve theorie. Doelen en effecten
Verenigingstheorie is eigenlijk een soort combi. Het erkent dat straffen soms nodig is omdat iemand
het verdient (retributivisme), maar voegt er ook aan toe dat we met straffen ook een doel voor de
toekomst willen bereiken (utilitarisme), zoals het voorkomen van misdaden of het verbeteren van de
samenleving. Er wordt gestraft omdat het eerlijk is en nuttig. Schuld moet wel de grondslag zijn maar
met hoe we het vormgeven kijken we naar de doelen en effecten.
Het arrest Zwarte ruiter, er werd een gevangenisstraf en tbs opgelegd met het oog om hem even uit
de samenleving te halen maar toen hij z’n straf had uitgezeten begon hij met zingen en zn leven
veranderen. Het lag de vraag bloot waarom er gestraft werd en waarom iemand bij terugkeer nar de
samenleving wat we dan willen bereiken, terwijl de rechtbank dacht van we houden hem juist even uit
de samenleving ter bescherming. In het licht van retributivisme utilitarisme is er nu rebutivisme
toegepast maar had er beter gekeken kunnen worden naar het utilitarisme en het nut van het
opleggen van de straffen. Dit arrest gaat over het tweesporenstelsel. Dit is een gedachte dat er 2
soorten sancties zijn (straffen en vergelden) en maatregelen (niet vergeldend van aard zoals tbs)
Pompe zegt 2 dingen die er bij aansluiten dat het opmerkelijk is dat er voor deze straf is gekozen
1. Men kan zich afvragen of voldoende rekening is gehouden met het schuldkarakter van ons
strafrecht, gegeven de verminderde toerekenbaarheid van de verdachte. Er is immers naast
tbs, ook een lange gevangenisstraf opgelegd. Dit betekent dat ‘straf naar mate van schuld’
niet als beginsel wordt gehanteerd en dat blijkbaar de ernst van het feit ook betrokken moet
worden. Dit is geoorloofd, gezien het feit dat ons strafrecht geen rechtsregel kent die verbiedt
dat een straf wordt opgelegd die zwaarder is dan de schuld.
2. Ten tweede handelt de rechtbank in strijd met de wet door uit te spreken dat hij weinig
vertrouwen heeft in de beveiligende werking van de tbs-maatregel en dat om die reden ook
een gevangenisstraf wordt opgelegd. De wetgever heeft het juist zo bedoeld dat tbs een
middel is ter beveiliging der maatschappij tegen psychisch gestoorde delinquenten. Door
gevangenisstraf op te leggen in combinatie met tbs in plaats van alleen tbs, begeeft de rechter
zich op het gebied van de uitvoerende macht.

2. In het arrest Taxibus (HR 17 januari 2006, NJ 2006, 303) is door de Hoge Raad de
veroordeling van de verdachte wegens overtreding van het culpoze verkeersmisdrijf van art. 6
WVW 1994 in stand gelaten. De verdachte was door het Hof veroordeeld tot een werkstraf

, voor de duur van 240 uur en een rijontzegging voor de duur van drie jaar. Bespreek in
hoeverre deze uitkomst van de zaak valt te verklaren in het licht van de opvattingen van
Thomas Nagel over ‘moral luck’.
Nagel legt eigenlijk uit dat het oordeel vaak afhangt van factoren die buiten de controle van de dader
liggen. Hij omschrijft 4 soorten luck:
Constitutive luck: Dit verwijst naar toeval afhankelijk van iemands karakter en eigenschappen.
Circumstantial luck: Dit betreft de situaties waarin iemand zich toevallig bevindt. In het Taxibus-
arrest speelde de verdachte een rol in een tragisch ongeval omdat hij op dat moment in een situatie
was waarin hij een fout maakte.
Luck by antecedent circumstances: Dit verwijst naar het toeval van gebeurtenissen voorafgaand
aan de daad, die de handeling beïnvloeden.
Luck by result: Dit is toeval afhankelijk van hoe een handeling uiteindelijk uitpakt. In dit geval
veroorzaakte de fout van de verdachte een dodelijk ongeluk, terwijl dezelfde fout op een andere dag
misschien zonder ernstige gevolgen had kunnen blijven. Want hij reed de fietsoversteekplaats op en
gedroeg zich onoplettend maar het had ook gekund dat er niemand fietste.

In het arrest Taxibus heeft de verdachte zich zeer onvoorzichtig en onoplettend gedragen door
een fietsersoversteekplaats op te rijden zonder dat hij had gezien dat een achter zijn moeder fietsend
kind, dat toen aan zijn zicht was onttrokken en voor zijn bus was gevallen, de weg al was
overgestoken. Er is in casu sprake van nalatigheid wat heeft geleid tot een naar ongeval. Hoewel de
chauffeur absoluut geen intentie had om het kindje aan te rijden, wordt hem toch een straf opgelegd.
Dit komt door de ‘luck in one’s circumstances’ die Thomas Nagel in zijn artikel over ‘moral luck’
beschrijft. Als de chauffeur nalatig was opgetreden, maar andere omstandigheden zich hadden
voorgedaan, waarbij er geen kind voor hem was gaan fietsen, dan was zijn ‘moral record’ heel anders
geweest. Wij veroordelen mensen echter voor wat zij daadwerkelijk doen (of falen om te doen) en niet
voor wat zij hadden gedaan als de omstandigheden anders waren geweest. Derhalve is de verdachte
in casu veroordeeld tot een werkstraf van 240 uur en een rijontzegging voor de duur van drie jaar. Het
gaat volgens Nagel dus niet perse om strafrechtelijke aansprakelijkheid maar het gaat naar hoe
mensen morele afwegingen maken. De uitkomst van de situatie (gevolgen) zorgt ervoor dat we de
situatie strafrechtelijk ook anders waarderen. Als de bestuurder het jongetje net op tijd had gezien,
was er geen rechtszaak geweest. Verder is in casu enerzijds sprake van een Garantenstellung (aan
de kant van de chauffeur) en anderzijds van mogelijke dwaling door het handgebaar van de moeder.
Relevant is de noot van Boerema, punt 3, waarin hij schrijft dat volgens hem de veroordeling door het
Hof wordt ingegeven door de behoefte te vergelden, en er onvoldoende aandacht is geweest voor de
daadwerkelijke schuld van de verdachte. Dit kan gekoppeld worden aan het concept van ‘moral luck’.
De intentie achter de gedragingen is niet altijd evenredig aan het morele oordeel.

Opdracht 3: Casus Knetterkaarsen
Op reis door China is ondernemer Ben in contact gekomen met een Chinese fabrikant van
knetterkaarsen. Knetterkaarsen zijn geurkaarsen met een speciaal lont dat bij het branden van de
kaars een knetterend geluid geeft, lijkend op een haardvuur. Met het najaar in aantocht ziet Ben wel
wat in het importeren van deze knetterkaarsen naar Nederland. De knetterkaarsen dragen bij aan de
gezelligheid in huis. Ben verwacht veel knetterkaarsen te kunnen verkopen. Met zijn bedrijf Cosy
Home B.V. importeert hij een grote partij knetterkaarsen. Vervolgens stuurt hij zijn vertegenwoordiger
op pad om langs tuincentra te gaan om de knetterkaarsen daar te koop aan te bieden. Enkele
tuincentra zien wel wat in de knetterkaarsen en kopen partijen knetterkaarsen van de
vertegenwoordiger van het bedrijf Cosy Home B.V.
Als snel blijkt dat consumenten die knetterkaarsen hebben gekocht in de tuincentra, klachten hebben
over de knetterkaarsen. Het blijkt dat kort na het aansteken van een knetterkaars er een chemische
reactie ontstaat waarbij er een steekvlam ontstaat. Naar aanleiding van de klachten wordt de
Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) ingeschakeld.
Uit onderzoek van NVWA blijkt dat de fabrikant magnesiumdeeltjes in het lont van de knetterkaars
heeft verwerkt. Magnesium geeft een fel wit licht in de vorm van een steekvlam wanneer het tot
ontbranding komt. De NVWA stelt vast dat de knetterkaarsen bijzonder gevaarlijk zijn voor mensen.
Als de knetterkaarsen worden aangestoken is in elk geval degene die de knetterkaars heeft
aangestoken, dicht in de buurt van de kaars. Als de magnesiumdeeltjes in het lont dan ontbranden,
kan die persoon verbrandingswonden oplopen door de steekvlam. Ook kunnen voorwerpen in huis
vlam vatten; de knetterkaarsen kunnen brand veroorzaken.
De NVWA vindt het een ernstige zaak en informeert het openbaar ministerie. De officier van justitie
besluit Ben als enig directeur en grootaandeelhouder van Cosy Home B.V. te vervolgen wegens

, overtreding van artikel 18 sub a Warenwet. Dit levert een economisch delict op; het is een overtreding
(zie art. 1 sub 4 jo. 2 lid 4 WED). Artikel 18 sub a Warenwet luidt, voor zover relevant:

‘(...) het [is] verboden:
a. waren, niet zijnde eet en drinkwaren, te verhandelen waarvan degene die deze waren verhandelt,
weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij bij het gezien hun bestemming te verwachten gebruik
bijzondere gevaren kunnen opleveren voor de veiligheid of gezondheid van de mens, of indien het
technische voortbrengselen betreft, tevens voor de veiligheid van zaken’

Ter terechtzitting voert de raadsman van Ben aan dat Ben moet worden ontslagen van alle
rechtsvervolging omdat Ben helemaal geen dader is van de ten laste gelegde overtreding van artikel
18 sub a Warenwet. Ben verhandeld volgens de raadsman geen knetterkaarsen. Hij wijst op artikel 1
lid 1 sub e Warenwet, waarin staat dat onder ‘verhandelen’ moet worden verstaan: ‘het te koop
aanbieden, uitstallen, tentoonstellen, verkopen, afleveren of voorhanden of in voorraad hebben van
een waar’. Dat heeft Ben niet gedaan. De vertegenwoordiger van het bedrijf Cosy Home B.V. is
degene die naar de tuincentra is gegaan en daar de knetterkaarsen te koop heeft aangeboden. Toen
bleek dat de tuincentra belangstelling hadden voor de knetterkaarsen, heeft de vertegenwoordiger de
knetterkaarsen verkocht aan de tuincentra. Dus de vertegenwoordiger geldt als dader. De raadsman
voegt er vervolgens aan toe dat als de officier van justitie Ben met succes had willen vervolgen, hij het
doen plegen van de overtreding van artikel 18 sub a Warenwet ten laste had moeten leggen.

1. Heeft het verweer van de raadsman kans van slagen?
Het arrest HR Daderschap door interpretatie. Daaruit blijkt dat je zeggenschap en beslissingsmacht
moet hebben om als dader aangemerkt te worden. 2 mannen gingen mailtjes sturen met daarin valse
beursgevoelige informatie – strafbaar want dat ontregelt het economisch verkeer. Ze gingen naar een
hostel om het vanaf de computer daar uit te voeren. De ene had getypt en de ander dicteerde en zat
ernaast. De dictator zegt ja ik heb het niet gepleegd het gaat om medeplegen. De Hoge Raad vond
van niet.

Ben met de knetterkaarsen is hetzelfde geval.

2. Wat valt op bij het strafbare feit van artikel 18 sub a Warenwet in vergelijking met veel andere
overtredingen?
Artikel 18 van de Warenwet bevat een subjectieve component. Het is strafbaar om waren te
verhandelen waarvan de persoon weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij gevaar opleveren voor
de veiligheid of gezondheid van de mens. Dit impliceert dat het gaat om het bewustzijn van degene
die de waren verhandelt, of op zijn minst de redelijke mogelijkheid dat hij op de hoogte had kunnen of
moeten zijn van het gevaar. Dit maakt het een culpa-delict, waarbij schuld of nalatigheid een rol
speelt.

3. Is artikel 18 sub a Warenwet een krenkingsdelict? Waarom wel/niet?
Artikel 18 van de Warenwet, zoals in de casus beschreven, is een gevaarzettingsdelict en geen
krenkingsdelict.
Uitleg:
 Krenkingsdelicten zijn delicten waarbij een rechtsgoed (zoals leven of gezondheid)
daadwerkelijk is aangetast. Een voorbeeld hiervan is doodslag, waarbij het recht op leven
daadwerkelijk wordt geschonden.
 Gevaarzettingsdelicten daarentegen hebben betrekking op het in het leven roepen van een
gevaar. Het gaat er niet om dat er al schade is ontstaan, maar om de mogelijkheid dat schade
zou kunnen ontstaan door de handeling. Hier wordt het risico centraal gesteld, ongeacht of er
daadwerkelijk schade is opgetreden.
In het geval van artikel 18 Warenwet gaat het om het verhandelen van producten waarbij degene die
deze verhandelt weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het gevaar voor veiligheid of gezondheid
oplevert. Het gevaar hoeft dus niet daadwerkelijk te zijn ingetreden; het gaat om het in gevaar brengen
van veiligheid of gezondheid. Dit maakt artikel 18 een gevaarzettingsdelict en niet een krenkingsdelict.

Opdracht 4: Arrestanalyse Melk en Water
In het laatste deel van de werkgroep ga je oefenen met het analyseren van een van de deze week
voorgeschreven arresten. Daarmee oefen je voor deeltoets A, waarin deze vaardigheid centraal staat.
De vragen krijg je in de werkgroep, en hoef je dus niet thuis voor te bereiden. Het is daarentegen wel

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
11 maart 2025
Aantal pagina's
39
Geschreven in
2024/2025
Type
College aantekeningen
Docent(en)
Nauta
Bevat
Alle colleges

Onderwerpen

$9.19
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
meikevanderidder

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
meikevanderidder Universiteit Utrecht
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
-
Lid sinds
1 jaar
Aantal volgers
0
Documenten
14
Laatst verkocht
-

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen