Vlakken
- Transversale vlak: Dit vlak verdeelt het
lichaam in een onder- en bovenzijde. Een
torsiebeweging (draaiing bovenlichaam) valt
in dit vlak.
- Frontaal vlak: Dit vlak verdeelt het lichaam
ventraal en dorsaal. De ventrale zijde ligt
aan de voorkant en de dorsale kant is de
achterkant. Als je zijwaarts heft, dan is dat
in het frontale vlak.
- Sagittaal vlak: Dit vlak verdeelt het lichaam
in een linker- en rechterzijde. Het
voorwaarts heffen valt bijvoorbeeld in dit
vlak.
Assen
- Longitudinale as (omhoog naar omlaag): Dit is de as die van
boven naar beneden loopt (door je hoofd vanaf de bovenkant en komt bij de anus
weer eruit – de lijn dan ;)).
- Sagittale as (voren naar achteren): Deze as is de lijn van voren naar achteren
(rugzijde naar buikzijde)
- Frontale/Transversale as (links naar rechts): Dit is de lijn die van links naar rechts
loopt (door linkerheup en komt weer uit de rechterheup).
Longitudinaal Sagittaal Frontaal/transversaal
,Bewegingen
Binnen de vlakken en assen kunnen verschillende bewegingen plaatsvinden:
- Rotatie (draaiing buiten/binnen om):
Er zijn 2 soorten rotaties: Exorotatie (buitenwaarts) Endorotatie
(binnenwaarts). Exo- en endorotaties, zijn bewegingen die plaatsvinden in het
schouder, heup en (gebogen) kniegewricht. Naast deze “grote” rotaties is er
ook een 4 tal kleine rotaties wat de beweging in hand en voeten beschrijven:
Supinatie(opendraaien)/pronatie (dicht draaien) en Inversie(naar
buiten)/eversie(naar binnen).
- Abductie (van je af) en adductie (naar je toe)
Ab- en adductie vinden plaats bij de armen en benen. Deze bewegingen
vinden plaats in het frontale vlak.
- Flexie (buigen) en extensie (strekken)
Deze bewegingen vinden voornamelijk plaats in het sagittale vlak. Flexie en
extensie komen voor in het heup, knie, schouder en elleboog gewricht. Ook
in de tenen en de vingers vindt flexie en extensie plaats.
Voor het voorwaarts bewegen van de hele arm, hele been, de romp en het
hoofd worden de termen anteflexie (naar voren) en retroflexie (naar achter)
gebruikt.
Het op en neer bewegen van de hand en voet krijgt een
aparte benaming. Dorsaalflexie (bovenzijde hand of
voet omhoog bewegen)/plantairflexie(naar beneden
bewegen)
Al deze bewegingen worden in deze video's uitgelegd:
https://www.youtube.com/watch?v=5YcNAPzDxDg
https://www.youtube.com/watch?v=zkL6r9hi86A&t=211s
In onderstaande tabel staat welke beweging bij welke as en vlak horen:
As Vlak Beweging
Longitudinaal Transversaa Rotatie = links of rechts draaien
l
Transversaal Sagitaal Flexie en extensie = buigen en strekken
Sagitaal Frontaal Abductie en adductie = van je af en naar je toe
, Richtingen
De richtingen worden altijd bekeken vanuit de
anatomische houding. Een anatomische houding
wordt herkend aan de volgende punten:
- Rechtopstaande mens
- Voeten naast elkaar
- In de lucht zwevend
- Armen langs het lichaam
- Handpalmen naar voren
- Recht vooruit kijkend.
Mediaal en lateraal
Mediaal = naar de middellijn
Lateraal = van de middellijn af
Superior en inferior
Superior = naar boven
Inferior = naar beneden
Ventraal en dorsaal (hele lichaam)
Ventraal = voor
Dorsaal = achter
Anterior en posterior (specifiek/kleine aanduiding)
Anterior = voor
Posterior = achter
Anterior en posterior worden ook wel eens gebruikt
ipv ventraal en dorsaal.
Proximaal en distaal (alleen bij de benen en
armen)
Proximaal = Dichtbij de romp
Distaal = van de romp af
Gewrichten
Synoviale gewrichten zijn de meest voorkomende en meest ingewikkelde gewrichten van
het lichaam. Het vloeistof (synovia) in de gewrichtsholte zorgt ervoor dat bewegingen tussen
de botstukken soepel verlopen.
Gewrichten zijn in te delen in:
- aantal assen
- aantal bewegingsgraden
- aantal gewrichtsvlakken