College-opdracht I: Relatieontwikkeling
1. Geef kort aan wie je hebt gesproken en hoe. Kende je de persoon al een beetje of
helemaal niet? Is de bekende een familielid, relatie of vriend(in)? Wat was de context (bijv.
carnaval, café, Facebook, thuis, op straat, in bed)?
Ik heb voor het gesprek met iemand die je goed kent een gesprek met een goede vriendin
van mij gebruikt. Dat gesprek was afgelopen weekend en het begon online via Snapchat en
op de zaterdagavond waren we met de groep bij haar en ‘maakten we het gesprek af’. Voor
het gesprek met een onbekende heb ik een gesprek met vriendin van een vriend gepakt,
die ik nog nooit eerder had gesproken of gezien. Dat gesprek was net voor het uitgaan om
elkaar beetje te leren kennen.
2. Maak een lijst van onderwerpen waar je het over hebt gehad in beide gesprekken. Geef
van elk onderwerp in beide gesprekken aan hoe intiem dat onderwerp is door het
onderwerp een cijfer te geven van 1 (=niet intiem) tot 3 (=heel intiem).
Gesprek met bekende
- Studie (2)
- Selectiedag van studie (2)
- Hockey (1)
- Vriendin van ons beiden (3)
- Activiteiten van het weekend (2)
- Haar examenjaar (2)
- Volgend schooljaar (2)
- Op kamers gaan (3)
Gesprek met onbekende
- Studie (1)
- Onze broertjes (kennen elkaar) (2)
- Onze gezamenlijke vriend (2)
- Woonplaats (1)
- Middelbare school (2)
- Dagelijks leven (1)
- Songfestival (1)
3. Vergelijk de onderwerpen en intimiteit van de onderwerpen tussen beide gesprekken.
Wat valt je op?
Het valt me op dat er best een aantal onderwerpen overlappen, alleen gaat het binnen het
onderwerp wel over andere dingen. Met de bekende is het vaak wat dieper, omdat je elkaar
kent en weet van elkaars situatie. Met de onbekende is het heel oppervlakkig elkaar leren
kennen. Over het algemeen zijn de onderwerpen met de bekende wel intiemer dan met de
onbekende.
1. Geef kort aan wie je hebt gesproken en hoe. Kende je de persoon al een beetje of
helemaal niet? Is de bekende een familielid, relatie of vriend(in)? Wat was de context (bijv.
carnaval, café, Facebook, thuis, op straat, in bed)?
Ik heb voor het gesprek met iemand die je goed kent een gesprek met een goede vriendin
van mij gebruikt. Dat gesprek was afgelopen weekend en het begon online via Snapchat en
op de zaterdagavond waren we met de groep bij haar en ‘maakten we het gesprek af’. Voor
het gesprek met een onbekende heb ik een gesprek met vriendin van een vriend gepakt,
die ik nog nooit eerder had gesproken of gezien. Dat gesprek was net voor het uitgaan om
elkaar beetje te leren kennen.
2. Maak een lijst van onderwerpen waar je het over hebt gehad in beide gesprekken. Geef
van elk onderwerp in beide gesprekken aan hoe intiem dat onderwerp is door het
onderwerp een cijfer te geven van 1 (=niet intiem) tot 3 (=heel intiem).
Gesprek met bekende
- Studie (2)
- Selectiedag van studie (2)
- Hockey (1)
- Vriendin van ons beiden (3)
- Activiteiten van het weekend (2)
- Haar examenjaar (2)
- Volgend schooljaar (2)
- Op kamers gaan (3)
Gesprek met onbekende
- Studie (1)
- Onze broertjes (kennen elkaar) (2)
- Onze gezamenlijke vriend (2)
- Woonplaats (1)
- Middelbare school (2)
- Dagelijks leven (1)
- Songfestival (1)
3. Vergelijk de onderwerpen en intimiteit van de onderwerpen tussen beide gesprekken.
Wat valt je op?
Het valt me op dat er best een aantal onderwerpen overlappen, alleen gaat het binnen het
onderwerp wel over andere dingen. Met de bekende is het vaak wat dieper, omdat je elkaar
kent en weet van elkaars situatie. Met de onbekende is het heel oppervlakkig elkaar leren
kennen. Over het algemeen zijn de onderwerpen met de bekende wel intiemer dan met de
onbekende.