Hoofdstuk 1
Het boek begint met een omgevingsschets. Het is een vroege ochtend in oktober en je bevind je in
een stad met een café. Welke stad, dat mag je zelf bepalen. Je loopt naar het station, dat in een
prachtige omgeving ligt. Celeste geeft je de rekening en je vaste bestelling. Langs de kade, waar veel
cafeetjes zitten, geniet je van je koek. Nadat je een rood plein gepasseerd bent, kom je aan bij Café
Dorian. Daar zit Bern, een vaste en tevens eerste klant van het café. Je bent op tijd. Hollanders zijn
sowieso punctueel. Dat vind hij fijn. Dan volgt een beschrijving van het café en van Bern. Niemand
weet waar de naam 'Café Dorian' vandaan komt.
Bern en zijn moeder kwamen altijd bij het café van Robert en toen deze verkocht werd aan de
Hollander waar het boek over gaat, werd de Hollander gelijk uitgenodigd voor de begrafenis van de
moeder van Bern. Bern is naast zijn moeder ook zijn vader verloren. Van hun waren weinig beelden.
Hij had een lastige jeugd gehad en werd gepest. Zijn uitnodiging verraste je. Je komst zorgde voor
veel aansluiting in de buurt.
In het café kwamen sowieso veel vaste klanten. Er zit een dakloze hond voor de deur die ooit is
gevoerd door de Hollander en die hem gevolgd is.
Olaf is een van deze vaste klanten. Hij is een Vlaamse advocaat die blij is dat hij eindelijk Nederlands
met iemand (de Hollander) kan spreken. Hij is er met collega's. Hij verteld je dat je geld van hem kan
lenen als dat ooit nodig zal zijn, bijvoorbeeld om de ijsmachine te laten repareren. Een andere
bareigenaar, Bertran van bar Mio, vraagt of je op zijn dochter wilt letten die boven je komt wonen.
's Ochtends is het het drukst in het café, want pensionado's zijn vaak vroeg wakker en gaan dan op
zoek naar koffie. Om acht uur 's avonds is de gezelligheid er wel weer vanaf. Alleen de
achtuurmannen spelen dan nog een potje kaart. Op zondag is de Dorian gesloten.
Het perspectief van het verhaal is erg apart. De verteller richt zich direct tot de hoofdpersoon,
Guillaume, door hem met “jij” aan te spreken.
Er is nu ook een ik-figuur. Deze spreekt over jou, Guillaume, maar het is niet precies duidelijk wat
jullie relatie precies inhoudt. Wel hoor je kort dat ze zwanger van Guillaume was geweest.
Astrud kookt in een caravan voor je. Het smaakt heerlijk. Je vraagt wat ze nog meer kan maken.
Hoofdstuk 2
Je gebruikt de lening die je aangeboden hebt om nieuw keukengerij te kopen. Astrud komt bij je
werken. Haar lijn raakt nu verbonden met de jouwe. Alle vaste gasten komen weer langs, maar nu
om te eten. Bertran helpt ongevraagd met afruimen, Astrud vraagt wanneer er extra hulp komt. Dat
, kunnen ze wel gebruiken. Je kreeg fooi en bloemen. Dat raakte je. Zelfs Pauli kon zijn bokkigheid op
zak houden en er volgde applaus.
Silve neemt veel van de voorbereiding over als hulp. Na zessen zijn er door de goede voorbereiding
van Astrud weinig handelingen meer nodig. Haar kraam en werkzaamheden in de Dorian worden
haar echter teveel. Ze is al oud. Ze wil wel een vast contract hebben van de Hollander, want ze zou
anders haar zekerheid kwijtraken. Je moet nu een lastige keuze gaan maken, want Olafs contract is
niet voldoende om de kosten te dekken dus je zal de min in gaan en een jonge chef zou meer
perspectief voor de toekomst. Je biedt haar ondanks haar leeftijd een vast contract aan.
Het is een leuke manier van schrijven dat je zo meegenomen wordt in de beslissingen van Guillaume.
De gerechten worden daarnaast fantastisch beschreven. Je voelt het genot van de eters door het
boek heen. De zwerfhond buiten op de stoep is een terugkerend motief.
"Ze noemen u Hollander? Daar komt u vandaan?", vertelt een recensent die blijft eten. Dat was voor
mij het eerste teken dat het restaurant zich niet in Nederland bevindt.
Het wordt steeds drukker in de Dorian. Bern helpt daarom vaak mee. Hij praat met klanten over je
geheimzinnigheid. Hij vraagt hoe je heet. Dat pik je niet. Hij lijkt bezorgd om je.
Het perspectief schakelt weer naar de ik-figuur, die verteld dat je vaak terugdenkt aan het kind, wat
dat ook mag betekenen.
Bern vraag je of hij een vast contract wil hebben. Hij gaat er over nadenken. Je beseft je dat je met
een bejaarde kok, instabiele wees en een studente die elk moment door haar pa ontnomen kan
worden (?) een knaldruk restaurant aan het runnen bent.
Het blijkt dat Astrud ooit ontslagen was bij haar oude werkgever, omdat een jongen van 17 door
haar toedoen was overleden. Amandelen hadden er iets mee te maken, dus vermoed ik dat hij
allergisch was. Het moment om haar te vragen wat er gebeurd is, is nog niet aangebroken. Wel valt
op dat ze anders reageert als er klanten langskomen die haar van het andere restaurant al kennen.
De recensie moet morgen verschijnen. Astrud oogt nerveus. Je ontdekt bij Silve een blauwe plek. Je
vraagt of haar vader, die je een poos eerder ontmoet hebt toen hij vroeg of je een beetje op zijn
dochter (woont boven het café) wou letten. Silve praat een paar dagen later over haar
verwondingen, maar ontkent alle vormen van mishandeling.
Je wil weer contracten geven aan Silve en Bern, waarvan laatstgenoemde nog nooit gewerkt heeft.
Hij is bang zijn uitkering kwijt te raken, maar tekent toch. Zo is iedere werknemer nu in vaste dienst.
Het toont aan dat het goed gaat met Café Dorian.