11-9-2024 Collegebundel
Cognitieve psychologie
Demi Beljaars
5529662
MO-COM-3-Minor Psychologie gr 1+2
,05-09 College 1 (menselijk gedrag en ons brein)
De cognitieve psychologie is de studie van de afzonderlijke psychische functies en processen,
zoals waarneming, bewustzijn, aandacht, geheugen, leren, denken, taal, emotie en motivatie.
Het doel van de wetenschap achter cognitieve psychologie is om de complexe relatie tussen
brein, cognitie en gedrag te begrijpen.
De student kent diverse cognitief psychologische theorieën en modellen kan deze toepassen in
een concrete praktijksituatie.
- In ons brein zit bewustzijn, voor rationele keuzes.
- We kunnen maar één ding tegelijk waarnemen (serieel), multitasking is moeilijk
- Beperkte bewerkingscapaciteit à uitzonderingen (fotografisch geheugen of savant –
talenten om direct iets op te slaan)
- Vuistregel 7 +/- 2 regel
- Bewuste verwerking van informatie: max 60 bits per seconde
- Zintuigen en onbewuste verwerking van informatie: ongeveer 11,2 miljoen bits per seconde
(200.000 keer meer)
- Rond 1600 Dekar (filosoof) à ik denk, dus ik besta
o Ons mens is te vergelijken met een machine
o Geest bepaald wat lichaam doet
Voorbeeld: glazen dak à geest weet dat dit duizend keer getest is, lichamelijke
reactie is stress, angst. Geest bepaald wat lichaam doet à heel veel mensen doen
het niet à bevriezen.
Neuronen (cellen van het zenuwstelsel)
De macht van onze 100 miljard neuronen en de 100 triljoen verbindingen.
90-95% van ons gedrag is onbewust. Per dag maken we 500 miljoen onbewuste beslissingen per
dag
Systeem 1
Vertrouwt op ons associatieve geheugen en gebruikt verbanden tussen eerder ervaren woorden,
beelden, acties en emoties om snel conclusies te trekken, zelfs als er te weinig informatie is
voor een rationele beslissing (Neurofied, z.d.).
- Onbewust
- Automatisch
- Alledaagse beslissingen
- Gevoelig voor fouten
Systeem 2
Volgt het principe van ‘what you see is all there is’. Het doel is om op basis van de beschikbare
informatie een samenhangend verhaal te creëren dat een beslissing ondersteunt. Een coherent
verhaal is echter niet altijd betrouwbaar (Neurofied, z.d.).
- Langzaam
- Bewust
- Moeite
- Complexe beslissingen
- Betrouwbaar
, Onze hersenen proberen energie te besparen door zo eaiciënt mogelijk problemen op te lossen.
Zonder het analytische en systematische denken van systeem 2 maken we daardoor vaak
voorspelbare, irrationele fouten (Neurofied, z.d.).
Kousen-experiment (kwebbeldoos)
Het laatste wat we hebben gezien, gevoeld of gehoord hebben emotionele voorkeur (recensie
eCect)
Prefrontale cortex (23-25jr – systeem 2)
Kiezen, besluiten, concentreren, in de toekomst kijken, plannen, doorgronden, emoties
regulieren (na 10e levensjaar), bewustzijn, aansturen andere gebieden
Ventromediale prefrontale cortex
Hier liggen onze emotionele voorkeuren.
De Pepsi- paradox (Koenings en Tranel)
- Beide groepen moesten blind proeven
- Eén groep met een hersenbeschadiging
- Ze kozen voor Pepsi, een grotere merkvoorkeur voor Coca Cola (marketingcommunicatie)
Spiegelneuronen – sociale bewijskracht
Mensen met een empathisch vermogen hebben meer spiegelneuronen in zich, als andere
mensen iets doen ga jij dat ook doen, volledig automatisch (kopieergedrag)
Nuclues Accumbens
Beloningscentrum
- Kun je op veel manieren activeren, bijvoorbeeld door bepaalde ingrediënten toe te voegen;
sigaretten, koaie, suiker etc. Geldt ook voor bepaald gedrag (hardlopen).
- Dopamine
- Voortplanting
- Filmpje met de piano trap (nuching – duwtje in de goede richting voor gewenst gedrag)
Limbisch systeem
- Grote hersenen (hippocampus, amygdala, thamalus, insula
- Emoties, motivaties en geheugen
- Reptielenbrein
Hippocampus
Cognitieve psychologie
Demi Beljaars
5529662
MO-COM-3-Minor Psychologie gr 1+2
,05-09 College 1 (menselijk gedrag en ons brein)
De cognitieve psychologie is de studie van de afzonderlijke psychische functies en processen,
zoals waarneming, bewustzijn, aandacht, geheugen, leren, denken, taal, emotie en motivatie.
Het doel van de wetenschap achter cognitieve psychologie is om de complexe relatie tussen
brein, cognitie en gedrag te begrijpen.
De student kent diverse cognitief psychologische theorieën en modellen kan deze toepassen in
een concrete praktijksituatie.
- In ons brein zit bewustzijn, voor rationele keuzes.
- We kunnen maar één ding tegelijk waarnemen (serieel), multitasking is moeilijk
- Beperkte bewerkingscapaciteit à uitzonderingen (fotografisch geheugen of savant –
talenten om direct iets op te slaan)
- Vuistregel 7 +/- 2 regel
- Bewuste verwerking van informatie: max 60 bits per seconde
- Zintuigen en onbewuste verwerking van informatie: ongeveer 11,2 miljoen bits per seconde
(200.000 keer meer)
- Rond 1600 Dekar (filosoof) à ik denk, dus ik besta
o Ons mens is te vergelijken met een machine
o Geest bepaald wat lichaam doet
Voorbeeld: glazen dak à geest weet dat dit duizend keer getest is, lichamelijke
reactie is stress, angst. Geest bepaald wat lichaam doet à heel veel mensen doen
het niet à bevriezen.
Neuronen (cellen van het zenuwstelsel)
De macht van onze 100 miljard neuronen en de 100 triljoen verbindingen.
90-95% van ons gedrag is onbewust. Per dag maken we 500 miljoen onbewuste beslissingen per
dag
Systeem 1
Vertrouwt op ons associatieve geheugen en gebruikt verbanden tussen eerder ervaren woorden,
beelden, acties en emoties om snel conclusies te trekken, zelfs als er te weinig informatie is
voor een rationele beslissing (Neurofied, z.d.).
- Onbewust
- Automatisch
- Alledaagse beslissingen
- Gevoelig voor fouten
Systeem 2
Volgt het principe van ‘what you see is all there is’. Het doel is om op basis van de beschikbare
informatie een samenhangend verhaal te creëren dat een beslissing ondersteunt. Een coherent
verhaal is echter niet altijd betrouwbaar (Neurofied, z.d.).
- Langzaam
- Bewust
- Moeite
- Complexe beslissingen
- Betrouwbaar
, Onze hersenen proberen energie te besparen door zo eaiciënt mogelijk problemen op te lossen.
Zonder het analytische en systematische denken van systeem 2 maken we daardoor vaak
voorspelbare, irrationele fouten (Neurofied, z.d.).
Kousen-experiment (kwebbeldoos)
Het laatste wat we hebben gezien, gevoeld of gehoord hebben emotionele voorkeur (recensie
eCect)
Prefrontale cortex (23-25jr – systeem 2)
Kiezen, besluiten, concentreren, in de toekomst kijken, plannen, doorgronden, emoties
regulieren (na 10e levensjaar), bewustzijn, aansturen andere gebieden
Ventromediale prefrontale cortex
Hier liggen onze emotionele voorkeuren.
De Pepsi- paradox (Koenings en Tranel)
- Beide groepen moesten blind proeven
- Eén groep met een hersenbeschadiging
- Ze kozen voor Pepsi, een grotere merkvoorkeur voor Coca Cola (marketingcommunicatie)
Spiegelneuronen – sociale bewijskracht
Mensen met een empathisch vermogen hebben meer spiegelneuronen in zich, als andere
mensen iets doen ga jij dat ook doen, volledig automatisch (kopieergedrag)
Nuclues Accumbens
Beloningscentrum
- Kun je op veel manieren activeren, bijvoorbeeld door bepaalde ingrediënten toe te voegen;
sigaretten, koaie, suiker etc. Geldt ook voor bepaald gedrag (hardlopen).
- Dopamine
- Voortplanting
- Filmpje met de piano trap (nuching – duwtje in de goede richting voor gewenst gedrag)
Limbisch systeem
- Grote hersenen (hippocampus, amygdala, thamalus, insula
- Emoties, motivaties en geheugen
- Reptielenbrein
Hippocampus