Hoorcollege 1
Hoofdstuk 1 (1-14)
Cognition: a variety of higher processes such as thinking, perceiving, imagining, speaking,
acting and planning.
Cognitive neuroscience: aims to explain cognitive processes in terms of brain-based
mechanisms.
Mind-body problem: het vraagstuk hoe een lichamelijk deel (hersenen) iets te zeggen heeft
over ons gevoel, gedachten en emoties (geest)
René Descartes → Dualisme: de overtuiging dat het brein en de geest uit 2 verschillende
dingen bestaan
mind: niet-fysisch & onsterfelijk
body: fysisch & sterfelijk
Spinoza → Dubbelaspect theorie: het geloof dat de hersenen en de geest hetzelfde zijn
Churchland & Crick → Reductionisme: het geloof dat geest-ideeën uiteindelijk verplaatst
worden door neurowetenschappelijke concepten
Gall & Spurzheim → Frenologie: verouderde idee dat individuele verschillen in cognitie
liggen aan verschillen in schedelvorm
Functionele specialisatie: verschillende delen van de hersenen beschikken over
verschillende functies
Interactivity: latere stages kunnen worden beïnvloed en veranderd door de eerdere stages
Top-down processing: de invloed van eerde stages op de latere (geheugen →
waarnemen)
methodes van cognitieve neurowetenschappen
- tijdelijke resolutie, wanneer
- ruimtelijke resolutie, waar
- de doordringendheid hangt af of de handeling binnen/buiten plaatsvindt
-
Modularity: the notion that certain cognitive processes are restricted in the type of
information they process
Domain specificity: the idea that a cognitive process is dedicated solely to one particular
type of information
Verschillende delen van het brein, hebben verschillende functies.
1
,Cognitieve psychologie heeft een discipline ontwikkeld, zonder expliciete verwijzingen naar
het brein.
Functionele neuroimaging heeft veel bijgedragen aan de ontwikkeling van de kennis van de
hersenen, maar we moeten oppassen dat we niet alleen die techniek gebruiken. Dit omdat,
het niet makkelijk te zeggen is wel deel van het brein nou zorgt voor welke handeling.
Hoofdstuk 2 (20-30)
neuronen vormen witte en grijze stof
Grijze stof: stof bestaande uit cellichamen (celkern), is de verbinding tussen hersencellen.
zit aan de buitenkant. informatieverweking
Witte stof: weefsel van het zenuwstelsel bestaande uit axonen en hulpcellen (glia) . om het
witte deel ligt de myeline. zit aan de binnenkant. informatieoverdracht
grijze deel witte deel
cellichamen (celkern), dendrieten axonen & hulpcellen
verbinding tussen hersencellen ligt myeline omheen
buitenkant binnenkant
informatieverwerking informatieoverdracht
Glia: hulpcellen in het zenuwstelsel die helpen bij weefselherstel en bij de vorming van
myelinedraden
Corpus callosum: verbinding tussen de twee hersenhelften
Ventricles: the hollow chambers of the brain that contain cerebrospinal fluid
Navigating around the brain
- anterior/ rostral: voren
- posterior/ caudal: achter
- superior/ dorsal: boven
- inferior/ ventral: onder
- lateral: naar buiten
- medial: naar binnen
2
, Gyri: de verhoogde plooien van de cortex (gyrus = enkelvoud)
Sulci: de verlaagde gleuven cortex (sulcus = enkelvoud)
THE CEREBRAL CORTEX
Er zijn 6 lagen, die verdeeld zijn in 4 kwabben: voor (frontal), pariëtale (partial), temporale
(temporal) & acherthoofds (occipital) lobes.
3 manieren op de regio’s van de cortex te verdelen:
- het patroon van gyri & sulci
- de bouw van de cellen
- de functie
Brodmann’s areas: delen van de cortex verdeeld door de verschillende typen cellen en hun
bouw (cyroarchitectuur)
THE SUBCORTEX (ondercortex)
Basal ganglia: regions of subcortical gray matter involved in aspects of motor control and
skill learning; they consist of structures such as the caudate nucleus, putamen and globus
pallidus
Limbisch systeem: een regio van de ondercortex betrokken is bij een organisme en zijn
huidige en voormalige milieu
Diencephalon/ tussenhersenen, 2 hoofdstructuren:
- Thalamus: het schakelstation in de hersenen. het treedt op als filter voor prikkels
van binnen en buiten.
- Hypothalamus: homeostase en emoties.
3
Hoofdstuk 1 (1-14)
Cognition: a variety of higher processes such as thinking, perceiving, imagining, speaking,
acting and planning.
Cognitive neuroscience: aims to explain cognitive processes in terms of brain-based
mechanisms.
Mind-body problem: het vraagstuk hoe een lichamelijk deel (hersenen) iets te zeggen heeft
over ons gevoel, gedachten en emoties (geest)
René Descartes → Dualisme: de overtuiging dat het brein en de geest uit 2 verschillende
dingen bestaan
mind: niet-fysisch & onsterfelijk
body: fysisch & sterfelijk
Spinoza → Dubbelaspect theorie: het geloof dat de hersenen en de geest hetzelfde zijn
Churchland & Crick → Reductionisme: het geloof dat geest-ideeën uiteindelijk verplaatst
worden door neurowetenschappelijke concepten
Gall & Spurzheim → Frenologie: verouderde idee dat individuele verschillen in cognitie
liggen aan verschillen in schedelvorm
Functionele specialisatie: verschillende delen van de hersenen beschikken over
verschillende functies
Interactivity: latere stages kunnen worden beïnvloed en veranderd door de eerdere stages
Top-down processing: de invloed van eerde stages op de latere (geheugen →
waarnemen)
methodes van cognitieve neurowetenschappen
- tijdelijke resolutie, wanneer
- ruimtelijke resolutie, waar
- de doordringendheid hangt af of de handeling binnen/buiten plaatsvindt
-
Modularity: the notion that certain cognitive processes are restricted in the type of
information they process
Domain specificity: the idea that a cognitive process is dedicated solely to one particular
type of information
Verschillende delen van het brein, hebben verschillende functies.
1
,Cognitieve psychologie heeft een discipline ontwikkeld, zonder expliciete verwijzingen naar
het brein.
Functionele neuroimaging heeft veel bijgedragen aan de ontwikkeling van de kennis van de
hersenen, maar we moeten oppassen dat we niet alleen die techniek gebruiken. Dit omdat,
het niet makkelijk te zeggen is wel deel van het brein nou zorgt voor welke handeling.
Hoofdstuk 2 (20-30)
neuronen vormen witte en grijze stof
Grijze stof: stof bestaande uit cellichamen (celkern), is de verbinding tussen hersencellen.
zit aan de buitenkant. informatieverweking
Witte stof: weefsel van het zenuwstelsel bestaande uit axonen en hulpcellen (glia) . om het
witte deel ligt de myeline. zit aan de binnenkant. informatieoverdracht
grijze deel witte deel
cellichamen (celkern), dendrieten axonen & hulpcellen
verbinding tussen hersencellen ligt myeline omheen
buitenkant binnenkant
informatieverwerking informatieoverdracht
Glia: hulpcellen in het zenuwstelsel die helpen bij weefselherstel en bij de vorming van
myelinedraden
Corpus callosum: verbinding tussen de twee hersenhelften
Ventricles: the hollow chambers of the brain that contain cerebrospinal fluid
Navigating around the brain
- anterior/ rostral: voren
- posterior/ caudal: achter
- superior/ dorsal: boven
- inferior/ ventral: onder
- lateral: naar buiten
- medial: naar binnen
2
, Gyri: de verhoogde plooien van de cortex (gyrus = enkelvoud)
Sulci: de verlaagde gleuven cortex (sulcus = enkelvoud)
THE CEREBRAL CORTEX
Er zijn 6 lagen, die verdeeld zijn in 4 kwabben: voor (frontal), pariëtale (partial), temporale
(temporal) & acherthoofds (occipital) lobes.
3 manieren op de regio’s van de cortex te verdelen:
- het patroon van gyri & sulci
- de bouw van de cellen
- de functie
Brodmann’s areas: delen van de cortex verdeeld door de verschillende typen cellen en hun
bouw (cyroarchitectuur)
THE SUBCORTEX (ondercortex)
Basal ganglia: regions of subcortical gray matter involved in aspects of motor control and
skill learning; they consist of structures such as the caudate nucleus, putamen and globus
pallidus
Limbisch systeem: een regio van de ondercortex betrokken is bij een organisme en zijn
huidige en voormalige milieu
Diencephalon/ tussenhersenen, 2 hoofdstructuren:
- Thalamus: het schakelstation in de hersenen. het treedt op als filter voor prikkels
van binnen en buiten.
- Hypothalamus: homeostase en emoties.
3