Onderwijsrecht = functioneel rechtsgebied
Al het recht dat betrekking heeft op onderwijsinstellingen & de rechtsrelaties regelt tussen
betrokkenen in het onderwijs (overheid, besturen, ouders/leerlingen, personeel)
Welke soorten recht kom je tegen binnen het onderwijsrecht:
o Internationaal recht
o Publiek recht : Artikel 23 Gw, Sectorwetten, Wet op de erkende onderwijsinstellingen, Wet
op Onderwijs Toezicht (Wot), Leerplichtwet 1969, Wet gelijke behandeling op grond van
handicap of chronische ziekte, Wet medezeggenschap op scholen (Wms), AWB, Sv, Sr
o Privaatrecht: BW, Rv
Artikel 23 Gw
o Sociaal grondrecht: plicht van de overheid om het onderwijs te verzorgen (lid 1)
o Klassiek grondrecht: vrijheid van onderwijs (lid 2 uitgewerkt in 3-8) – bescherming tegen
inmenging van de overheid - overheid moet hiervan af blijven
Sociaal grondrecht
Overheid draagt zorg voor:
o Bekostiging funderend onderwijs (primair en voortgezet onderwijs)
o Bekwaamheid leraren – het stelsel waarmee je een bekwaam leraar krijgt
o Kwaliteit van het onderwijs
o Toegankelijkheid van het onderwijs
o Waarborgen diploma’s
o Stelsel onderwijs
Klassiek grondrecht
o 1917: einde schoolstrijd (bekostiging door overheid voor zowel openbaar als voor
bijzonder (godsdienstig) onderwijs)
o Vrijheid van onderwijs:
Vrijheid van stichting – school oprichten (lid 2) beperkt door de randvoorwaarden
om voor bekostiging in aanmerking te komen
Vrijheid van richting – godsdienst/levensovertuiging in het onderwijs tot uitdrukking
brengen (lid 5-6), selectie leerlingen en leraren beperkt door de
deugdelijkheidseisen
Vrijheid van inrichting – onderwijsmethode, bestuursmodel, kwaliteitsdoeleinden,
capaciteits-/schoolgrenzen
Achterliggende gedachte van de onderwijsvrijheid = de pedagogische vrijheid van de
ouders zelf om een kind op te voeden naar eigen normen en waarden (en dus een school te
kiezen die bij deze normen en waarden past)
Vijf sectoren en vijf sectorwetten
o Primair onderwijs (po) – Wet op het primair onderwijs (Wpo)
o Voortgezet onderwijs (vo) – Wet voortgezet onderwijs 2020 (Wvo)
o Speciaal onderwijs (so) – Wet op de expertisecentra (Wec)
Cluster 1: visueel gehandicapte kinderen
Cluster 2: dove en slechthorende kinderen
Cluster 3: langdurig zieke kinderen met lichamelijke handicap/zeer moeilijk lerende
kinderen
Cluster 4: langdurig zieke kinderen zonder lichamelijke handicap/zeer moeilijk
opvoedbare kinderen
o Educatie & beroepsonderwijs (mbo) – Wet educatie en beroepsonderwijs (Web)
Educatie: bevordering zelfredzaamheid volwassenen, niveau basis- en voortgezet
onderwijs
Beroepsonderwijs: mbo
o Hoger onderwijs (ho) – Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (Whw)
, Hoger beroepsonderwijs (hbo)
Wetenschappelijk onderwijs (wo) & wetenschappelijk onderzoek
Duaal onderwijsstelsel Openbaar & bijzonder onderwijs
o Openbaar onderwijs = gaat uit van de overheid
o Rechtspersonen die de school in stand houden: B&W, bestuurscommissie, orgaan,
openbare rechtspersoon, stichting voor openbaar onderwijs, samenwerkingsbestuur
o Levensbeschouwelijk neutraal (lid 3)
o Leraren die niet op levensschouwelijke criteria zijn geselecteerd
o Garantiefunctie funderend/leerplicht onderwijs (lid 4): toegankelijk en bereikbaar
In beginsel in iedere gemeente een bassischool (art. 77 lid 3 Wpo) of
leerlingenvervoer
Een basisvoorziening die voor iedereen open staat, ongeacht geslacht, ras,
seksualiteit, levensbeschouwing, politieke gezindheid of burgerlijke staat
o Bijzonder onderwijs = Gaat uit van privaat initiatief
o Rechtspersonen die de school
in stand houden: vereniging of
stichting
o Grondslag:
levensbeschouwelijk
(protestant, katholiek,
gereformeerd, Joods,
Islamitisch) of pedagogische
benadering (bijv. montessori
of vrije school)
o Vrijheid van onderwijs
Termen in de wet
o School = rechtsobject
o Rechtspersoon die de school in stand houdt = rechtssubject = de vermogensrechtelijk aan
te spreken partij
o Bevoegd gezag = het bestuur van de rechtspersoon
o Kerndoelen = wat de leerlingen van de school moeten behalen op de school
Hoofdtaak primair onderwijs en voortgezet onderwijs = kwaliteit onderwijs
o Ononderbroken ontwikkelingsproces (art. 8 Wpo + art. 1.3 Wvo 2020)
o Afgestemd op de voortgang in de ontwikkeling (art. 8 Wpo + art. 1.3 Wvo 2020)
o Beschrijving van het beleid met betrekking tot de kwaliteit in schoolplan (art. 12 Wpo +
art. 2.88 Wvo 2000)
Afsluiting school primair onderwijs en voortgezet onderwijs
o Primair onderwijs: toets- en schooladvies
o Voortgezet onderwijs: eindexamen & getuigschrift
Deugdelijkheidseisen
o De eisen waar een schoolinstelling aan moet voldoen voor bekostiging
, o Kwaliteitseisen & minimumnormen
o Basiskwaliteit = de normen waaraan alle bekostigde scholen moeten voldoen
daarbuiten en daarboven hebben scholen ruimte om eigen doelen te stellen
o Noodzakelijkheidsvereiste: voldoende rechtvaardiging voor inbreuk vrijheid van onderwijs?
o Belangenafweging nodig: proportionaliteit & subsidiariteit
o Op de naleving van de deugdelijkheidseisen vindt toezicht plaats
o Voorbeelden: hoofdtaak onderwijs, doelstellingen onderwijs, inhoud onderwijs, beleid van
scholen etc.
o Algemene deugdelijkheidseisen (art. 23 lid 2 Gw) = bekwaamheid en zedelijkheid van
docent
o Bijzondere/speciale deugdelijkheidseisen (art. 23 lid 5 Gw) = bij wet gesteld
o Bekostigingsvoorwaarden (art. 23 lid 7 Gw) = bij wet gesteld
Toezicht door de overheid
o Uitgevoerd door Inspectie van het Onderwijs
o Geregeld in de Wet op het onderwijs toezicht (Wot)
o De inspectie verricht haar taken met inachtneming van de vrijheid van onderwijs (art. 4
Wot)
o Vier taken:
Toezien op de naleving van de onderwijswetten – waarborgen van de basiskwaliteit
Het bevorderen van de ontwikkeling van de kwaliteit van het onderwijs –
stimuleringsfunctie tot boven de basiskwaliteit
Toezien op en bevorderen van financiële rechtsmatigheid (bekostiging)
Rapporteren over de staat van het onderwijs (stelseltoezicht)
o Regulier onderzoek jaarlijks en uitgebreid onderzoek vierjaarlijks, aan de hand van:
Schoolplan, leerresultaten, veiligheidsmonitor, jaarstukken, signalen over
knelpunten (art. 11 Wot)
Onderzoekskaders (art. 13 Wot)
Vier scenario’s:
Kwaliteit op orde & geen tekortkomingen (basisarrangement)
Kwaliteit op orde & wel tekortkoming (herstelopdracht voor school)
Kwaliteitszorg niet op orde (herstelopdracht bestuur)
Financieel beheer niet op orde (herstelopdracht bestuur & herstelonderzoek
door inspectie)
o Sancties:
Informeel: naming & shaming
Bestuurlijke boete
Aanwijzing moet voldoen aan algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Minister kan school niet sluiten, maar wel bekostiging opschorten of inhouden
LITERATUUR
Advies Onderwijsraad: Onderwijsvrijheid en overheidszorg (2019)
o Zowel onderwijsvrijheid als overheidszorg zijn noodzakelijk voor een goed functionerend
onderwijsbestel
o Artikel 23 Gw: gaat over de verhouding tussen de overheid en het onderwijsveld
o Artikel 23 Gw ziet op alle vormen van onderwijs – niet alleen schoolonderwijs
o Gaat om de vraag: hoe inclusief is het duaal onderwijsstelsel voor minderheden,
nieuwkomers en mensen die onderwijs vanuit een bepaalde overtuiging willen?
Perspectieven op het duaal onderwijsstelsel:
, o De vrijheid om scholen op te richten voor een specifieke groep of grondslag geeft een
afzonderend effect: in een diverse, gemengde samenleving moet je op een diverse,
gemengde school zitten openbaar is algemeen toegankelijk en werkt vanuit actieve
pluriformiteit zou in extreme gevallen kunnen leiden tot een parallelle samenleving
opheffen van de bekostiging voor bijzonder onderwijs
o Minderheden krijgen juist via bekostigd bijzonder onderwijs een plek binnen het publieke
stelsel en daardoor zijn zij verbonden met de samenleving goed voor leerlingen om in
de eigen traditie onderwijs te krijgen Draagt bij aan positief zelfbeeld, herkenbare
rolmodellen, het gevoel dat je ergens bij hoort, dat je er mag zijn, zelfverzekerdheid
een gemengde school zal leiden tot vervreemding en daarmee een risico op antipathie
tegen de Nederlandse samenleving
Verantwoordelijkheden overheid:
o Stelselverantwoordelijkheid: een verantwoordelijkheid voor de inrichting en het
functioneren van het stelsel van onderwijsvoorzieningen
o Grondwettelijke instrumenten om aan deze zorgplicht te voldoen: bekostiging, wettelijke
eisen en toezicht
o Garantiefunctie: garanderen dat er genoeg aanbod van openbaar onderwijs is (art. 23 lid 4
Gw)
Vrijheid van onderwijs:
o Komt wettelijk gezien toe aan: de onderwijsaanbieders (met name het schoolbestuur)
o Maar dus niet: een vrijheid van onderwijs van ouders en kinderen
o Vrijheid om: te stichten, een richting te kiezen, in te richten
o Toelatingsbeleid: een toelatingsbeleid voeren mag, maar:
Selectie mag nooit tot discriminatie – ongerechtvaardigd onderscheid – leiden
Selectie mag niet leiden tot onderscheid op grond van politieke gezindheid, ras,
nationaliteit, seksualiteit of burgerlijke staat
Onderscheid op basis van geslacht en geloofsovertuiging/levensovertuiging mag
wel, maar hiervoor moet een grondslag zijn in de statuten
Weigeren mag niet als het kind anders niet binnen een redelijke afstand van zijn
woning openbaar onderwijs kan volgen
Een openbare school mag een leerling niet weigeren op basis van godsdienst of
levensovertuiging
Bijzonder onderwijs
o Veralgemeniseerd: de banden met de kerk zijn losser geworden – hangt samen met de
ontkerkelijking in de samenleving
o De bijzondere grondslag kan nog steeds doorklinken in de missie van de school, het
schoolklimaat, hoe mensen binnen de school met elkaar omgaan, de normen en waarden
die de school uitdraagt
o Bekostiging van bijzonder onderwijs:
Voorstanders:
De overheid waarborgt hiermee gelijke kansen van ouders en kinderen om
hun recht van vrije schoolkeuze waar te kunnen maken – de keuzevrijheid is
niet afhankelijk van de financiële positie van ouders
Door bekostiging waarborgt de overheid dat het onderwijs van voldoende
kwaliteit is
Overheidsbekostiging is een compensatie voor de leerplicht die de overheid
oplegt en voor de eisen die de overheid aan het onderwijs stelt
Restitutie: als bijzondere scholen niet zouden bestaan, zouden meer
leerlingen naar het openbaar onderwijs gaan, dus zou de overheid deze
scholen ook moeten bekostigen
Gelijk speelveld tussen openbare en bijzondere scholen – voorkomen van
oneerlijke concurrentie
Tegenstanders:
Scheiding van kerk en staat – de staat mag zich niet met godsdienst
bemoeien
Atheïsten moeten belasting mee betalen voor onderwijs op religieuze
grondslag
Onderwijsgeld zou doelmatiger besteed kunnen worden in een minder
pluriform bestel met minder schoolbesturen