hematologie/immunologie
20 punten in totaal te behalen, cesuur is 80%
Toets bestaat uit een mix van MC-vragen, invulvragen, korte antwoord vragen en “meerdere
antwoord opties” vragen
Onderwerp # vragen %
toets
Leukocyten
Staafkernige neutrofiele
granulocyt
9 vragen 45%
Segmentkernige neutrofiele
granulocyt
Basofiele granulocyt
Eosinofiele granulocyt
Monocyt
Lymfocyt
Afwijkingen erytrocyten
Microcytair
Macrocytair
Hypochroom 3 vragen 15%
Hyperchroom
Geldrol vorming
Principes praktijk
Bloedgroep bepaling
Hemocytometrie en MGG- 8 vragen 40%
kleuring
Eiwit-elektroforese
(eiwitspectrum)
Ficoll en Percoll scheiding
,Leukocyten
Staafkernige neutrofiele granulocyt:
1. Kern: Staafvormig, niet volledig gesegmenteerd
2. Cytoplasma: Lichtblauw, fijnkorrelig.
3. Grootte: Ongeveer 1,5 tot 2 keer de grootte van een erytrocyt.
Segmentkernige neutrofiele granulocyt:
1. Kern: Gesegmenteerd (2-5 segmenten)
2. Cytoplasma: Lichtblauw, fijnkorrelig
3. Grootte: Ongeveer 1,5 tot 2 keer de grootte van een erytrocyt.
Basofiele granulocyt:
Kern: Moeilijk zichtbaar, vaak in S-vorm
Cytoplasma: Donkerblauw/paarse granulae
Grootte: Ongeveer 1,5 tot 2 keer de grootte van een erytrocyt.
Deze cellen zijn het best te herkennen aan de donkerpaarse
granules die meestal de hele cel bekleden, hierdoor zie je vaak de
celkern niet.
Eosinofiele granulocyt:
1. Kern: Bilobair (als een soort brilletje, dun stukje)
2. Cytoplasma: Rood/oranje granulae
3. Grootte: Ongeveer 1,5 tot 2 keer de grootte van een erytrocyt.
Monocyt:
1. Kern: Niervormig, kan andere vormen hebben.
2. Cytoplasma: Lichtblauw-grijs, onregelmatig
3. Grootte: Ongeveer 3-5 keer de grootte van een erytrocyt.
4. kan door fagocytose vacuoles bevatten, dit lijken op een soort
gaatjes in de cel.
Lymfocyt:
1. Kern: Groot, rond
2. Cytoplasma: Dun, lichtblauw
3. Grootte: de celkern is ongeveer net zo groot als een erytrocyt.
4. Te herkennen aan de celkern die ongeveer de hele cel bedekt.
5. Lijkt op basofiel door de paarse bezetting, je ziet echter geen
granules.
de monocyten en staafkernige neutrofielen zijn moeilijk te onderscheiden als de celkernen
dezelfde vorm hebben, het is belangrijk om te onthouden dat Monocyten veel groter zijn (3-5
erytrocyten) dan staafkernige neutrofielen en dat de celkern veel dikker is.
, Afwijkingen erytrocyten
Erytrocyten: rode bloedcellen.
Erytrocyten zijn verantwoordelijk voor het transport van zuurstof van de longen naar de
rest van het lichaam. Ze bevatten hemoglobine, een eiwit dat zuurstof
bindt en het een rode kleur geeft.
Erytrocyten hebben een schijfvormige, afgeplatte structuur zonder
celkern, waardoor ze flexibel zijn en gemakkelijk door de kleinste
bloedvaten (haarvaten) kunnen bewegen. Ze worden geproduceerd in het
beenmerg en hebben een levensduur van ongeveer 120 dagen, daarna
worden ze afgebroken in de milt en de lever.
Als er een tekort is in het aantal rode bloedcellen/hemoglobine in het bloed wordt dit
anemie (bloedarmoede) genoemd, dit resulteert in een verminderd vermogen van het
bloed om zuurstof te vervoeren.
Afwijkingen in grootte (Microcytair/Macrocytair)
De grootte van rode bloedcellen wordt uitgedrukt in Mean corpusular volume
(MCV), oftewel het gemiddelde cel volume. Een normale MCV-waarde ligt
tussen de 80-100 femtoliter (fL). dit betekent dat een normale bloedcel
ongeveer de grootte heeft van de nucleus van een lymfocyt.
Macrocytaire anemie (linkerplaatje) betekent dat rode bloedcellen groter zijn
dan normaal. Dit kan worden veroorzaakt door problemen in DNA-synthese of een
verhoogde aanmaak van onrijpe cellen.
Microcytaire anemie (rechterplaatje) betekent dat de rode bloedcellen kleiner zijn dan
normaal, dit wordt vaak veroorzaakt door problemen met hemoglobinesynthese.