Samenvatting Biologie Hoofdstuk
2
Basisstof 1, Eten en gegeten worden
Voedselketen
Voedselketen: reeks soorten waarbij elk soort wordt gegeten door volgende soort eerste schakel
van voedselketen komen alleen organismen met bladgroen voor bijv. archaea (oerbacterie),
protisten (alg soort) of planten.
Voedselweb
Voedselweb (of voedselnet): alle voedsel relaties in een gebied bestaat uit producenten en
consumenten bijv. in sloot, bos, zee en tuin.
Producenten en consumenten
Dieren schimmels en de meeste protisten en bacteriën hebben geen bladgroenkorrels Zij kunnen
geen organische stoffen maken uit alleen anorganische stoffen moeten organische stoffen binnen
krijgen via voedsel reden om andere organismen op te eten.
Producent
Maken organische stoffen uit anorganische stoffen.
In cellen met bladgroenkorrels vindt fotosynthese plaats.
Eerste schakel van voedselketen.
Voorbeelden: planten en algen.
Consument
Halen organische stoffen uit voedsel.
Voorbeelden: dieren planteneters, vleeseters en alleseters vormen tweede en alle
opvolgende schakels in voedselketen
Reducent
Zetten organische stoffen uit resten van gestorven planten en dieren om in anorganische
stoffen.
Planten kunnen anorganische stoffen weer opnemen.
Voorbeelden: Schimmels en bacteriën.
Eerste schakel:
Producenten
Tweede schakel:
Planteneters eten planten en vruchten uit eerste schakel.
Alleseters.
Consumenten van de eerste schakel.
Derde en vierde schakel:
Vleeseters.
Alleseters.
1
, Consument van de schakel ervoor.
Basisstof 2, Piramiden
Piramide van aantallen
Piramide van aantallen:
Weergave van hoeveel individuen in elk schakel voorkomt in elke schakel in voedselketen komen
meestal minder individuen voor dan in vorige.
Producent van voedselketen: Organisme die door middel van zonlicht en voedingstoffen uit het
milieu zelf energie kunnen produceren bijv. planten en algen altijd onderste laag
Carnivoren: vleeseters bijv. Haai, tijger, havik.
Herbivoren: Planteneters eten blaadjes, planten en bessen bijv. konijnen, koeien, paarden.
Omnivoren: Alleseters Eten vlees en planten Bijv. mensen
Piramide van Biomassa
Elk organisme bestaat uit organische en anorganische stoffen.
Biomassa: Totale gewicht van alle organische stoffen in een organisme word in elke schakel van
voedselketen kleiner.
Piramide van biomassa: Word biomassa van elke schakel van voedselketen weergegeven altijd
een piramidevorm.
Energie in een voedselketen
Producenten in voedselketen leggen door fotosynthese zonne-energie vast in energierijke organische
stoffen Deze stoffen worden gebruikt voor groei (biomassa) van organismen Deel wordt door
organisme verbruikt bij verbranding houdt organisme in leven.
Energierijke stoffen uit biomassa van producent doorgegeven aan planteneters volgende schakel
voedselketen niet alle producten worden opgegeten opgeslagen energie in producenten
verdwijnt uit voedselketen Als producent sterft word energierijke stoffen gebruikt door
reducenten en niet door planteneters.
Biomassa van planteneters is kleiner dan biomassa van planten: Schakel van planteneters bevat een
kleinere hoeveelheid energierijke organische stoffen dan schakel van producenten.
Planteneters verteren niet alle organische stoffen onverteerbare stoffen via ontlasting uit lichaam
energie uit stoffen verdwijnt uit voedselketen.
Energierijke stoffen die planteneters opnemen vooral gebruikt brandstof en bouwstof
Brandstof voor beweging en maken van warmte energie kan niet door worden gegeven
aan volgende schakel voedselketen.
Bouwstof gebruikt voor groei als dier wordt opgegeten wordt energie in bouwstoffen
doorgegeven aan volgende schakel in voedselketen.
Dieren in volgende schakel gebruiken slechts klein deel van organische stoffen uit voedsel als
bouwstof daarom moet voor elk kilogram dat dier groeit vele kilogrammen voedsel eten
2
2
Basisstof 1, Eten en gegeten worden
Voedselketen
Voedselketen: reeks soorten waarbij elk soort wordt gegeten door volgende soort eerste schakel
van voedselketen komen alleen organismen met bladgroen voor bijv. archaea (oerbacterie),
protisten (alg soort) of planten.
Voedselweb
Voedselweb (of voedselnet): alle voedsel relaties in een gebied bestaat uit producenten en
consumenten bijv. in sloot, bos, zee en tuin.
Producenten en consumenten
Dieren schimmels en de meeste protisten en bacteriën hebben geen bladgroenkorrels Zij kunnen
geen organische stoffen maken uit alleen anorganische stoffen moeten organische stoffen binnen
krijgen via voedsel reden om andere organismen op te eten.
Producent
Maken organische stoffen uit anorganische stoffen.
In cellen met bladgroenkorrels vindt fotosynthese plaats.
Eerste schakel van voedselketen.
Voorbeelden: planten en algen.
Consument
Halen organische stoffen uit voedsel.
Voorbeelden: dieren planteneters, vleeseters en alleseters vormen tweede en alle
opvolgende schakels in voedselketen
Reducent
Zetten organische stoffen uit resten van gestorven planten en dieren om in anorganische
stoffen.
Planten kunnen anorganische stoffen weer opnemen.
Voorbeelden: Schimmels en bacteriën.
Eerste schakel:
Producenten
Tweede schakel:
Planteneters eten planten en vruchten uit eerste schakel.
Alleseters.
Consumenten van de eerste schakel.
Derde en vierde schakel:
Vleeseters.
Alleseters.
1
, Consument van de schakel ervoor.
Basisstof 2, Piramiden
Piramide van aantallen
Piramide van aantallen:
Weergave van hoeveel individuen in elk schakel voorkomt in elke schakel in voedselketen komen
meestal minder individuen voor dan in vorige.
Producent van voedselketen: Organisme die door middel van zonlicht en voedingstoffen uit het
milieu zelf energie kunnen produceren bijv. planten en algen altijd onderste laag
Carnivoren: vleeseters bijv. Haai, tijger, havik.
Herbivoren: Planteneters eten blaadjes, planten en bessen bijv. konijnen, koeien, paarden.
Omnivoren: Alleseters Eten vlees en planten Bijv. mensen
Piramide van Biomassa
Elk organisme bestaat uit organische en anorganische stoffen.
Biomassa: Totale gewicht van alle organische stoffen in een organisme word in elke schakel van
voedselketen kleiner.
Piramide van biomassa: Word biomassa van elke schakel van voedselketen weergegeven altijd
een piramidevorm.
Energie in een voedselketen
Producenten in voedselketen leggen door fotosynthese zonne-energie vast in energierijke organische
stoffen Deze stoffen worden gebruikt voor groei (biomassa) van organismen Deel wordt door
organisme verbruikt bij verbranding houdt organisme in leven.
Energierijke stoffen uit biomassa van producent doorgegeven aan planteneters volgende schakel
voedselketen niet alle producten worden opgegeten opgeslagen energie in producenten
verdwijnt uit voedselketen Als producent sterft word energierijke stoffen gebruikt door
reducenten en niet door planteneters.
Biomassa van planteneters is kleiner dan biomassa van planten: Schakel van planteneters bevat een
kleinere hoeveelheid energierijke organische stoffen dan schakel van producenten.
Planteneters verteren niet alle organische stoffen onverteerbare stoffen via ontlasting uit lichaam
energie uit stoffen verdwijnt uit voedselketen.
Energierijke stoffen die planteneters opnemen vooral gebruikt brandstof en bouwstof
Brandstof voor beweging en maken van warmte energie kan niet door worden gegeven
aan volgende schakel voedselketen.
Bouwstof gebruikt voor groei als dier wordt opgegeten wordt energie in bouwstoffen
doorgegeven aan volgende schakel in voedselketen.
Dieren in volgende schakel gebruiken slechts klein deel van organische stoffen uit voedsel als
bouwstof daarom moet voor elk kilogram dat dier groeit vele kilogrammen voedsel eten
2