Hoofdstuk 1
Basisstof 1: Bladeren
Alle planten hebben groene delen zoals stengels en bladeren bevat bladgroenkorrels, maakt
glucose (belangrijke voedingsstof plant).
Vacuole blaasje gevuld met vocht
Bladeren bestaan uit verschillende weefsels:
Opperhuid met huidmondjes
Vaatbundels
Weefsel met bladgroenkorrels
Doorsnede blad (Van boven naar beneden)
1. Opperhuid
2. Weefsel met bladgroenkorrels Kan fotosynthese plaatsvinden
3. Vaatbundels vervoer van oa water en glucose
4. Opperhuid
5. Opperhuidcel zitten huidmondje en sluitcel voor huidmondje opnemen en afgeven
gassen.
Fotosynthese
Nodig fotosynthese licht, water, koolstofdioxide, geschikte temperatuur.
Fotosynthese Koolstofdioxide Door plant opgenomen uit lucht via huidmondjes
Water Opgenomen uit bodem via wortels.
Vaatbundels vervoeren oa water en opgeloste stoffen van wortels naar bladeren.
Bladeren Vertakking van vaatbundels in nerven Vervoer van water naar alle delen van blad.
Fotosynthese ontstaan glucose maken andere stoffen (bv. stof waar plant zelf uit bestaat).
zuurstof via huidmondjes afgegeven aan lucht.
Energie fotosynthese Gebruikt voor vorming van glucose
Fotosynthese vindt alleen plaats in cellen met bladgroenkorrels
Stevigheid opperhuid en weefsel met bladgroenkorrels vocht in vacuolen van cellen Drukt cel
tegen celwand.
Celwand rekt uit en duwt terug.
Stevigheid plant afhankelijk hoeveelheid water in cellen van plant.
Plant droogt uit door verdwijning water uit vacuolen van cellen Druk van cel tegen celwand
neemt af Opperhuid en weefsel met bladgroenkorrels verliezen stevigheid
Plant verliest water via Huidmondjes in stengels en bladeren.
Huidmondjes ’s Nachts vrijwel alle gesloten
Droge omstandigheden overdag ook gesloten Geen koolstofdioxide opnemen
uit lucht geen fotosynthese plaatsvinden
1
, Openen en sluiten huidmondje Vormverandering van sluitcellen.
Sluitcellen Enige cellen in opperhuid met bladgroenkorrels.
Afneming stevigheid sluitcellen opening tussen sluitcellen kleiner.
Toeneming stevigheid sluitcellen Opening tussen sluitcellen groter.
Basisstof 2
Wortels:
Vastzetten plant in bodem
Opnemen water en mineralen (voedingszouten).
Opslag reservestoffen
Stengels:
Stevigheid aan plant
Dragen bloemen en bladeren
Transport van water en opgeloste stoffen via vaatbundel, van wortel naar blad en
omgekeert.
Transport in zaadplanten Via vaatbundels Lange dunne buisjes, die van wortel tot in blad
lopen.
Vaatbundels Houtvaten Vervoeren water en mineralen
Van wortel door stengels tot in bladeren, knoppen en bloemen.
aan binnenkant in stengel en boven in blad
Bastvaten Vervoeren water en energierijke stoffen (suiker)
Van Bladeren naar andere delen plant.
aan buitenkant stengel (in bast) en onder in blad.
Vaatbundels vezels zorgen voor stevigheid meestal in bundels bij elkaar.
Buitenste lag nerf bestaat ook uit vezels.
Houtvaten bestaan uit boven elkaar liggende dode houtcellen dikke verticale celwand bestaat
uit, cellulose en houtstof stevigheid houtvaten.
Bastvaten bestaan uit Boven elkaar liggende levende cellen In dwarswand tussen cellen zitten
openingen (zeefplaat) Vervoeren van stoffen door bastvaten.
Houtvaten en vezels spelen ook een belangrijke rol bij de stevigheid van een plant.
Stevig door celwanden, die bestaan uit cellulose en houtstof.
Vezels net als houtvaten Langgerekte dode cellen met dikke celwanden sterker dan houtvaten.
Uitgedroogde plant blijven delen met veel houtvaten en vezels toch stevig Vezels van bepaalde
planten worden garen en touwen van gemaakt, bv. Jute, Katoen, Hennep.
Wortels opnemen van water en opgeloste mineralen uit bodem.
Opperhuidcellen van wortel vormen uitstulpingen noemen wortelharen.
Vooral celwanden van wortelharen opnemen van water met opgeloste mineralen Grootste
gedeelte hiervan gaat naar houtvaten midden in wortel Rest water gaat naar cellen van wortel
zelf.
Onderzijde wortel cellen blijven zich delen Groeien verder de grond in.
2