AFP Voortplanting
Inhoudsopgave
Les 1: Vrouwelijk geslachtsapparaat + cyclus.............................................2
Les 2: Mannelijk geslachtsapparaat............................................................7
Les 3: Meiose, bevruchting, embryonale stadia........................................11
Les 4: De Partus........................................................................................13
Les 5: Partus (deel 2) + verzorging post-partum......................................15
Les 6: Ziekteleer........................................................................................24
Les 7: Moderne Voortplantingstechnieken................................................29
Kahootvragen + antwoord.........................................................................32
,Les 1: Vrouwelijk geslachtsapparaat + cyclus
Het vrouwelijk geslachtsapparaat:
- Anatomie teef/poes
- Hormooncyclus
- Ingrijpen cyclus
Geslachtsapparaat
1. Ovaria (eierstokken)
2. Oviduct (eileider)
Infundibulum
Ampulla
Isthmus
3. Uterus (baarmoeder)
4. Cervix
(baarmoedermond)
, 5. Vagina
6. Vulva
1. Ovaria (eierstokken)
- Eicellen al sinds geboorte aanwezig
- Linker en rechter ovarium
- Hier vindt ovulatie plaats
Door LH piek ontstaat een ovulatie
Hierbij ‘springt’ het follikel
Hierdoor komt de eicel vrij
2. Oviduct (eileider)
- Links + rechts
- Na ovulatie wordt de eicel door het Oviduct (eileider) opgevangen
- Een Oviduct bestaat uit 3 onderdelen:
Infundibulum
Trechtervormig
Ampulla
Hier vindt de bevruchting
plaats!
Isthmus
Verbinding met
baarmoeder
3. Uterus (Baarmoeder)
- Bestaat vaak uit 2 hoornen en een lichaam (corpus)
- Hier ontwikkelt de bevruchte eicel zich tot een embryo
4.
- De uterus wordt afgesloten door de cervix (baarmoedermond)
Die zorgt dat er geen open verbinding is met de buitenwereld
5. Vagina + 6 Vulva
- De vagina is niet zichtbaar van de buitenkant
- De uitwendige zichtbare geslachtskenmerken noemen we de vulva
Bijvoorbeeld schaamlippen
Hormooncyclus
- Typen cycli:
Seizoensgebonden (paard, kat, schaap, konijn)
, Hele jaar door: (hond, koe, zeugen, mens)
Geïnduceerde ovulaties
Bij sommige diersoorten is een paring nodig voor het tot stand
komen van een ovulatie
Konijn
Kat
Fret
Verschillende hormonen
1. FSH
2. LH
3. Progesteron
4. Oestrogeen
1. FSH = Follikel Stimulerend Hormoon
Hormoon wordt gemaakt in de hypofyse
Stimuleert groei van follikels in de eierstokken (follikels bevatten
de eicellen)
2. LH = Luteïniserend Hormoon
Wordt gemaakt in de hypofyse
LH stijgt LH piek
Dit induceert een ovulatie (eisprong)
Na de ovulatie ontstaat er een Corpus Luteum (geel lichaam)
3. Progesteron
Dit hormoon wordt geproduceerd door het Corpus Luteum
Dit noemt men ook wel het zwangerschapshormoon
4. Oestrogenen
Oestrogeen wordt geproduceerd door follikels
Zorgt voor slijmvliesopbouw in de baarmoederwand zodat er
innesteling kan plaatsvinden
Zorgt ook voor paringsgedrag
Cyclus teef
- ‘Oestrus’ betekent vruchtbare periode
- Pro-oestrus:
Inhoudsopgave
Les 1: Vrouwelijk geslachtsapparaat + cyclus.............................................2
Les 2: Mannelijk geslachtsapparaat............................................................7
Les 3: Meiose, bevruchting, embryonale stadia........................................11
Les 4: De Partus........................................................................................13
Les 5: Partus (deel 2) + verzorging post-partum......................................15
Les 6: Ziekteleer........................................................................................24
Les 7: Moderne Voortplantingstechnieken................................................29
Kahootvragen + antwoord.........................................................................32
,Les 1: Vrouwelijk geslachtsapparaat + cyclus
Het vrouwelijk geslachtsapparaat:
- Anatomie teef/poes
- Hormooncyclus
- Ingrijpen cyclus
Geslachtsapparaat
1. Ovaria (eierstokken)
2. Oviduct (eileider)
Infundibulum
Ampulla
Isthmus
3. Uterus (baarmoeder)
4. Cervix
(baarmoedermond)
, 5. Vagina
6. Vulva
1. Ovaria (eierstokken)
- Eicellen al sinds geboorte aanwezig
- Linker en rechter ovarium
- Hier vindt ovulatie plaats
Door LH piek ontstaat een ovulatie
Hierbij ‘springt’ het follikel
Hierdoor komt de eicel vrij
2. Oviduct (eileider)
- Links + rechts
- Na ovulatie wordt de eicel door het Oviduct (eileider) opgevangen
- Een Oviduct bestaat uit 3 onderdelen:
Infundibulum
Trechtervormig
Ampulla
Hier vindt de bevruchting
plaats!
Isthmus
Verbinding met
baarmoeder
3. Uterus (Baarmoeder)
- Bestaat vaak uit 2 hoornen en een lichaam (corpus)
- Hier ontwikkelt de bevruchte eicel zich tot een embryo
4.
- De uterus wordt afgesloten door de cervix (baarmoedermond)
Die zorgt dat er geen open verbinding is met de buitenwereld
5. Vagina + 6 Vulva
- De vagina is niet zichtbaar van de buitenkant
- De uitwendige zichtbare geslachtskenmerken noemen we de vulva
Bijvoorbeeld schaamlippen
Hormooncyclus
- Typen cycli:
Seizoensgebonden (paard, kat, schaap, konijn)
, Hele jaar door: (hond, koe, zeugen, mens)
Geïnduceerde ovulaties
Bij sommige diersoorten is een paring nodig voor het tot stand
komen van een ovulatie
Konijn
Kat
Fret
Verschillende hormonen
1. FSH
2. LH
3. Progesteron
4. Oestrogeen
1. FSH = Follikel Stimulerend Hormoon
Hormoon wordt gemaakt in de hypofyse
Stimuleert groei van follikels in de eierstokken (follikels bevatten
de eicellen)
2. LH = Luteïniserend Hormoon
Wordt gemaakt in de hypofyse
LH stijgt LH piek
Dit induceert een ovulatie (eisprong)
Na de ovulatie ontstaat er een Corpus Luteum (geel lichaam)
3. Progesteron
Dit hormoon wordt geproduceerd door het Corpus Luteum
Dit noemt men ook wel het zwangerschapshormoon
4. Oestrogenen
Oestrogeen wordt geproduceerd door follikels
Zorgt voor slijmvliesopbouw in de baarmoederwand zodat er
innesteling kan plaatsvinden
Zorgt ook voor paringsgedrag
Cyclus teef
- ‘Oestrus’ betekent vruchtbare periode
- Pro-oestrus: