H4 Politiek in theorie
4.1 Staatsvorming
Staatsvorming : de institutionalisering van politieke macht tot een staat.
Collectieve goederen : worden niet door individuen geregeld maar door het collectief.
- Openbare orde en veiligheid, infrastructuur, onderwijs, volksgezondheid.
Rationalisering : (1e) het proces van het ordenen en systematiseren van de werkelijkheid
(2e) met de bedoeling haar voorspelbaar en beheersbaar te maken (3e) en van het doel
gericht inzetten van middelen om zo e ciënt en e ectief mogelijk resultaat te bereiken.
- In spreektaal : iemand of een organisatie probeert grip te krijgen op een situatie en/of
de situatie wil verbeteren door doelen te stellen en middelen in te zetten wat een zo
goed en slim mogelijk resultaat moet opleveren.
- Kennis —> hulpmiddelen —> doel.
Politieke macht : het vermogen om de politieke besluitvorming te beïnvloeden (kan
alleen met formele macht).
De overheid heeft een geweldsmonopolie.
Machtsverdeling:
- Machtsevenwicht : een situatie waarin actoren ongeveer even veel macht hebben.
- Machtsongelijkheid : wanneer 1 actor meer macht heeft dan de andere actor (kan
leiden tot oorlog of con ict). Machtsongelijkheid binnen en staat is machtsoverwicht,
waarbij een bepaalde groep binnen de bevolking via de overheid de veel probeert op te
leggen aan anderen (denk aan IS).
- Machtsvacuüm: de afwezigheid van voldoende machtsuitoefening (kan zorgen voor
geweld tegen de overheid of tussen burgers onderling).
Soevereiniteit : de zelfbeschikking van staten.
Een staat heeft interne soevereiniteit (binnen een staat) omdat die:
- Als het hoogste gezag regeert over een groep mensen.
- Binnen een bepaald grondgebied valt.
- Het geweldsmonopolie en het belastingsmonopolie bezit.
Externe soevereiniteit : andere staten erkennen dat het staatsgezag het hoogste gezag
over de bevolking is op dat grondgebied.
fl ffi ff
, 4.2 Politieke socialisatie
Politieke socialisatie : (1e) het proces van overdracht en verwerving van de politieke
cultuur van de groep en samenleving waar mensen toebehoren. (2e) Het proces bestaat
uit opvoeding, opleiding en andere vormen van omgang met anderen.
Poldermodel : de overleg cultuur in Nederland tussen overheid en verschillende actoren
zoals belangen organisaties. Ze zoeken naar een compromis.
Doel Waarden en Middelen
uitgangspunten
Con ictmodel Anderen overtuigen Strijd, macht, Demonstreren,
van het eigen gelijk. beïnvloeding. onder druk zetten,
mediao ensief,
burgerlijke
ongehoorzaamheid.
Harmoniemodel Samen met anderen Samenwerking, Overleg,
overeenstemming compromis, onderhandeling,
bereiken gelijkwaardigheid. netwerken,
samenwerkingsverb
and.
Politieke socialisatie zorgt voor eventuele participatiebereidheid. Als je vanaf jongs af
aan meekrijgt dat het goed is om actief mee te doen in de politiek, dan is de kans hoger
dat je die actieve houding ook internaliseert (wat je van huis meekrijgt).
Door internalisering wordt de politieke cultuur van het land steeds vanzelfsprekender.
4.3 Ideologieën
Ideologie : (1e) een samenhangend geheel van beginselen en denkbeelden, (2e) meestal
uitmondend in ideeën over de meest wenselijke, maatschappelijke en politieke
verhoudingen.
Politiek gaat over:
- De politieke gemeenschap met zijn structuren en organisaties als gespecialiseerder en
gezaghebbende (overheids)instellingen.
- Processen waarlangs con icten, waardevolle zaken worden toegedeeld of beslissingen
worden genomen.
- Het beleid hoe de samenleving eruit zou moeten zien en welke middelen hiervoor nodig
zijn.
Politieke dimensies:
- Links = actief & rechts = passief (rol in de samenleving).
- Progressief = vooruit denkend & conservatief = traditie behoudend
- Materialisme = hogere belasting, economische groei & postmaterialisme =
duurzaamheid, diversiteit.
fl ff fl
4.1 Staatsvorming
Staatsvorming : de institutionalisering van politieke macht tot een staat.
Collectieve goederen : worden niet door individuen geregeld maar door het collectief.
- Openbare orde en veiligheid, infrastructuur, onderwijs, volksgezondheid.
Rationalisering : (1e) het proces van het ordenen en systematiseren van de werkelijkheid
(2e) met de bedoeling haar voorspelbaar en beheersbaar te maken (3e) en van het doel
gericht inzetten van middelen om zo e ciënt en e ectief mogelijk resultaat te bereiken.
- In spreektaal : iemand of een organisatie probeert grip te krijgen op een situatie en/of
de situatie wil verbeteren door doelen te stellen en middelen in te zetten wat een zo
goed en slim mogelijk resultaat moet opleveren.
- Kennis —> hulpmiddelen —> doel.
Politieke macht : het vermogen om de politieke besluitvorming te beïnvloeden (kan
alleen met formele macht).
De overheid heeft een geweldsmonopolie.
Machtsverdeling:
- Machtsevenwicht : een situatie waarin actoren ongeveer even veel macht hebben.
- Machtsongelijkheid : wanneer 1 actor meer macht heeft dan de andere actor (kan
leiden tot oorlog of con ict). Machtsongelijkheid binnen en staat is machtsoverwicht,
waarbij een bepaalde groep binnen de bevolking via de overheid de veel probeert op te
leggen aan anderen (denk aan IS).
- Machtsvacuüm: de afwezigheid van voldoende machtsuitoefening (kan zorgen voor
geweld tegen de overheid of tussen burgers onderling).
Soevereiniteit : de zelfbeschikking van staten.
Een staat heeft interne soevereiniteit (binnen een staat) omdat die:
- Als het hoogste gezag regeert over een groep mensen.
- Binnen een bepaald grondgebied valt.
- Het geweldsmonopolie en het belastingsmonopolie bezit.
Externe soevereiniteit : andere staten erkennen dat het staatsgezag het hoogste gezag
over de bevolking is op dat grondgebied.
fl ffi ff
, 4.2 Politieke socialisatie
Politieke socialisatie : (1e) het proces van overdracht en verwerving van de politieke
cultuur van de groep en samenleving waar mensen toebehoren. (2e) Het proces bestaat
uit opvoeding, opleiding en andere vormen van omgang met anderen.
Poldermodel : de overleg cultuur in Nederland tussen overheid en verschillende actoren
zoals belangen organisaties. Ze zoeken naar een compromis.
Doel Waarden en Middelen
uitgangspunten
Con ictmodel Anderen overtuigen Strijd, macht, Demonstreren,
van het eigen gelijk. beïnvloeding. onder druk zetten,
mediao ensief,
burgerlijke
ongehoorzaamheid.
Harmoniemodel Samen met anderen Samenwerking, Overleg,
overeenstemming compromis, onderhandeling,
bereiken gelijkwaardigheid. netwerken,
samenwerkingsverb
and.
Politieke socialisatie zorgt voor eventuele participatiebereidheid. Als je vanaf jongs af
aan meekrijgt dat het goed is om actief mee te doen in de politiek, dan is de kans hoger
dat je die actieve houding ook internaliseert (wat je van huis meekrijgt).
Door internalisering wordt de politieke cultuur van het land steeds vanzelfsprekender.
4.3 Ideologieën
Ideologie : (1e) een samenhangend geheel van beginselen en denkbeelden, (2e) meestal
uitmondend in ideeën over de meest wenselijke, maatschappelijke en politieke
verhoudingen.
Politiek gaat over:
- De politieke gemeenschap met zijn structuren en organisaties als gespecialiseerder en
gezaghebbende (overheids)instellingen.
- Processen waarlangs con icten, waardevolle zaken worden toegedeeld of beslissingen
worden genomen.
- Het beleid hoe de samenleving eruit zou moeten zien en welke middelen hiervoor nodig
zijn.
Politieke dimensies:
- Links = actief & rechts = passief (rol in de samenleving).
- Progressief = vooruit denkend & conservatief = traditie behoudend
- Materialisme = hogere belasting, economische groei & postmaterialisme =
duurzaamheid, diversiteit.
fl ff fl