H6 Politiek in praktijk
6.1 Representatie en representativiteit
Representatie (feitelijk) : de vertegenwoordiging van een groep in (politieke) organisaties door één
of enkele betrokkenen die namens de groep optreden.
Representativiteit (met oordeel) : de mate waarin de politieke besluiten, standpunten of
achtergrondskenmerken van de vertegenwoordigers overeenkomen met die van de groep die
vertegenwoordigd wordt.
- Om representativiteit te meten zijn er een aantal indicatoren: achtergrondskenmerken (leeftijd,
geslacht en etniciteit), standpunten (komen de standpunten overeen?) en besluiten (passen de
besluiten bij de kiesers?).
Volkssoevereiniteit : het principe waarbij de inwoners samen (door vertegenwoordigers) de
politieke koers van het land bepalen.
6.2 Politieke partijen
Liberalisme (progressief) : het kernidee van deze ideologie is ‘vrijheid van het individu’, en het
streeft naar een zo vrij mogelijke economie, met een passieve rol van de overheid.
- Het liberalisme ontstond halverwege de 19e eeuw als een reactie op de conservatieve
denkbeelden die toen dominant waren in West-Europa. De ideologie had vooral aanhangers
onder rijke burgers die meer vrijheid wouden.
- VVD, D66, PVV & FvD.
Socialisme (progressief) : het kernidee van deze ideologie is ‘gelijkheid en rechtvaardigheid’, en
het streeft naar een samenleving waarin middelen eerlijk verdeeld zijn (communisme), met een
actieve rol van de overheid.
- Het socialisme ontstond aan het begin van de 19e eeuw uit het marxisme. De ideologie had
vooral aanhangers in de arbeidsklasse, en wilde de kloof tussen arm en rijk verminderen. Het
deelt dingen met het communisme, maar dan zonder geweld, en ik plaats daarvan stakingen.
- PvdA-GL, SP, Denk, PvdD & 50plus.
Christendemocratie/confessionalisme (conservatief) : deze ideologie heeft als kernidee ‘politiek
gebaseerd op religieuze normen en waarden’, en combineert conservatieve standpunten met
etnische waarden. Het wil een actieve rol van de overheid, en vindt dat bij het oplossen van
problemen, het maatschappelijk middenveld een belangrijke rol speelt.
- Deze ideologie ontstond eind 19e eeuw met partijen die zich verzette tegen uitbuiting van
arbeiders.
- CDA, CU & SGP.
Pragmatisme : het kernidee van deze politiek stroming is ‘praktische oplossingen en resultaten
boven ideologie’, en het wilt oplossingen die door experts als beste worden gezien. Critici zeggen
dat het pragmatisme te weinig waarde hecht aan morele waarden.
- Ontstond in Nederland vanaf de ontzuiling in de jaren 60.
6.1 Representatie en representativiteit
Representatie (feitelijk) : de vertegenwoordiging van een groep in (politieke) organisaties door één
of enkele betrokkenen die namens de groep optreden.
Representativiteit (met oordeel) : de mate waarin de politieke besluiten, standpunten of
achtergrondskenmerken van de vertegenwoordigers overeenkomen met die van de groep die
vertegenwoordigd wordt.
- Om representativiteit te meten zijn er een aantal indicatoren: achtergrondskenmerken (leeftijd,
geslacht en etniciteit), standpunten (komen de standpunten overeen?) en besluiten (passen de
besluiten bij de kiesers?).
Volkssoevereiniteit : het principe waarbij de inwoners samen (door vertegenwoordigers) de
politieke koers van het land bepalen.
6.2 Politieke partijen
Liberalisme (progressief) : het kernidee van deze ideologie is ‘vrijheid van het individu’, en het
streeft naar een zo vrij mogelijke economie, met een passieve rol van de overheid.
- Het liberalisme ontstond halverwege de 19e eeuw als een reactie op de conservatieve
denkbeelden die toen dominant waren in West-Europa. De ideologie had vooral aanhangers
onder rijke burgers die meer vrijheid wouden.
- VVD, D66, PVV & FvD.
Socialisme (progressief) : het kernidee van deze ideologie is ‘gelijkheid en rechtvaardigheid’, en
het streeft naar een samenleving waarin middelen eerlijk verdeeld zijn (communisme), met een
actieve rol van de overheid.
- Het socialisme ontstond aan het begin van de 19e eeuw uit het marxisme. De ideologie had
vooral aanhangers in de arbeidsklasse, en wilde de kloof tussen arm en rijk verminderen. Het
deelt dingen met het communisme, maar dan zonder geweld, en ik plaats daarvan stakingen.
- PvdA-GL, SP, Denk, PvdD & 50plus.
Christendemocratie/confessionalisme (conservatief) : deze ideologie heeft als kernidee ‘politiek
gebaseerd op religieuze normen en waarden’, en combineert conservatieve standpunten met
etnische waarden. Het wil een actieve rol van de overheid, en vindt dat bij het oplossen van
problemen, het maatschappelijk middenveld een belangrijke rol speelt.
- Deze ideologie ontstond eind 19e eeuw met partijen die zich verzette tegen uitbuiting van
arbeiders.
- CDA, CU & SGP.
Pragmatisme : het kernidee van deze politiek stroming is ‘praktische oplossingen en resultaten
boven ideologie’, en het wilt oplossingen die door experts als beste worden gezien. Critici zeggen
dat het pragmatisme te weinig waarde hecht aan morele waarden.
- Ontstond in Nederland vanaf de ontzuiling in de jaren 60.