H4 Een nieuwe Republiek in Europa
4.1 De opstand in Europees perspectief
In de Nederlanden, Frankrijk en het Duitse rijk speelde er in de 16e eeuw veel spanningen over
religie. Deze conflicten waren verweven met een strijd over de centralisatie van het bestuur.
- De Nederlanden: ‘Swingende Willem’ eiste dat Filips II de bloedplakkaten (wetten met
doodstraffen tegen ketters) zou intrekken, en er ontstond kritiek op de Rooms-katholieke kerk.
- Frankrijk: Werd in de 16e en 17e eeuw verscheurd door godsdiensttwisten tussen de protestante
en katholieke kerk. Rust keerde pas terug in 1598 toen de hugenoten (calvinisten) enige
godsdienstvrijheid kregen in het edict van Nantes.
- Het Duitse rijk: De macht was verdeeld over allerlei vorsten en geestelijken. Er waren
godsdienstoorlogen tussen protestantse vorsten en keizer Karel V. In 1618 brak de 30-jarige
oorlog uit, waarin ook katholieke vorsten zich verzette tegen de keizerlijke macht. In 1648 werd
het Vrede van Westfalen gesloten met vrijheid van godsdienst van onderdanen.
Raad van state : De adviesraad van de landvoogd van de Nederlanden.
De opstand : Het verzet tegen de godsdienstvervolging en centralisatie wat leidde tot een conflict
(door protestanten).
- Begon in 1566 met de beeldenstorm.
Gevolgen van de opstand:
- Scheiding van Noord en Zuid Nederland.
- De vorming van de unie in Utrecht.
- Het verbreken van de banden met de Spaanse vorst.
- De definitieve vrede met Spanje in 1648.
- In de Nederlanden vormde er een staat zonder vorst.
4.2 Een bijzondere bestuursvorm
In de Republiek (staat zonder vorst) kwam de soevereiniteit (de hoogste staatsmacht) niet te liggen
bij 1 persoon, maar bij meerdere bestuursorganen: de gewestelijke staten.
Statenvergadering : De vergadering van de gewestelijke staten.
Staten-Generaal : Het overkoepeld bestuursorgaan waar de vertegenwoordigers van de gewesten
samen kwamen voor overleg.
- Ze besloten hier zaken wat voor elk gewest hetzelfde zou zijn zoals belasting, maar ook
buitenlandse zaken.
- In praktijk had het gewest Holland het meeste invloed (het grootste en het meeste inkomen).
Regenten : Een groep rijke burgers die de Republiek in praktijk bestuurde (veel in Holland).
Facties : Politieke netwerken door heel de Republiek.
- Dit hadden bestuurders nodig om goed te kunnen regeren, vooral met vooraanstaande families.
In Frankrijk lukte centralisatie van bestuur wel vanaf de 16e eeuw.
4.1 De opstand in Europees perspectief
In de Nederlanden, Frankrijk en het Duitse rijk speelde er in de 16e eeuw veel spanningen over
religie. Deze conflicten waren verweven met een strijd over de centralisatie van het bestuur.
- De Nederlanden: ‘Swingende Willem’ eiste dat Filips II de bloedplakkaten (wetten met
doodstraffen tegen ketters) zou intrekken, en er ontstond kritiek op de Rooms-katholieke kerk.
- Frankrijk: Werd in de 16e en 17e eeuw verscheurd door godsdiensttwisten tussen de protestante
en katholieke kerk. Rust keerde pas terug in 1598 toen de hugenoten (calvinisten) enige
godsdienstvrijheid kregen in het edict van Nantes.
- Het Duitse rijk: De macht was verdeeld over allerlei vorsten en geestelijken. Er waren
godsdienstoorlogen tussen protestantse vorsten en keizer Karel V. In 1618 brak de 30-jarige
oorlog uit, waarin ook katholieke vorsten zich verzette tegen de keizerlijke macht. In 1648 werd
het Vrede van Westfalen gesloten met vrijheid van godsdienst van onderdanen.
Raad van state : De adviesraad van de landvoogd van de Nederlanden.
De opstand : Het verzet tegen de godsdienstvervolging en centralisatie wat leidde tot een conflict
(door protestanten).
- Begon in 1566 met de beeldenstorm.
Gevolgen van de opstand:
- Scheiding van Noord en Zuid Nederland.
- De vorming van de unie in Utrecht.
- Het verbreken van de banden met de Spaanse vorst.
- De definitieve vrede met Spanje in 1648.
- In de Nederlanden vormde er een staat zonder vorst.
4.2 Een bijzondere bestuursvorm
In de Republiek (staat zonder vorst) kwam de soevereiniteit (de hoogste staatsmacht) niet te liggen
bij 1 persoon, maar bij meerdere bestuursorganen: de gewestelijke staten.
Statenvergadering : De vergadering van de gewestelijke staten.
Staten-Generaal : Het overkoepeld bestuursorgaan waar de vertegenwoordigers van de gewesten
samen kwamen voor overleg.
- Ze besloten hier zaken wat voor elk gewest hetzelfde zou zijn zoals belasting, maar ook
buitenlandse zaken.
- In praktijk had het gewest Holland het meeste invloed (het grootste en het meeste inkomen).
Regenten : Een groep rijke burgers die de Republiek in praktijk bestuurde (veel in Holland).
Facties : Politieke netwerken door heel de Republiek.
- Dit hadden bestuurders nodig om goed te kunnen regeren, vooral met vooraanstaande families.
In Frankrijk lukte centralisatie van bestuur wel vanaf de 16e eeuw.