H9 Leven in een massasamenleving (1900-1950)
Kenmerkende aspecten:
* 37: De rol van moderne propaganda-en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie.
* 38: Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en fascisme/
nationaalsocialisme.
* 39: De crisis van het wereldkapitalisme.
* 40: Het voeren van twee wereldoorlogen.
* 43: Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de
betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering.
Massasamenleving : een samenleving waarin mensen meer afhankelijk van elkaar zijn, en dicht op
elkaar wonen.
Tijdlijn 1900-1950:
1914: Moord op Frans Ferdinand.
1917: In Rusland grijpen de communisten de macht.
1918: Wapenstilstand.
1919: Verdrag van Versailles.
1922: Oprichting van de Sovjet-Unie.
1929: Beurskrach in New York.
1929: Stalin begint de industrialisatie van de Sovjet-Unie.
1932: New deal (Roosevelt)
9.1 Een moderne wereld
Rond 1900 waren mensen in West-Europa en de Verenigde Staten over het algemeen gezonder en
leefden ze langer dan 100 jaar eerder. Via telefoon, radio en bioscoop wisten zij steeds meer over de
wereld. Welke veranderingen leidden tot het ontstaan van een massasamenleving in West-Europa en
de Verenigde Staten?
Drie ontwikkelingen vanaf 1900:
1. Meer mensen: bevolkingsgroei in grote steden door betere ziektebestrijding, betere hygiëne en
schoner water.
2. Sneller transport: door nieuwe vervoersmiddelen konden mensen grotere afstanden afleggen
(auto, tram, stoomtrein en later het vliegtuig).
3. Nieuwe communicatiemiddelen: uitvindingen/middelen om op afstand informatie over te
brengen aan (grote groepen) mensen, zoals radio, film en telefoon
Het werd hierdoor steeds makkelijker op informatie te verspreiden en te communiceren.
Tweede industriële revolutie : periode vanaf het einde van de 19e eeuw, waarin staal, elektriciteit
en de verbrandingsmotor werden toegepast in de industrie.
Invloed van nieuwe technieken:
- Voordelen: elektriciteit, gebruik van verbrandingsmotoren en staal werd ontwikkeld.
- Nadelen: gebruik van propoganda (door de nieuwe communicatiemiddelen) en er ontstond
rivaliteit tussen landen (Groot-Brittannië en Duitsland) om steeds betere wapens te creëren —>
wapenwedloop.
Kenmerkende aspecten:
* 37: De rol van moderne propaganda-en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie.
* 38: Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en fascisme/
nationaalsocialisme.
* 39: De crisis van het wereldkapitalisme.
* 40: Het voeren van twee wereldoorlogen.
* 43: Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de
betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering.
Massasamenleving : een samenleving waarin mensen meer afhankelijk van elkaar zijn, en dicht op
elkaar wonen.
Tijdlijn 1900-1950:
1914: Moord op Frans Ferdinand.
1917: In Rusland grijpen de communisten de macht.
1918: Wapenstilstand.
1919: Verdrag van Versailles.
1922: Oprichting van de Sovjet-Unie.
1929: Beurskrach in New York.
1929: Stalin begint de industrialisatie van de Sovjet-Unie.
1932: New deal (Roosevelt)
9.1 Een moderne wereld
Rond 1900 waren mensen in West-Europa en de Verenigde Staten over het algemeen gezonder en
leefden ze langer dan 100 jaar eerder. Via telefoon, radio en bioscoop wisten zij steeds meer over de
wereld. Welke veranderingen leidden tot het ontstaan van een massasamenleving in West-Europa en
de Verenigde Staten?
Drie ontwikkelingen vanaf 1900:
1. Meer mensen: bevolkingsgroei in grote steden door betere ziektebestrijding, betere hygiëne en
schoner water.
2. Sneller transport: door nieuwe vervoersmiddelen konden mensen grotere afstanden afleggen
(auto, tram, stoomtrein en later het vliegtuig).
3. Nieuwe communicatiemiddelen: uitvindingen/middelen om op afstand informatie over te
brengen aan (grote groepen) mensen, zoals radio, film en telefoon
Het werd hierdoor steeds makkelijker op informatie te verspreiden en te communiceren.
Tweede industriële revolutie : periode vanaf het einde van de 19e eeuw, waarin staal, elektriciteit
en de verbrandingsmotor werden toegepast in de industrie.
Invloed van nieuwe technieken:
- Voordelen: elektriciteit, gebruik van verbrandingsmotoren en staal werd ontwikkeld.
- Nadelen: gebruik van propoganda (door de nieuwe communicatiemiddelen) en er ontstond
rivaliteit tussen landen (Groot-Brittannië en Duitsland) om steeds betere wapens te creëren —>
wapenwedloop.