Berlijn, november 1946. Het wordt winter en er is geen geld voor nieuwe schoenen. Als die al te
koop zouden zijn. De verwoesting is compleet: veel Duitse steden zijn in puin geschoten, de
economie ligt helemaal stil, Adolf Hitler is dood en het and is bezet door de geallieerden.
Niet alleen Duitsland, maar alle Europese landen kwamen verzwakt uit de tweede wereldoorlog.
Het machtige Europa, dat honderden jaren lang de wereld had overheerst, bestond niet meer. Na de
oorlog werd Europa verscheurd in een nieuwe strijd om wereldmacht, nu tussen de Sovjet-Unie en
de Verenigde Staten. Deze twee grootmachten steunden ook de ambitie van de koloniën van West-
Europa om onafhankelijk te worden van hun moederlanden. Toch betekende dat alles niet dat de
twee kinderen op de foto in oorlog zouden opgroeien. Na 1945 waren er grote spanningen, maar er
brak in Europa bijna een halve eeuw lang geen echte oorlog meer uit. De landen in West-Europa
werden bovendien welvarender dan ooit tevoren.
Kenmerkende aspecten:
* 45: de verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop
en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoom oorlog.
* 46: de dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de wereld.
* 47: de eenwording van Europa
* 48: de toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren 60 van de 20e eeuw aanleiding gaf tot
ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen.
Tijdlijn:
1943 - Conferentie van Teheran
1945 - Conferentie van Jalta
1945 - Soekarno roept de onafhankelijkheid van Indonesië uit
1947 - Groot-Brittannië erkent de onafhankelijkheid van India
1947 - Begin van de Marshallhulp
1948 - In de westelijke zones van Duitsland wordt de Duitse mark ingevoerd —> blokkade
1948 - Het ontstaan van Israël
1949 - In China grijpen communisten de macht
1949 - De oprichting van de NAVO
1949 - De start van de wapenwedloop
1949 - Nederland erkent de onafhankelijkheid van Indonesië
1950 - Het communistisch Noord-Korea valt Zuid-Korea binnen
1951 - Oprichting van de EGKS
1955 - De start van de Vietnamoorlog
1957 - Oprichting van de EEG
1961 - De bouw van de Berlijnse muur
1962 - Amerikaanse spionage vliegtuigen ontdekken kernraketten van de SU op Cuba
1973 - Terugtrekking van de VS uit Vietnam
1973 - Groot-Brittannië, Ierland en Denemarken sluiten zich aan bij de EEG
1980 - Spanje, Portugal en Griekenland sluiten zich aan bij de EEG
1989 - Einde van de Berlijnse muur
1990 - Oost- en West-Duitsland worden herenigd
1991 - De Sovjet-Unie valt uiteen
, 11.1 Oost en west
Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie gezamenlijk
opgetrokken tegen de grote vijand nazi-Duitsland, maar al tijdens de oorlog ontstond er
wantrouwen. na 1945 liepen de spanningen snel op. Welke invloed had deze ‘koude oorlog’ op de
landen in Europa en op de rest van de wereld?
Na de Tweede Wereldoorlog waren er twee grootmachten over: de Verenigde Staten en de Sovjet
unie. Er ontstond spanning dus tussen de twee, omdat Amerika bang was voor de uitbreiding van
het communisme, en de SU was bang voor de uitbreiding van het kapitalisme. Er was een constante
dreiging en een ondergrondse strijd om wereldwijde invloed. Dit noemen we nu: de koude oorlog.
De koude oorlog begon met de eerste fase de ‘blokvorming’ (het ontstaan van groepen landen met
hetzelfde economische en politieke systeem), waarbij Europa werd verdeeld in twee invloedssferen:
oost-blok en west-blok.
In 1943, tijdens de conferentie van Teheran, besproken Churchill,
Roosevelt en Stalin wat er ging gebeuren met de Oost Europese landen
die toen werden bevrijd door de SU. In 1945, tijdens de conferentie
van Jalta, besloten dezelfde leiders Duitsland te verdelen in
bezettingszones bestuurd door de overwinnaars. Ook Berlijn werd
verdeeld. De westelijke zones werden democratisch en gesteund bij de
wederopbouw, terwijl de Sovjet-zone communistisch werd en
herstelbetalingen moest leveren.
In 1948 werd in de westelijke zones de Duitse Mark ingevoerd, en
Stalin beschouw dit als schending van de afspraken. Hij besloot zijn
deel van Berlijn volledig afsluiten van de rest van de wereld. Na bijna
een jaar liet hij de blokkade pas vallen in mei 1949.
In 1949 richtten de Verenigde Staten, Canada en de meeste Europese
landen de NAVO (militair bondgenootschap tussen westerse landen die hebben afgesproken dat als
een van de lidstaten wordt aangevallen, de andere militair te hulp zullen schieten) op. Deze
organisatie had als doel militaire samenwerking en de vrede in Europa bewaren.
In 1949 begon ook de wapenwedloop (een strijd tussen grootmachten waarbij men de overhand
probeert te krijgen door meer en geavanceerde wapens te produceren dan de ander) die niet zo
stoppen tot 1989. Amerika had voor het eerst atoombommen gebruikt (Hiroshima en Nagasaki), en
de SU bleek ook kernwapens te bezitten. Dit zorgde voor een groeiende spanningen in de
internationale verhoudingen, maar dit zorgde ook voor wederzijdse afschrikking (het verschijnsel
dat er tussen grootmachten niet snel een oorlog zou uitbreken, doordat zij over zulke grote
hoeveelheden massavernietigingswapens beschikken, dat oorlog catastrofale gevolgen zou hebben
voor beide partijen).
Een spannend moment in de koude oorlog was in 1962, toen Amerikaanse spionage vliegtuigen
ontdekte dat de Sovjet unie bezig was met kernraketten op Cuba (vlakbij de Amerikaanse kust). De
president van de Verenigde Staten, John F. Kennedy, en de partijleider van de Sovjet unie, Nikita
Chroesjtsjov, stonde nu lijnrecht tegenover elkaar. Mensen in de wereld ervaarde heel veel
spanningen door de dreiging van een atoomoorlog, en in west-Europa protesteerde ze hier ook
tegen.