H12 Europa en de wereld na 1989
In 1991 ging een schok door Europa. Wat onmogelijk leek, gebeurde: voor het eerst sinds 1945 brak
in Europa weer een grote oorlog uit. Door de ineenstorting van het communisme waren in
Joegoslavië bevolkingsgroepen tegenover elkaar komen te staan. Het land viel uiteen in nieuwe
staten als Kroatië, Slovenië en Servië. De vluchtelingen uit Krajina op deze foto (1991) waren niet
uniek: miljoenen mensen werden vanwege hun afkomst van huis en haard verdreven. Velen bleven in
de regio, maar honderdduizenden gingen als oorlogsvluchtelingen naar West-Europa. Vanaf die
periode zou West-Europa steeds meer worden geconfronteerd met nieuwe groepen immigranten - of
ze nu afkomstig waren uit de nieuwe lidstaten van de sterk uitgebreide Europese Unie of uit
oorlogsgebieden in de instabiele islamitische wereld, waar gewelddadige groeperingen in opkomst
waren. West-Europa werd diverser, maar het verzet tegen die multiculturele samenleving werd ook
heftiger. De wereld na de Koude Oorlog bleek lang niet zo vredig en stabiel als gehoopt.
Kenmerkende aspecten:
* 45: de verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop
en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoom oorlog.
* 47: de eenwording van Europa.
* 49: de ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen.
Tijdlijn:
1985 - Gorbatsjov voert ingrijpende hervormingen door zoals glasnost & perestrojka
1989 - De val van de Berlijnse muur
1991 - De val van de Sovjet-Unie
1991 - In Joegoslavië breekt de oorlog uit tussen de deelstaten; het land valt uiteen
1993 - De oprichting van de Europese Unie
1995 - In Europa wordt verkeer van personen, goederen en kapitaal ingevoerd (Schengen)
1995 - De grootste genocide na de tweede wereldoorlog in Bosnië
2001- Moslimterroristen plegen grote aanslagen in New York en Washington
2002 - Invoering van de euro
2002 - In Nederland wordt de populistische politicus Pim Fortuyn vermoord
2004 - De EU wordt uitgebreid met 10 (ex-communistische) staten
2008 - De economische crisis in Europa
2014 - Rusland veroverend het Oekraïense schiereiland Krim
2016 - De Brexit
, 12.1 Naar een nieuwe wereldorde
Na 1945 beheerste de strijd tussen communisme en kapitalisme de wereld. Veel mensen vreesden
een allesvernietigende atoomoorlog. Toen de Sovjet-Unie in 1991 uiteenviel, hoopten velen op
betere verhoudingen tussen landen. Bracht het einde van de Koude Oorlog de wereldvrede
dichterbij?
In de jaren 80 waren er in de Sovjet-Unie een aantal structurele problemen:
1. Economische stagnatie: er was geen economische groei meer.
2. Dure wapenwedloop: door de hoge kosten van de wapenwedloop was de SU vrijwel bankroet.
3. Star politiek systeem: er was geen ruimte voor verandering/vernieuwing binnen de politiek.
4. Druk van het westen: om het communisme te redden, voerde Gorbatsjov vanaf 1985
ingrijpende hervormingen door, zoals meer vrijheid (glasnost), marktwerking (perestrojka) en
toenadering tot het Westen. Deze maatregelen mislukten echter, waardoor het communisme en
het eenpartijstelsel hun laatste geloofwaardigheid verloren.
Deze problemen zorgde voor de afname van geloofwaardigheid van het communisme onder de
bevolking.
In de jaren 80 heerste er een bepaalde sociale onrust in Oostbloklanden, waarbij de landen zich
verzette tegen de communistische dictatuur. Eerder had de Sovjet-Unie ingegrepen, maar onder
Gorbatsjov gebeurde dat niet meer.
Nu kwamen de grote communistische regimes onder druk te staan. Plotseling besloot de DDR
(Duitse Democratische Republiek) om in 1989 vrij verkeer tussen Oost- en West-Duitsland toe te
staan, en dit betekende de val van de Berlijnse muur. Dit betekende ook gelijk de ondergang van de
DDR. In 1990 werd de eenpartijstaat afgeschaft in de SU, en het communisme stierf in de
Oostbloklanden.
De SU bestond eerst uit allemaal deelrepublieken, zoals Oekraïne, en die werden sterk overheerst
door de grootse deelrepubliek: Rusland.
In 1991 werd de Sovjet-Unie officieel opgeheven, en Rusland werd gezien als de opvolgstaat. Boris
Jeltsin was de eerste democratisch gekozen president van Rusland, en hij moest de structurele
problemen oplossen.
Uiteindelijk ontstond er een kapitalistische economie, waarin rijke zakenmannen en slimme politici
elkaar konden helpen ten koste van de gewone Russen.
In de voormalige Sovjetrepublieken veranderde het politieke en economische systeem ook. In
sommige landen ontstonden er democratieën zoals in de Baltische staten, terwijl andere republieken
autoritaire regimes kregen. Nationalisme leidde in sommige landen, zoals Georgië en Oekraïne, tot
conflicten en burgeroorlogen.
Na de val van de Sovjet-Unie voerden Oost-Europese landen democratie en economische
liberalisering in, maar nationalisme zorgde voor nieuwe spanningen. Dit leidde in Joegoslavië tot
burgeroorlogen (1991-2001), waarbij bevolkingsgroepen (onder andere Serviërs, Slovenen, Kroaten
en Bosniërs) zich gewelddadig afscheidden. In 1995 werd het Nederlandse VN-bataljon (Dutchbat)
in de Bosnische stad Srebrenica overrompeld door Servische troepen, die vervolgens 8.000
Bosnische moslims vermoordden. De VN kon dit niet voorkomen, en in 2002 nam de Nederlandse
regering hiervoor gedeeltelijke verantwoordelijkheid. Dit was de grootste genocide na de tweede
wereldoorlog.
In 1991 ging een schok door Europa. Wat onmogelijk leek, gebeurde: voor het eerst sinds 1945 brak
in Europa weer een grote oorlog uit. Door de ineenstorting van het communisme waren in
Joegoslavië bevolkingsgroepen tegenover elkaar komen te staan. Het land viel uiteen in nieuwe
staten als Kroatië, Slovenië en Servië. De vluchtelingen uit Krajina op deze foto (1991) waren niet
uniek: miljoenen mensen werden vanwege hun afkomst van huis en haard verdreven. Velen bleven in
de regio, maar honderdduizenden gingen als oorlogsvluchtelingen naar West-Europa. Vanaf die
periode zou West-Europa steeds meer worden geconfronteerd met nieuwe groepen immigranten - of
ze nu afkomstig waren uit de nieuwe lidstaten van de sterk uitgebreide Europese Unie of uit
oorlogsgebieden in de instabiele islamitische wereld, waar gewelddadige groeperingen in opkomst
waren. West-Europa werd diverser, maar het verzet tegen die multiculturele samenleving werd ook
heftiger. De wereld na de Koude Oorlog bleek lang niet zo vredig en stabiel als gehoopt.
Kenmerkende aspecten:
* 45: de verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop
en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoom oorlog.
* 47: de eenwording van Europa.
* 49: de ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen.
Tijdlijn:
1985 - Gorbatsjov voert ingrijpende hervormingen door zoals glasnost & perestrojka
1989 - De val van de Berlijnse muur
1991 - De val van de Sovjet-Unie
1991 - In Joegoslavië breekt de oorlog uit tussen de deelstaten; het land valt uiteen
1993 - De oprichting van de Europese Unie
1995 - In Europa wordt verkeer van personen, goederen en kapitaal ingevoerd (Schengen)
1995 - De grootste genocide na de tweede wereldoorlog in Bosnië
2001- Moslimterroristen plegen grote aanslagen in New York en Washington
2002 - Invoering van de euro
2002 - In Nederland wordt de populistische politicus Pim Fortuyn vermoord
2004 - De EU wordt uitgebreid met 10 (ex-communistische) staten
2008 - De economische crisis in Europa
2014 - Rusland veroverend het Oekraïense schiereiland Krim
2016 - De Brexit
, 12.1 Naar een nieuwe wereldorde
Na 1945 beheerste de strijd tussen communisme en kapitalisme de wereld. Veel mensen vreesden
een allesvernietigende atoomoorlog. Toen de Sovjet-Unie in 1991 uiteenviel, hoopten velen op
betere verhoudingen tussen landen. Bracht het einde van de Koude Oorlog de wereldvrede
dichterbij?
In de jaren 80 waren er in de Sovjet-Unie een aantal structurele problemen:
1. Economische stagnatie: er was geen economische groei meer.
2. Dure wapenwedloop: door de hoge kosten van de wapenwedloop was de SU vrijwel bankroet.
3. Star politiek systeem: er was geen ruimte voor verandering/vernieuwing binnen de politiek.
4. Druk van het westen: om het communisme te redden, voerde Gorbatsjov vanaf 1985
ingrijpende hervormingen door, zoals meer vrijheid (glasnost), marktwerking (perestrojka) en
toenadering tot het Westen. Deze maatregelen mislukten echter, waardoor het communisme en
het eenpartijstelsel hun laatste geloofwaardigheid verloren.
Deze problemen zorgde voor de afname van geloofwaardigheid van het communisme onder de
bevolking.
In de jaren 80 heerste er een bepaalde sociale onrust in Oostbloklanden, waarbij de landen zich
verzette tegen de communistische dictatuur. Eerder had de Sovjet-Unie ingegrepen, maar onder
Gorbatsjov gebeurde dat niet meer.
Nu kwamen de grote communistische regimes onder druk te staan. Plotseling besloot de DDR
(Duitse Democratische Republiek) om in 1989 vrij verkeer tussen Oost- en West-Duitsland toe te
staan, en dit betekende de val van de Berlijnse muur. Dit betekende ook gelijk de ondergang van de
DDR. In 1990 werd de eenpartijstaat afgeschaft in de SU, en het communisme stierf in de
Oostbloklanden.
De SU bestond eerst uit allemaal deelrepublieken, zoals Oekraïne, en die werden sterk overheerst
door de grootse deelrepubliek: Rusland.
In 1991 werd de Sovjet-Unie officieel opgeheven, en Rusland werd gezien als de opvolgstaat. Boris
Jeltsin was de eerste democratisch gekozen president van Rusland, en hij moest de structurele
problemen oplossen.
Uiteindelijk ontstond er een kapitalistische economie, waarin rijke zakenmannen en slimme politici
elkaar konden helpen ten koste van de gewone Russen.
In de voormalige Sovjetrepublieken veranderde het politieke en economische systeem ook. In
sommige landen ontstonden er democratieën zoals in de Baltische staten, terwijl andere republieken
autoritaire regimes kregen. Nationalisme leidde in sommige landen, zoals Georgië en Oekraïne, tot
conflicten en burgeroorlogen.
Na de val van de Sovjet-Unie voerden Oost-Europese landen democratie en economische
liberalisering in, maar nationalisme zorgde voor nieuwe spanningen. Dit leidde in Joegoslavië tot
burgeroorlogen (1991-2001), waarbij bevolkingsgroepen (onder andere Serviërs, Slovenen, Kroaten
en Bosniërs) zich gewelddadig afscheidden. In 1995 werd het Nederlandse VN-bataljon (Dutchbat)
in de Bosnische stad Srebrenica overrompeld door Servische troepen, die vervolgens 8.000
Bosnische moslims vermoordden. De VN kon dit niet voorkomen, en in 2002 nam de Nederlandse
regering hiervoor gedeeltelijke verantwoordelijkheid. Dit was de grootste genocide na de tweede
wereldoorlog.