Kenmerkende aspecten van deze paragraaf:
Ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en
politiek in de Griekse stadstaat
De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
De eerste Griekse beschavingen
Iets voor omstreeks 750 v.C. hadden de Grieken het letterschrift (het alfabet) van de Feniciërs
(het volk uit Libanon) overgenomen.
Met de uitvinding van het schrift omstreeks 3000 v.C. was de oudheid begonnen. Dit wordt
ook wel de tijd van Grieken en Romeinen genoemd.
De oudste beschaving in Europa was de Minoïsche beschaving op Kreta. Zij hadden een
schrift dat op kleitabletten werd geschreven. Doordat het nauwelijks is ontcijferd, is over de
Minoïsche beschaving veel minder bekend dan over de oudste culturen in West-Azië en
Egypte.
De Minoïsche beschaving is genoemd naar koning Minos, die voorkwam in latere Griekse
verhalen. Volgens een mythe was Minos een zoon van de oppergod Zeus en de Fenicische
prinses Europa.
Omstreeks 1500 v.C. gingen Grieken vanaf het (Europese) vasteland heersen over Kreta. De
vroegste Griekse beschaving was de Myceense beschaving. De Myceense koningen vochten
vaak tegen elkaar in de 13e eeuw v.C. voerden ze gezamenlijk oorlog tegen de Hittieten, een
volk dat. Over Anatolië heerste. De strijd ging onder meer om de stad Troje aan de
Anatolische westkust, die omstreeks 1250 v.C. werd verwoest. Dit is waarschijnlijk de
historische achtergrond van de Ilias.
De Myceense beschaving ging in de 12e eeuw v.C. ten onder.
De cultuur van de Griekse stadstaten
Vanaf de 8e eeuw kwam een nieuwe Griekse beschaving tot ontwikkeling. De Grieken leefden
toen in onafhankelijke stadstaten (poleis) met een landbouwstedelijke samenleving. Er was
een bloeiende economie en een snelle bevolkingsgroei.
Toen er overbevolking dreigde, vertrokken groepen Grieken per schip uit hun stadstaten. Ze
vestigden zich in koloniën die ze stichtten aan de kust van de Middellandse en Zwarte Zee.
Steden zoals Napels, Marseille en Istanbul zijn begonnen als Griekse koloniën.
De Grieken leefden niet in 1 staat, maar door hun gezamenlijk cultuur hadden ze wel het idee
dat ze samen 1 volk vormden. Ze spraken dezelfde taal en vertelden dezelfde verhalen,
waardoor ze hetzelfde beeld hadden van hun gezamenlijke geschiedenis.
Door de kolonisatie en het gebruik van een gemeenschappelijke munt (drachme), groeiden de
Griekse handel, nijverheid en welvaart. Maar ook door de import van Griekse producten,
zoals graan, groeide bijvoorbeeld Athene uit tot een stat met 250.000 inwoners.
, In de 5e eeuw v.C. kwam de Griekse cultuur tot bloei, zo ook de wetenschap en de bouw- en
beeldhouwkunst.
De Griekse (en Grieks-Romeinse) beschaving wordt klassiek genoemd omdat de gedachten
en vormen ervan zo goed zijn gevonden dat ze werden nagedaan. Het beroemdste gebouw is
het Parthenon. De gebouwen hadden zuilen en voorstellingen in reliëf.
Dorische stijl sobere en dikke zuilen.
Ionische stijl slanke zuilen met een voetstuk en een bovenstuk met sierlijke krullen.
Korinthische stijl zuilen met bladeren.
De antieke Grieken voelden zich met elkaar verbonden tegenover de niet-Grieken, die ze
barbaren noemden. De stadstaten voerden ook vaak oorlog met elkaar. Pas in 338 v.C.
werden ze in één rijk verenigd toen ze onderworpen werden door het koninkrijk Macedonië.
De koning van Macedonië bewonderde de Griekse cultuur en gaf zijn troonopvolger
Alexander de Grote een Griekse opvoeding. Deze veroverde in 334-323 v.C. het Perzische
rijk en Egypte, waar hij de hoofdstad Alexandrië stichtte. Hierdoor werd de Griekse cultuur
verspreid. Na zijn dood viel zijn rijk uiteen in verschillende rijken. Er heerste daarna in West-
Azië en Egypte een Griekse elite over de inheemse bevolking.
Burgerschap en politiek
Een polis met een erfelijke koning werd een monarchie (alleenheerschappij) genoemd. Een
groep met erfelijke voorrechten (edelen) bestuurden andere poleis. Dit is een aristocratie
(betekent regering van de besten). De rijkdom werd gebaseerd op grondbezit. Sommige
steden werden bestuurd door rijken die niet uit een adellijke familie kwamen, dit is een
oligarchie.
Door de economische ontwikkelingen kwamen er ook meer ambachtslieden en handelaren.
Ook zij wilden meebeslissen over het bestuur van de polis politiek. Soms veroverde 1
edelman met geweld alle macht tiran. Hij probeerde vaak steun van het volk te krijgen
om zich tegenover andere edelen te handhaven.
Dit gebeurde ook in Athene maar doordat zijn zonen het overnamen kwam er verzet. 507 v.C.
werd Athene een democratie. De volksvergadering besliste de wetten, koos de bestuurders en
controleerde hen. Athene was een directe democratie. De burgers kozen geen
vertegenwoordigers, maat mochten zelf stemmen en spreken in de volksvergadering. Voor
een geldig besluit moesten er 6000 autochtone vrije mannen aanwezig zijn. Niet alle
Atheners vonden de democratie een goed systeem, zoals Socrates en Plato.
Wetenschappelijk denken
De Grieken verklaarden de wereld met verhalen over goden waarvan de belangrijkste leefden
op de berg Olympus. Filosofen ontwikkelden vanaf de 6e eeuw v.C. een rationele manier van
denken. De Grieken waren niet de uitvinders van de wetenschap. Wetenschap in de zin van
kennis van de natuur was zou oud als de mensheid. Landbouwstedelijke beschavingen
gebruikten reken- en meetkunde om gebouwen te construeren. Ze geloofden dat goden ziekte
en gezondheid brachten, maar maakte ook geneesmiddelen. Maar dat soort wetenschap was
concreet en praktisch.
De Grieken maakte de wetenschap los van de praktijk. Ze gingen nadenken over schoonheid,
macht en zwaarte en wilden begrijpen hoe de werkelijkheid in elkaar zit.