(spreken over een) Strafbaar feit (4 voorwaarden):
1. Het gaat om een menselijke gedraging
2. De gedraging valt binnen een delictsomschrijving
3. De gedraging is wederrechtelijk
4. De gedraging is aan schuld te wijten
Art. 27 Sv -> iemand die als verdachte kan worden aangemerkt als er een
redelijk vermoeden van schuld is dat deze persoon een strafbaar feit heeft
gepleegd.
Het gaat om een menselijke gedraging
Een gewilde spierbeweging.
Een menselijke gedraging kan ook bestaan uit nalaten (de verdachte had
een spierbeweging kunnen maken, maar heeft dit niet gedaan, bewust
niet helpen).
Functioneel daderschap: Als rechtspersonen, zoals bv's of nv's
strafbare feiten plegen.
De gedraging valt binnen een delictsomschrijving
Legaliteitsbeginsel: voordat de gedraging plaatsvindt, in de wet een
omschrijving moet staan van het gedrag dat strafbaar wordt gesteld.
De gedraging is wederrechtelijk
'in strijd met het recht'.
Soms rechtvaardigingsgrond zoals noodweer, dan heeft de verdachte niet
wederrechtelijk gehandeld.
De gedraging is aan schuld te wijten
We bedoelen daarmee dat de verdachte een verwijt moet kunnen worden
gemaakt.
Er is sprake van verwijtbaarheid als de verdachte anders had kunnen
handelen, maar dit niet heeft gedaan.
Verdachte kan beroep doen op schulduitsluitingsgrond.
Bestanddelen en elementen
Bestanddelen: de onderdelen waaruit een delictsomschrijving bestaat.
Elementen: wederrechtelijkheid en schuld.
Art. 287 Sr
'hij die opzettelijk een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan
doodslag, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of
geldboete van de vijfde categorie'
,De bestanddelen zijn:
- Een ander
- Opzettelijk
- Van het leven beroven
Misdrijven:
- Boek 2
- Gevangenisstraf
- Rechtbank
Overtredingen:
- Boek 3
- geldboete of hechtenis
- kantonrechter
Formele delicten -> de activiteit wordt strafbaar gesteld en het
eventuele gevolg is niet van belang.
- Art. 310 Sr: diefstal
- Art. 350 Sr: zaakbeschadiging
- Art. 317 Sr: afpersing
Materiële delicten -> de manier waarop het gevolg intreedt is niet van
belang: het gaat om het gevolg.
- Doodslag
Commissiedelicten: het handelen wordt strafbaar gesteld.
Omissiedelicten: Het nalaten wordt strafbaar gesteld.
Bij omissiedelicten moet in de delictsomschrijving wel altijd goed
omschreven staan welk nalaten aan wie moet worden toegerekend.
Gronddelict: Dat een bepaalde gedraging strafbaar is gesteld. Je zou het
een soort nulpunt kunnen noemen.
Gekwalificeerd delict: Een delict dat ernstiger is dan het gronddelict.
Het gaat nog steeds om hetzelfde soort delict, er is dan alleen vaak een
extra bestanddeel toegevoegd. Een gekwalificeerd delict kent ook een
zwaardere strafbedreiging (hoogte straf) dan het gronddelict.
Geprivilegieerd delict: (tegenovergestelde gekwalificeerd delict). Ten
opzichte van het gronddelict is het geprivilegieerde delict een lichtere
variant met een lagere strafbedreiging.
Hoofdstuk 2
,Wederrechtelijk betekent 'in strijd met het recht'.
Andere betekenissen:
Betekenis 1: zonder toestemming van de rechthebbende.
Leer van Remmelink: de verdachte handelt zonder eigen recht. Hierbij
gaat het overigens niet alleen om een privaatrechtelijke bevoegdheid van
de verdachte (zoals het hebben van toestemming van de rechthebbende),
maar kan ook een publiekrechtelijke bevoegdheid bedoeld worden.
Betekenis 2: in strijd met het recht (of: overtreding van een
delictsomschrijving)
Hier betekent het bestanddeel wederrechtelijk hetzelfde als het element
wederrechtelijk namelijk: verdachte heeft in strijd met de geschreven en
ongeschreven regels gehandeld.
Blz. 35 Dreigbrief Arrest
Hoofdstuk 3
Boos opzet
, Willens en wetens de strafwet overtreden (opzet). De verdachte weet, dat
wat hij doet, strafbaar is.
Kleurloos opzet
In het huidige strafrecht gaat de wetgever uit van kleurloos opzet. Er
wordt alleen gekeken naar het handelen van verdachte. Er is dus slechts
sprake van willens en wetens handelen. Het maakt niet uit of de
verdachte wist dat zijn handelen tot het plegen van een bepaald delict
kon leiden.
Opzet (dolus)
Nadruk ligt op willen bij de zwaarste vorm van opzet. Nadruk ligt op weten
bij de lichtere vormen. Verschil is van belang voor de bestanddelen
''opzet'' en ''oogmerk'' in de delictsomschrijving.
1. Met bedoeling (oogmerk of opzet)
2. Opzet als zekerheidsbewust-zijn
3. Opzet als mogelijkheidsbewustzijn
4. Voorwaardelijk opzet
Opzet als bedoeling (opzet of oogmerk)
Meest zuivere vorm van opzet: zowel de gedraging als de gevolgen
zijn volledig door de dader gewild.
Vol opzet in de delictsomschrijving ook wel aangeduid als 'oogmerk'.
Opzet als zekerheidsbewustzijn
De dader heeft met een bepaalde handeling een bepaald doel willen
bereiken, maar als rechtstreeks gevolg van die handeling is het
ongewilde/niet-beoogde gevolg ingetreden.
De dader wist zeker dat het ongewilde gevolg zou intreden en nam
dat op de koop toe.
Opzet als waarschijnlijkheidsbewustzijn
Het intreden van het ongewilde gevolg van het handelen van een
verdachte zal waarschijnlijk intreden.
Vergelijkbaar met opzet als zekerheidsbewustzijn, alleen dan niet
100% zeker.
Voorwaardelijk opzet
Lichtste vorm van opzet, ook wel aangeduid als opzet als
mogelijkheidsbewustzijn.
Dat is als het mogelijk is dat bepaalde niet-beoogde gevolgen, als
gevolg van het handelen van de verdachte zullen intreden en de
dader die gevolgen aanvaardt.