Strafrecht: regelt de vervolging en bestra ng van (rechts)personen (materieel)
Strafvordering: Formeel
Het strafrecht is het deel van het publiekrecht waarbij bepaalde handelingen strafbaar worden gesteld
Doel:
- vergelding (rechtvaardigheid)
- algemene preventie
- speciale preventie
Strafbare feit voorwaarden:
1. Het gaat om een menselijke gedraging
2. De gedraging valt binnen een delictsomschrijving (art. 1 Sr)
3. De gedraging is wederrechtelijk
4. De gedraging is aan schuld te wijten
Sprake van verwijtbaarheid: anders had kunnen handelen, maar niet gedaan (keuze)
Bestanddelen: Voorwaarden waar aan moeten worden voldaan om een strafbaar gevolg te laten optreden.
Elementen: ongeschreven voorwaarden om iemand te kunnen stra en (schuld en wederrechtelijkheid)
- Denk aan moord.
Onderscheid in delicten:
1. Misdrijven: boek 2 Sr
2. Overtredingen: boek 3 Sr
3. Formeel: de activiteit wordt strafbaar gesteld en het eventuele gevolg is niet van belang
4. Materieel: het intreden van een bepaald gevolg is strafbaar
5. Commisiedelicten: delicten die een bepaald handelen strafbaar stellen
6. Omissiedelicten: delicten die het nalaten strafbaar stellen
7. Gronddelict: Een bepaald gedraging is strafbaar
8. Gekwali ceerd delict: Gronddelict met een extra bestanddeel
9. Geprivilegieerd delict: Lichtere variant van de gronddelict met een lagere straf
Wederrechtelijk in strafrecht:
- Element: Ongeschreven, hoeft niet bewezen te worden (verondersteld).
- Bestanddeel: Staat in de wet, moet bewezen worden.
Betekenissen:
1. Zonder toestemming rechthebbende (privaatrecht)
2. Zonder eigen recht of juridische grond.
3. Publiekrechtelijke bevoegdheid (bv. politie).
E ect: Beperkt strafbaarheid tot illegale handelingen; interpretatie bepaalt uitkomst.
Leer van Remmelink: Wordt in de literatuur verwezen naar de betekenis van wederrechtelijkheid
Wederrechtelijk handelen: zowel geschreven als ongeschreven recht
Boos opzet: De verdachte willens en wetens de strafwet heeft overtreden
Kleurloos opzet: Er wordt alleen gekeken naar het handelen van de verdachte
Verschillende vormen opzet:
1. Opzet als bedoeling: ‘oogmerk’ van belang
2. Opzet als zekerheidsbewustzijn: zeker dat het gevolg zal intreden
3. Opzet als waarschijnlijkheidsbewustzijn: bewust grote kans van het gevolg
4. Voorwaardelijk opzet: Verdachte is bewust van de mogelijke gevolgen en aanvaardt de kans
Verschil vormen opzet: In hoeverre een verdachte iets heeft gewild of geweten
Schuld en onvoorzichtigheid:
- Schuld = verwijtbare onvoorzichtigheid.
- Onvoorzichtigheid: Normatief begrip; gedrag wordt getoetst aan maatschappelijke normen.
Voorwaarden:
1. Handelen onder de maatschappelijke norm.
2. Gevolgen waren voorzienbaar.
ff
fi ffi ff