In het publieke debat gaat het nogal eens over sociale wetenschappen.
Wetenschappers halen het nieuws, schuiven aan bij talkshows en moeten
zich soms verantwoorden over hun doen en laten. Ook politici en
beleidsmakers beroepen zich graag op wetenschappelijke bevindingen om
hun standpunten te onderbouwen.
Politicologen mogen verkiezingsuitslagen duiden.
Sociologen wordt gevraagd te verklaren waar ongelijkheid vandaan
komt.
Communicatiewetenschappers leveren commentaar op hoe sociale
media ons nieuwgebruik veranderen en hoe desinformatie en
complotten erop rondzingen.
Antropologen bespreken in de media dat familie allerlei
verschillende betekenissen heeft in andere culturen en dat dat van
belang is voor immigratiebeleid.
Als wetenschapper moet je de relevantie van je vakgebied aan een breder
publiek kunnen uitleggen.
CURSUSBESCHRIJVING
De cursus neemt drie grote kwesties binnen de filosofie van de sociale
wetenschappen als uitgangspunt.
1. De eerste is naturalisme. Naturalisme stelt dat menselijk gedrag
vanuit een
buitenstaandersperspectief onderzocht kan en moet worden, ongeveer net
zoals we atomen, molecule, cellen en andere niet-menselijke entiteiten
onderzoeken in de natuurwetenschappen. In contrast daarmee stelt non-
naturalisme dat het onderzoeken van menselijk gedrag een
binnenperspectief vereist: je inleven in het mentale leven van andere
mensen en in sociale praktijken. Dat vereist tevens andere
wetenschappelijke methoden. Anders geformuleerd: in hoeverre
verschillen de sociale wetenschappen van de natuurwetenschappen?
2. De tweede kwestie is reductionisme. Wat is de verhouding tussen
individuele en sociale factoren in het verklaren en begrijpen van menselijk
gedrag? Reductionisme zegt dat theorieën over sociale verschijnselen
altijd terug moeten gaan op individuen. Antireductionisme (of holisme)
stelt daar tegenover dat individueel en groepsgedrag vaak ook verklaard
moet worden door collectieve factoren zoals groepsprocessen,
gemeenschappen en instituties.
3. De derde kwestie is normativiteit. Wat is de rol van waarden en
normen in de sociale
1
,wetenschappen? Ze duiken op ten minste twee niveaus op. Ten eerste, in
de beschrijving en verklaring van menselijk gedrag. Mensen handelen
vaak omdat ze bepaalde waarden, normen en regels volgen. Mensen
protesteren tegen discriminatie omdat ze discriminatie moreel verkeerd
vinden. Ten tweede vind je in de praktijk van sociale wetenschap zelf ook
waarden. Mensen zeggen vaak dat wetenschap waardenvrij en objectief
hoort te zijn. Maar wat betekent dat precies en is het wel mogelijk?
Anderen verwerpen het ideaal van waardenvrije wetenschap juist en
stellen dat
wetenschap inherent waardegeladen is. Dit roept vragen op over welke
rollen waarden in de sociale wetenschap kunnen en mogen spelen, en wat
dit dan betekent voor de objectiviteit van wetenschap.
Lecture 1
Lees
- Risjord Ch. 1, pp. 1–13
- Reader: Godfrey-Smith
Filosofie (Philosophy)
“[Filosofie]… is niet veel anders dan gewoon goed nadenken.” – Alvin
Plantinga (1932– )
Filosofie van de sociale wetenschappen: goed nadenken over de
sociale wetenschappen
Bijvoorbeeld: Wat is wetenschap, wat is er zo bijzonder aan?
Hoe werkt het? Welke aannames maken we wanneer we (groepen)
mensen en hun denken, gedrag, organisaties, culturen, enz.
bestuderen? (fundamentele/reflectieve vragen)
Hoe verhoudt de sociale wetenschap zich tot de bredere sociale wereld?
Het is belangrijk om je bewust te zijn van wat je doet in het onderzoek,
zoals of er grenzen, beperkingen of iets anders is in wetenschappelijk
onderzoek, maar ook om jezelf te begrijpen.
Een beter begrip krijgen van wat sociale wetenschap is.
Filosofie van de sociale wetenschap
Wat onderscheidt wetenschap van niet-
wetenschap?
Hoe kom je van observaties naar theorieën,
modellen, verklaringen?
Wat is een (goede) wetenschappelijke theorie,
verklaring, model?
2
, Is wetenschappelijke kennis objectief? Wat is objectiviteit?
Welke rol spelen waarden in de wetenschap, zo ja, welke?
Zijn er ethische of andere grenzen aan de wetenschap?
Welke doelen zou de wetenschap moeten dienen?
De filosofie van de sociale wetenschap gaat over reflecteren op de
sociale wetenschap zelf, om deze beter te begrijpen.
The demarcation problem
Het demarcatieprobleem is de filosofische vraag naar de grens tussen
wetenschap en niet-wetenschap. Met andere woorden: welke criteria
bepalen of iets als wetenschap kan worden beschouwd? Dit probleem is
belangrijk omdat wetenschap wordt gezien als een betrouwbare manier
om kennis te verkrijgen, terwijl pseudowetenschap en andere vormen van
niet-wetenschappelijke kennis vaak minder betrouwbaar zijn.
Is it science?
Deeltjesfysica (dit is wetenschap: veel begrip en betrouwbare
kennis)
Astrologie (sommige mensen zeggen van wel, anderen vinden het
geen wetenschap)
Economie (zijn er betrouwbare theorieën, aangezien crises niet goed
te voorspellen zijn? Over het algemeen wordt het wel als
wetenschap geaccepteerd)
Zelfhulp (zelfhulpboeken baseren zich deels op sociale psychologie,
dus sommigen zien het als wetenschap, maar er zijn ook boeken met
pure fantasie. Het is een gemengd geheel)
Kritische theorie (een theoretische bril om naar de sociale wereld te
kijken, vaak met focus op machtsstructuren)
Sommige vakgebieden zijn duidelijk wetenschappelijk, zoals natuurkunde,
terwijl andere meer ter discussie staan, zoals astrologie, economie,
zelfhulp en kritische theorie. De vraag is: welke eigenschappen maken iets
tot wetenschap?
Logisch positivisme
Wenen Cirkel: groep wetenschappers (in het vroege 20e-
eeuwse Wenen) die nadenken over filosofische vragen over
wetenschap
Doel: ontwikkeling van een strikt wetenschappelijk wereldbeeld
Tegen speculatieve filosofie, religieuze ideeën, traditionele
wereldbeelden
3
, Logical positivism (logisch positivisme) was een filosofische stroming uit
de 20e eeuw die stelde dat alleen uitspraken die empirisch
verifieerbaar of logisch analytisch zijn, betekenisvol zijn.
Side note
• Waarom het woord 'positivisme'?
• Van 'positief', in de zin van 'wat wordt gesteld', 'wat gegeven is', 'wat
vastgelegd is',
• niet in de zin van 'blij', 'in een goede stemming', 'constructief'
Idealen
Strikt empirisme: alleen empirische observatie kan ons kennis geven
Geen ruimte voor speculatieve en theoretische beweringen die niet op
observatie zijn gebaseerd.
Gebruik van formele logica en wiskunde om een ideale en precieze
taal voor wetenschap te creëren
Om ongegronde terminologie en sprongen naar conclusies en
onbewezen theorieën te voorkomen.
Kernideeën: verifieerbaarheid
Een ideale en precieze taal van de wetenschap moet duidelijke criteria
hebben om wetenschap van niet-wetenschap te onderscheiden.
Een uitspraak is alleen wetenschappelijk is als deze empirisch getest kan
worden. Als een bewering niet getoetst kan worden door waarneming of
experiment, valt deze buiten de wetenschap en behoort bijvoorbeeld tot
metafysica of pseudowetenschap.
Gatekeeping: alleen uitspraken die stevig gebaseerd zijn op empirische
observatie behoren tot de wetenschappelijke taal
Het verifieerbaarheidscriterium van betekenis: de betekenis van een
uitspraak is de methode van verificatie.
Verifieerbaar (betekenisvol) of niet?
"Deze steen valt met een versnelling van 9,8 m/s² naar
beneden." → Dit is verifieerbaar.
"De opkomst bij de laatste verkiezingen was historisch laag." →
Dit is niet helemaal verifieerbaar, maar als je het specifieker maakt met
details, kan het wel verifieerbaar worden.
4