Samenvatting opvoedingsondersteuning. Hoofdstukken 3, 4 en 6
Hoofdstuk 3
Inleiding
De sociale omgeving van jeugd, ouders en gezinnen is van grote waarde voor opvoeden en
opgroeien. Ouders hechten belang aan uitwisselen van ervaringen en onderlinge steun naar
aanleiding van gewone, alledaagse opvoedervaringen. Gemeenschappelijke activiteiten van
burgers rondom het grootbrengen van kinderen, noemen we de pedagogische civil society.
Binnen de civil society onderscheiden we grofweg 3 vormen van betrokkenheid van burgers
bij opvoeden en opgroeien: informele steun, informele sociale controle en intergenerationeel
contact.
Bij het opzetten van activiteiten is het van belang dat alle dimensies of aspecten
vertegenwoordigd zijn die in de theoretische opzet benoemd worden. Dat wordt inzichtelijk
met behulp van een model. Nog beter is het om verschillende theorieën te gebruiken
(multidisciplinaire benadering) ten aanzien van een bepaald probleem om op zo’n manier
zoveel mogelijk determinanten in kaart te brengen. Bij het ontwikkelen van activiteiten voor
een interventieprogramma wordt de basis gelegd door gekozen theorieën, die vaak bestaan uit
verschillende combinaties omdat je vrijwel nooit een theorie vindt die precies bij het thema
past.
Enkele theorieën die gebruikt worden bij opvoedondersteuning
Transactionele ontwikkelingstheorie: opvoeding is niet het overhevelen van kennis,
vaardigheden, gewoonten en inzichten van volwassenen naar kinderen, maar opvoeden is een
menselijke interactie, waaraan kind en opvoeders gezamenlijk vormgeven. Sameroff
omschreef opvoeding in 1975 voor het eerst op deze manier, deze benadering wordt ook wel
contextuele benadering genoemd.
Er zijn weliswaar algemeenheden te onderkennen in de manier waarop het kind zijn
opvoedingsomgeving vormgeeft, maar individuele, aangeboren verschillen tussen kinderen,
individuele verschillen tussen ouders en verschillende omgevingsfactoren zijn van even groot
belang.
Bio-ecologisch systeemmodel
Microsysteem: gezin, school en buurt
Mesosysteem: relaties tussen mensen in microsystemen
Exosysteem: sociale groepen en instituties
Macrosysteem: cultuur, de wereldeconomie, belangrijke
gebeurtenissen.
De balanstheorie
Risicofactoren: belemmeren de opvoeding
Beschermingsfactoren: laten de opvoeding goed verlopen
Het balansmodel geeft dit samenspel van factoren weer op micro-, meso- en macroniveau. De
verhoudingen tussen de risico- en beschermingsfactoren doen de balans van draagkracht en
draaglast in evenwicht blijven of doorslaan. Het evenwicht tussen draagkracht en draaglast
bepaald of ouders de opvoeding aankunnen.
, Draaglast Draagkracht
Ontwikkelings-, Kinder-/ouder-/
opvoedings- en levenstaken gezinsvaardigheden
Risico factoren Microsysteem Beschermende factoren
Laag zelfbeeld, handicap Kinderfactoren Hoge intelligentie, positief
zelfbeeld
Ziekte/stoornis, verslaving, Ouderfactoren Stabiele persoonlijkheid,
laag zelfbeeld goede gezondheid
Autoritaire opvoedingsstijl, Gezinsfactoren Opvoedingscompetentie,
scheiding, conflicten affectieve gezinsrelaties
Mesosysteem
Isolement, conflicten Sociale (gezin) factoren Sociale steun, sociale
verbindingen
Sociale desintegratie, Sociale (buurt) factoren Sociale steun, pedagogisch
verpaupering onderwijs, zorg en welzijn
Macrosysteem
Armoede, gebrekkige Sociaaleconomische Goed inkomen/opleiding
opleiding gezinsfactoren
Culturele minderheidsgroep, Culturele factoren Normen en waarin in
afwijkende normen en overeenstemming met
waarden dominante cultuur
Economische crisis, Maatschappelijke factoren Stabiel sociaal en politiek
werkloosheid, discriminatie klimaat, open, tolerante
samenleving
De levenslooptheorie
Deze theorie gaart ervanuit dat je van baby tot volwassenen en dus als mens uiteenlopende
taken of opgaven moet volbrengen in het leven. Zoals het opbouwen van een veilige
hechtingsrelatie, het ontwikkelen van autonomie of competent omgaan met leeftijdsgenoten.
In alle 8 de levensstadia die Erikson onderscheidde staat een kernconflict centraal die opgelost
dient te worden. Nu wordt aangenomen dat bepaalde aspecten van de ontwikkeling het beste
tijden de juist levensfasen aan bod moeten komen, maar dat het geen problematische
ontwikkeling plaats vindt zodra dit niet gebeurt.
Belangrijke begrippen in dit model:
(Zelf)vertrouwen: de verwachtingen ten aanzien van de beschikbaarheid van anderen
(vertrouwen) en de eigen effectiviteit (zelfvertrouwen)
Veerkracht: het vermogen om flexibel en vasthoudend te reageren in bijvoorbeeld
probleemsituaties.
Centrale ontwikkelingsopgaven: de kwaliteit van de oplossing van zo’n
ontwikkelingsfase is een belangrijke index voor de persoonlijke ontwikkeling van de
levensloop op dat moment en belang voor nieuw opgaven.
Deze 4 factoren zijn van invloed op de kwaliteit van de ondersteuning die de ouder aan het
kind kan bieden, volgens de levenslooptheorie:
De opvatting die de ouder over zichzelf als opvoeder heeft
De sociale ondersteuning van de ouder door een partner of sociaal netwerk
De spanningen waaraan een ouder blootstaat
De kenmerken van het kind
Van ‘gewone opvoedingsvragen’ tot probleemsituaties
, Pedagogische probleemanalyse onderscheidt de zwaarte van de situatie. Het wordt
beschreven als liggen op en continuüm (een doorgaande lijn).
A B C
Gewone opvoedingssituatie Opvoedingsspanning, soms Problematische
opvoedingscrisis opvoedingssituatie
-De opvoedingsvragen zijn -De opvoedingsvragen -De opvoedingsvragen
op een bevredigende worden dringend, zijn niet worden problemen, zijn
manier oplosbaar. meer soepel op te lossen. niet meer zonder hulp
-Het opvoedingshandelen -Het opvoedingshandelen is oplosbaar
is bevredigend en effectief. minder effectief. -Het opvoedingshandelen
-Het opvoedingshandelen -Het opvoedingshandelen is wordt als onvoldoende
is redelijk consistent minder consistent effectief ervaren
-Eenzijdigheid worden niet -Men experimenteert met -Irritatie, boosheid of
als storend ervaren maatregelen teleurstelling leidt tot
-Men registreert eigen toenemend ad-hoc reageren
fouten en tekortkomingen -Noodoplossingen
De beleving van de ouders De beleving van de ouders De beleving van de ouders
Men is tevreden; er is Men is nog wel tevreden; Men is ongerust;
gerustheid; er is een gevoel soms wat langduriger ontevreden; men heeft
van competentie; ongerust; er is sprake van ambivalente gevoelens ten
spanningen zijn toenemende onzekerheid en opzichte van het moeilijke
bevredigend opgelost. irritatie; er blijven kind; men voelt zich
restvragen over; incompetent; onzekerheid
competentiegevoelens laten neemt toe
soms te wensen over.
Socialesteuntheorie en empowerment
Persoonsgerichte steun:
- Cognitieve steun: informatie, advies en feedback
- Emotionele steun: meevoelen, troosten en luisteren
- Waarderingsteun: waardering en respect tonen
- Psychologische steun: een gevoel van erbij horen geven
Situatiegerichte steun:
- Materiele steun
- Praktische steun: in de praktijk van alledag meehelpen
- Sociale en maatschappelijke invloed aanwenden
De laatste jaren zijn diverse projecten gestart die gebruik maken van sociale steun:
Moeders informeren moeder (MIM)
Home-start
Diverse zelfhulp- en gesprekgroepen
Empowerment is de steun en bekrachtiging die ouders kunnen krijgen om zelf hun eigen
vragen en problemen aan te kunnen en op te kunnen lossen. Van belang zijn de sterkte kanten
in plaats van de risicofactoren en het op zoek gaan naar de omgevingsfactoren in plaats van
‘blaming the victim’. Negatieve aspecten verbeteren door positieve zaken te zoeken.
Empowerment is open-ended emn is gebaseerd op de volgende principes: gelijkwaardigheid,
diversiteit, pluralisme, kansengelijkheid, democratie, burgerschap en sociale rechtvaardigheid.
Er zijn verschillende niveaus van empowerment:
Hoofdstuk 3
Inleiding
De sociale omgeving van jeugd, ouders en gezinnen is van grote waarde voor opvoeden en
opgroeien. Ouders hechten belang aan uitwisselen van ervaringen en onderlinge steun naar
aanleiding van gewone, alledaagse opvoedervaringen. Gemeenschappelijke activiteiten van
burgers rondom het grootbrengen van kinderen, noemen we de pedagogische civil society.
Binnen de civil society onderscheiden we grofweg 3 vormen van betrokkenheid van burgers
bij opvoeden en opgroeien: informele steun, informele sociale controle en intergenerationeel
contact.
Bij het opzetten van activiteiten is het van belang dat alle dimensies of aspecten
vertegenwoordigd zijn die in de theoretische opzet benoemd worden. Dat wordt inzichtelijk
met behulp van een model. Nog beter is het om verschillende theorieën te gebruiken
(multidisciplinaire benadering) ten aanzien van een bepaald probleem om op zo’n manier
zoveel mogelijk determinanten in kaart te brengen. Bij het ontwikkelen van activiteiten voor
een interventieprogramma wordt de basis gelegd door gekozen theorieën, die vaak bestaan uit
verschillende combinaties omdat je vrijwel nooit een theorie vindt die precies bij het thema
past.
Enkele theorieën die gebruikt worden bij opvoedondersteuning
Transactionele ontwikkelingstheorie: opvoeding is niet het overhevelen van kennis,
vaardigheden, gewoonten en inzichten van volwassenen naar kinderen, maar opvoeden is een
menselijke interactie, waaraan kind en opvoeders gezamenlijk vormgeven. Sameroff
omschreef opvoeding in 1975 voor het eerst op deze manier, deze benadering wordt ook wel
contextuele benadering genoemd.
Er zijn weliswaar algemeenheden te onderkennen in de manier waarop het kind zijn
opvoedingsomgeving vormgeeft, maar individuele, aangeboren verschillen tussen kinderen,
individuele verschillen tussen ouders en verschillende omgevingsfactoren zijn van even groot
belang.
Bio-ecologisch systeemmodel
Microsysteem: gezin, school en buurt
Mesosysteem: relaties tussen mensen in microsystemen
Exosysteem: sociale groepen en instituties
Macrosysteem: cultuur, de wereldeconomie, belangrijke
gebeurtenissen.
De balanstheorie
Risicofactoren: belemmeren de opvoeding
Beschermingsfactoren: laten de opvoeding goed verlopen
Het balansmodel geeft dit samenspel van factoren weer op micro-, meso- en macroniveau. De
verhoudingen tussen de risico- en beschermingsfactoren doen de balans van draagkracht en
draaglast in evenwicht blijven of doorslaan. Het evenwicht tussen draagkracht en draaglast
bepaald of ouders de opvoeding aankunnen.
, Draaglast Draagkracht
Ontwikkelings-, Kinder-/ouder-/
opvoedings- en levenstaken gezinsvaardigheden
Risico factoren Microsysteem Beschermende factoren
Laag zelfbeeld, handicap Kinderfactoren Hoge intelligentie, positief
zelfbeeld
Ziekte/stoornis, verslaving, Ouderfactoren Stabiele persoonlijkheid,
laag zelfbeeld goede gezondheid
Autoritaire opvoedingsstijl, Gezinsfactoren Opvoedingscompetentie,
scheiding, conflicten affectieve gezinsrelaties
Mesosysteem
Isolement, conflicten Sociale (gezin) factoren Sociale steun, sociale
verbindingen
Sociale desintegratie, Sociale (buurt) factoren Sociale steun, pedagogisch
verpaupering onderwijs, zorg en welzijn
Macrosysteem
Armoede, gebrekkige Sociaaleconomische Goed inkomen/opleiding
opleiding gezinsfactoren
Culturele minderheidsgroep, Culturele factoren Normen en waarin in
afwijkende normen en overeenstemming met
waarden dominante cultuur
Economische crisis, Maatschappelijke factoren Stabiel sociaal en politiek
werkloosheid, discriminatie klimaat, open, tolerante
samenleving
De levenslooptheorie
Deze theorie gaart ervanuit dat je van baby tot volwassenen en dus als mens uiteenlopende
taken of opgaven moet volbrengen in het leven. Zoals het opbouwen van een veilige
hechtingsrelatie, het ontwikkelen van autonomie of competent omgaan met leeftijdsgenoten.
In alle 8 de levensstadia die Erikson onderscheidde staat een kernconflict centraal die opgelost
dient te worden. Nu wordt aangenomen dat bepaalde aspecten van de ontwikkeling het beste
tijden de juist levensfasen aan bod moeten komen, maar dat het geen problematische
ontwikkeling plaats vindt zodra dit niet gebeurt.
Belangrijke begrippen in dit model:
(Zelf)vertrouwen: de verwachtingen ten aanzien van de beschikbaarheid van anderen
(vertrouwen) en de eigen effectiviteit (zelfvertrouwen)
Veerkracht: het vermogen om flexibel en vasthoudend te reageren in bijvoorbeeld
probleemsituaties.
Centrale ontwikkelingsopgaven: de kwaliteit van de oplossing van zo’n
ontwikkelingsfase is een belangrijke index voor de persoonlijke ontwikkeling van de
levensloop op dat moment en belang voor nieuw opgaven.
Deze 4 factoren zijn van invloed op de kwaliteit van de ondersteuning die de ouder aan het
kind kan bieden, volgens de levenslooptheorie:
De opvatting die de ouder over zichzelf als opvoeder heeft
De sociale ondersteuning van de ouder door een partner of sociaal netwerk
De spanningen waaraan een ouder blootstaat
De kenmerken van het kind
Van ‘gewone opvoedingsvragen’ tot probleemsituaties
, Pedagogische probleemanalyse onderscheidt de zwaarte van de situatie. Het wordt
beschreven als liggen op en continuüm (een doorgaande lijn).
A B C
Gewone opvoedingssituatie Opvoedingsspanning, soms Problematische
opvoedingscrisis opvoedingssituatie
-De opvoedingsvragen zijn -De opvoedingsvragen -De opvoedingsvragen
op een bevredigende worden dringend, zijn niet worden problemen, zijn
manier oplosbaar. meer soepel op te lossen. niet meer zonder hulp
-Het opvoedingshandelen -Het opvoedingshandelen is oplosbaar
is bevredigend en effectief. minder effectief. -Het opvoedingshandelen
-Het opvoedingshandelen -Het opvoedingshandelen is wordt als onvoldoende
is redelijk consistent minder consistent effectief ervaren
-Eenzijdigheid worden niet -Men experimenteert met -Irritatie, boosheid of
als storend ervaren maatregelen teleurstelling leidt tot
-Men registreert eigen toenemend ad-hoc reageren
fouten en tekortkomingen -Noodoplossingen
De beleving van de ouders De beleving van de ouders De beleving van de ouders
Men is tevreden; er is Men is nog wel tevreden; Men is ongerust;
gerustheid; er is een gevoel soms wat langduriger ontevreden; men heeft
van competentie; ongerust; er is sprake van ambivalente gevoelens ten
spanningen zijn toenemende onzekerheid en opzichte van het moeilijke
bevredigend opgelost. irritatie; er blijven kind; men voelt zich
restvragen over; incompetent; onzekerheid
competentiegevoelens laten neemt toe
soms te wensen over.
Socialesteuntheorie en empowerment
Persoonsgerichte steun:
- Cognitieve steun: informatie, advies en feedback
- Emotionele steun: meevoelen, troosten en luisteren
- Waarderingsteun: waardering en respect tonen
- Psychologische steun: een gevoel van erbij horen geven
Situatiegerichte steun:
- Materiele steun
- Praktische steun: in de praktijk van alledag meehelpen
- Sociale en maatschappelijke invloed aanwenden
De laatste jaren zijn diverse projecten gestart die gebruik maken van sociale steun:
Moeders informeren moeder (MIM)
Home-start
Diverse zelfhulp- en gesprekgroepen
Empowerment is de steun en bekrachtiging die ouders kunnen krijgen om zelf hun eigen
vragen en problemen aan te kunnen en op te kunnen lossen. Van belang zijn de sterkte kanten
in plaats van de risicofactoren en het op zoek gaan naar de omgevingsfactoren in plaats van
‘blaming the victim’. Negatieve aspecten verbeteren door positieve zaken te zoeken.
Empowerment is open-ended emn is gebaseerd op de volgende principes: gelijkwaardigheid,
diversiteit, pluralisme, kansengelijkheid, democratie, burgerschap en sociale rechtvaardigheid.
Er zijn verschillende niveaus van empowerment: