Drie aspecten van politiek;
Polity
- De politieke gemeenschap met zijn (in)formele structuren.
- Politieke instituties zoals de parlementaire democratie en de
rechtsstaat.
Politics
- De politieke processen.
- Ideologieën die in de Eerste en Tweede kamer met elkaar debatteren.
Policy
- Het beleid.
- Uitkomsten over hoe de samenleving ingericht moet worden.
Drie aspecten van politiek oefenen (oefenopgave);
De aanbeveling kan van invloed zijn op het beleid dat vastgesteld wordt in
de politiek, oftwel policy.
De aanbeveling kan van invloed zijn op het beleid, omdat het hier gaat om
maatregelen die nodig zijn om problemen in de deeleconomie op te lossen,
zoals maatregelen om een te dominante positie van de deelplatformen
tegen te gaan.
Politieke bindingen;
Sociale bindingen
- Affectieve bindingen, cognitieve bindingen, economische bindingen en
politieke bindingen.
- Afhankelijkheden van politieke macht collectieve goederen.
Geweldsmonopolie dwingen om mee te doen aan het systeem.
Hoe groter de legitimiteit van een politiek systeem (polity), hoe sterker de
politieke bindingen en andersom.
Politieke cohesie;
De binding met de staat waarin men woont en de binding met de natie
waartoe men behoort.
De kloof tussen burger en politiek
- Een deel van de burgers voelt zich niet vertegenwoordigd.
De drie probleemgebieden (Schuyt);
Politieke betrokkenheid
- Wel een binding met het systeem, maar geen bindingen met de politici
en bestuurders zelf.
De bestuurlijke schaalvergroting
- Grotere samenwerkingsverbanden.
- De lokale gemeente regelt het niet, de provincie doet het. Het wordt
niet landelijk geregeld, maar in de Europese Unie.
Gemankeerde communicatie
- Teveel Jargon (vaktaal), onbekende afkortingen, wollig taalgebruik, etc.
, KC; ‘’representatie’’; de vertegenwoordiging van een groep (wie), in politieke
organisaties (door wie), door één of enkele betrokkenen die namens de groep
optreden (gezicht).
KC; ‘’representativiteit’’; de mate waarin de (politieke) besluiten (gemaakt
besluit), de standpunten (ideeën) of achtergrondkenmerken overeenkomen met
die van de groep die vertegenwoordigd wordt.
Modellen van representatie;
Afspiegelingsmodel
- De volksvertegenwoordiging moet zoveel mogelijk lijken op de
samenstelling van het volk zelf.
Rolmodel
- Gekozenen moeten zich niet laten leiden door de opvattingen van hun
kiezers maar door hun eigen mening.
- Fractiediscipline zit dit in de weg.
Partijenmodel
- De focus moet niet liggen op de vertegenwoordigers, maar op de
politieke partij. Partijen moeten zich aan hun verkiezingsprogramma
houden.
Werkboekopgaven;
Opgave 3; Fractiediscipline
1) Fractiediscipline is dat individuele volksvertegenwoordigers niet hun eigen
mening volgen, maar dat ze andere partijen volgen. Van de leden van een
politieke fractie wordt verwacht dat ze met het meerderheidsstandpunt
van hun fractie meestemmen, ook als ze het er persoonlijk niet mee eens
zijn.
2) /
3) Bij het ‘’rolmodel’’ kan het loslaten van fractiediscipline het beste
verklaard worden, want daarbij is het het geval dat gekozenen zich niet
laten leiden door de opvattingen van hun kiezers, maar juist door hun
eigen mening. Wat bij fractiediscipline dus andersom is.
4) KC; ‘’representativiteit’’; de mate waarin de (politieke) besluiten
(gemaakt besluit), de standpunten (ideeën) of achtergrondkenmerken
overeenkomen met die van de groep die vertegenwoordigd wordt.
Bij het loslaten van fractiediscipline kiezen gekozenen voor hun eigen
mening en dus niet voor het meerderheidsstandpunt van hun fractie.
Hierdoor komen de besluiten en standpunten hoogstwaarschijnlijk dus niet
overeen met die van de groep die vertegenwoordigd wordt. Dit zorgt dus
voor een lagere representativiteit.