Staatsrecht
Hoorcollege aantekeningen
Week 1 – Historische wortels, rechtsstaat, bronnen
Programma week 1
Waarover gaat het staatsrecht?
De democratische rechtsstaat
Totstandkoming van de (rechts)staat Nederland
o Koninkrijk der Nederlanden: constitutionele monarchie
o (Con)federatie met overzeese landen
o Europese deel van het koninkrijk met BES-eilanden: gedecentraliseerde
eenheidsstaat
Bronnen van Nederlands staatsrecht Werkgroep
Waarover gaat het staatsrecht?
Het recht dat ziet op…
De organisatie van de staat:
o Inrichting en functioneren van de instellingen van de staat
o Bevoegdheidsverdeling en begrenzing van de bevoegdheid
Grenzen staatsmacht: grondrechten
Regels
o Constitutie en Grondwet; flexibel of rigide
o Geschreven en ongeschreven en informele regels (conventies) van
staatsrecht
Wanneer houdt een grondrecht op met een grondrecht zijn? Wanneer mag de overheid
het beperken? Er is momenteel demonstratie over: als je met zijn alle de snelweg
blokkeert, is dat nog de uitoefening van een grondrecht? Zo ja; zijn er dan nog regels die
dat kunnen beperken?
Constitutie is ruimer dan de Grondwet: het is het gehele van geschreven en
ongeschreven regels die maakt dat onze staat werkt. De Grondwet maakt daar deel van
uit, maar de constitutie is dus ruimer.
Net zoals: Statuut, EVRM, grondrechten en conventies.
Vertrouwensregel staat niet in de Grondwet; maar het is een van de belangrijkste
pijlers van het staatsrecht
o Het kabinet moet het vertrouwen hebben in de regering
Conventies = staatsrechtelijke regels die niet echt opgeschreven zijn, maar uit de praktijk
zijn ontstaan dingen gaan nou eenmaal zo. Als dingen steeds zo gaan, dan is het een
conventie.
Als een conventie dan een aantal keren niet wordt gevolgd, kan er weer een
andere conventie ontstaan
Het is geen ongeschreven recht. Dat zijn cruciale regels (bijvoorbeeld vertrouwensregel).
Democratische rechtsstaat
Legaliteitsbeginsel
1
, o Het overheidshandelen moet op de wet zijn gebaseerd; het
overheidshandelen moet een grondslag hebben in de wet. De overheid
mag pas handelen op het moment dat de wetgever daarover iets heeft
gezegd en de overheid moet binnen de grenzen van de wet blijven
Het overheidshandelen moet een grondslag hebben in de wet
Het overheidshandelen moet binnen de grenzen van de wet blijven
Machtenscheiding/-spreiding
o Uitvoerende macht – rechtsprekende macht – wetgevende macht
Onafhankelijke rechtspraak
o De rechter moet onafhankelijk en onpartijdig zijn
Bescherming fundamentele rechten
o De overheid moet ons tot op zekere hoogte met rust laten
Democratie
o Het is geen rechtstatelijke eis, maar ze worden meestal wel genoemd
(democratische rechtsstaat)
Zijn al deze eisen grondwettelijk vastgelegd? Nee! Veel van deze eisen volgen wel uit de
Grondwet (uit het samenstel van de Grondwet kun je opmaken dat aan alle rechtstatelijke
eisen wordt voldaan), maar het staat er niet letterlijk.
Er is een algemene bepaling opgenomen in de Grondwet:
“Algemene bepaling: De Grondwet waarborgt de grondrechten en de democratische
rechtsstaat”.
Toetsingsverbod (art. 120 Gw) = de rechter mag rechten in formele zin niet aan de
Grondwet toetsen.
Wetgeving is democratisch gelegitimeerd, de rechter is niet democratisch gelegitimeerd.
Er zijn verschillende invullingen mogelijk: wij hebben een toetsingsverbod, dit kan worden
afgeschaft dan heb je nog steeds een rechtsstaat.
Totstandkoming van de Nederlandse staat
5 perioden:
Landsheerlijke periode (10e – 15e eeuw)
Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (1579 – 1795)
Franse tijd (1795 – 1813)
Koninkrijk der Nederlanden (1814 – 1815)
Verdere evolutie tot vandaag
Landsheerlijke periode
Dit is de periode voor het ontstaan van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden =
Landsheerlijke periode.
Nederland bestond uit verschillende gewesten, die allemaal apart werden bestuurd.
Karel, bij de gratie Gods Roomsch Keizer, gedurig uitbreider van het rijk, koning van
Germanië, Kastilië, Leon, aartshertog van Oostenrijk, hertog van Bourgondië,
Lotharingen, Brabant, Limburg, Luxemburg en van Gelre, graaf van Vlaanderen,
Artois, Bourgondië, paltzgraaf van Henegouwen, Holland, Zeeland, enz.
Er was een feodaal stelsel er werden gebieden onderverdeeld, er was een eigenaar van
de grond (een leenheer), hij leende stukjes grond uit aan anderen die de grond
bewerkten. Die anderen waren trouw aan de leenheer.
Leenheer die had grond leende het uit aan anderen de anderen deden wat
met de grond die andere konden dit stukje grond ook onderverdelen en uitdelen
aan anderen
Alle gewesten werden apart bestuurd, maar het was veel versnippert. De grond wisselde
vaak (bijvoorbeeld door trouwen).
1543: Karel V kreeg alle stukken land die nu als de Nederlanden bekend is, in handen.
Pesonele unie = Karel V had al die landjes in bezit, het waren allemaal losse
stukjes land, ze werden los bestuurd, maar ze waren als het ware verenigd in Karel
2
, V. Karel V had al die losse stukjes in bezit, ook al werden de stukjes land los
bestuurd
1549: pragmatieke sanctie.
Karel V nam een besluit: de landjes moeten bij elkaar blijven als ik overlijdt. Al die
17 landjes gaan dan over op een volgende eigenaar. De stukjes land kon alleen
maar samen worden vererfd.
Karel V (vorst) was de opperleenheer, die zijn gezag rechtstreeks aan God ontleende: hij
hoefde zich niet te verantwoorden aan iemand.
Hij leende zijn stukjes land uit aan rijke leenheren vertakt piramide stelsel.
Koning/landsheer
o Landvoogd, stadhouders
o Raad van State:
ondersteuning
Rechtspraak (maar niet
onafhankelijk)
Centralisatie, Staten-Generaal
Grondrechten?
o Bloedplakkaat: verbod op
‘ketterij’
Het bestond niet alleen uit 17
gewesten, maar ook uit een aantal landen: Spanje, Denemarken, etc.
Raad van State = het instituut dat Karel V oprichtte was de Raad van state.
Rechtspraak = rechtstreeks door de vorst benoemd.
Staten-Generaal = die bestond uit vertegenwoordigers van de staten (van verschillende
gewesten), meestal de rijke adel/de kerk, gewone mensen zaten er NIET in. Het waren
vertegenwoordigers van alle 17 staten, soms werden ze bijeengeroepen door Karel V.
Grondrechten = deze waren er niet echt. Het Bloedplakkaat: Karel V was katholiek, in de
15e eeuw waren er stromingen die binnen het Christelijk geloof meer afzette tegen het
katholicisme (protestanten). Daar trad Karel V streng tegen op met Bloedplakkaat als
er achter werd gekomen dat jij niet het katholieke geloof volgde (protestants), dan kon je
worden onthoofd.
Overgang Landsheerlijke periode naar Republiek
Republiek der Verenigde Nederlanden:
1568 de Opstand
3
, o Een van de redenen was de godsdienst, er kwamen steeds meer
protestanten. Filips II (opvolger van Karel V) wilde dat onderdrukken; daar
stond meer optreden voor
o Een andere reden was belastingen: Nederlanders moesten veel belasting
betalen aan Filips II
o Een derde reden is centralisatie: Karel V en Filips II waren absolute
heersers, zij hoeven geen verantwoording af te leggen aan iemand.
Centralisatie is belangrijk. De gewesten (die vanaf 13 nog wat losse
entiteiten waren), zagen dat niet zitten, ieder had een eigen bestuur en dat
wilden zij zo houden
Zeeland had namelijk niets te maken met Holland
1579 Unie van Utrecht
o De Opstand leidde tot het sluiten van de Unie van Utrecht in 1579
o Het is een verdrag tussen 7 van de 17 gewesten: wij zijn zelfstandig, wij
gaan het bestuur van Filips II niet volgen, wij houden ons eigen bestuur en
karakter; over sommige dingen beslissen wij samen (oorlog – belasting –
VOC & WIC mandaten)
Dit was een verbond van de 7 gewesten tegen Filips II
o De Unie van Utrecht heeft een soort functie van grondwet de 7 gewesten
blijven zelfstandig en opereren als het gaat om een aantal dingen
gezamenlijk confederatie
1581 Plakkaat van Verlatinge
o Zij verlaten Filips II. De 7 gewesten zeggen de trouw in Filips II op
o Wij erkennen het gezag van de vorst niet meer, dus hebben wij het recht
om dit gezag opzij te schuiven
o De 7 gewesten kwamen tot de conclusie dat zij alles zelf gingen regelen,
een eigen bestuur (op een aantal dingen na)
Zo ontstond de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
1648 Vrede van Münster
o Spanje was hier niet blij mee. Na 80 jaar erkende Spanje dit bij de Vrede
van Münster: oké, jullie zijn een republiek, wij trekken onze handen ervan af
De Republiek der Verenigde Nederlanden
7 gewesten: Drenthe (dat is nummer 8) mocht geen stemrechten krijgen van de anderen,
het was een arm gebied. Dus als de gewesten met zijn 7e gingen stemmen, dan had je
altijd de meerderheid.
Ze waren zelfstandig, binnen de gewesten werd het bestuur (eigen bestuur) gevormd
door de staten.
4
Hoorcollege aantekeningen
Week 1 – Historische wortels, rechtsstaat, bronnen
Programma week 1
Waarover gaat het staatsrecht?
De democratische rechtsstaat
Totstandkoming van de (rechts)staat Nederland
o Koninkrijk der Nederlanden: constitutionele monarchie
o (Con)federatie met overzeese landen
o Europese deel van het koninkrijk met BES-eilanden: gedecentraliseerde
eenheidsstaat
Bronnen van Nederlands staatsrecht Werkgroep
Waarover gaat het staatsrecht?
Het recht dat ziet op…
De organisatie van de staat:
o Inrichting en functioneren van de instellingen van de staat
o Bevoegdheidsverdeling en begrenzing van de bevoegdheid
Grenzen staatsmacht: grondrechten
Regels
o Constitutie en Grondwet; flexibel of rigide
o Geschreven en ongeschreven en informele regels (conventies) van
staatsrecht
Wanneer houdt een grondrecht op met een grondrecht zijn? Wanneer mag de overheid
het beperken? Er is momenteel demonstratie over: als je met zijn alle de snelweg
blokkeert, is dat nog de uitoefening van een grondrecht? Zo ja; zijn er dan nog regels die
dat kunnen beperken?
Constitutie is ruimer dan de Grondwet: het is het gehele van geschreven en
ongeschreven regels die maakt dat onze staat werkt. De Grondwet maakt daar deel van
uit, maar de constitutie is dus ruimer.
Net zoals: Statuut, EVRM, grondrechten en conventies.
Vertrouwensregel staat niet in de Grondwet; maar het is een van de belangrijkste
pijlers van het staatsrecht
o Het kabinet moet het vertrouwen hebben in de regering
Conventies = staatsrechtelijke regels die niet echt opgeschreven zijn, maar uit de praktijk
zijn ontstaan dingen gaan nou eenmaal zo. Als dingen steeds zo gaan, dan is het een
conventie.
Als een conventie dan een aantal keren niet wordt gevolgd, kan er weer een
andere conventie ontstaan
Het is geen ongeschreven recht. Dat zijn cruciale regels (bijvoorbeeld vertrouwensregel).
Democratische rechtsstaat
Legaliteitsbeginsel
1
, o Het overheidshandelen moet op de wet zijn gebaseerd; het
overheidshandelen moet een grondslag hebben in de wet. De overheid
mag pas handelen op het moment dat de wetgever daarover iets heeft
gezegd en de overheid moet binnen de grenzen van de wet blijven
Het overheidshandelen moet een grondslag hebben in de wet
Het overheidshandelen moet binnen de grenzen van de wet blijven
Machtenscheiding/-spreiding
o Uitvoerende macht – rechtsprekende macht – wetgevende macht
Onafhankelijke rechtspraak
o De rechter moet onafhankelijk en onpartijdig zijn
Bescherming fundamentele rechten
o De overheid moet ons tot op zekere hoogte met rust laten
Democratie
o Het is geen rechtstatelijke eis, maar ze worden meestal wel genoemd
(democratische rechtsstaat)
Zijn al deze eisen grondwettelijk vastgelegd? Nee! Veel van deze eisen volgen wel uit de
Grondwet (uit het samenstel van de Grondwet kun je opmaken dat aan alle rechtstatelijke
eisen wordt voldaan), maar het staat er niet letterlijk.
Er is een algemene bepaling opgenomen in de Grondwet:
“Algemene bepaling: De Grondwet waarborgt de grondrechten en de democratische
rechtsstaat”.
Toetsingsverbod (art. 120 Gw) = de rechter mag rechten in formele zin niet aan de
Grondwet toetsen.
Wetgeving is democratisch gelegitimeerd, de rechter is niet democratisch gelegitimeerd.
Er zijn verschillende invullingen mogelijk: wij hebben een toetsingsverbod, dit kan worden
afgeschaft dan heb je nog steeds een rechtsstaat.
Totstandkoming van de Nederlandse staat
5 perioden:
Landsheerlijke periode (10e – 15e eeuw)
Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (1579 – 1795)
Franse tijd (1795 – 1813)
Koninkrijk der Nederlanden (1814 – 1815)
Verdere evolutie tot vandaag
Landsheerlijke periode
Dit is de periode voor het ontstaan van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden =
Landsheerlijke periode.
Nederland bestond uit verschillende gewesten, die allemaal apart werden bestuurd.
Karel, bij de gratie Gods Roomsch Keizer, gedurig uitbreider van het rijk, koning van
Germanië, Kastilië, Leon, aartshertog van Oostenrijk, hertog van Bourgondië,
Lotharingen, Brabant, Limburg, Luxemburg en van Gelre, graaf van Vlaanderen,
Artois, Bourgondië, paltzgraaf van Henegouwen, Holland, Zeeland, enz.
Er was een feodaal stelsel er werden gebieden onderverdeeld, er was een eigenaar van
de grond (een leenheer), hij leende stukjes grond uit aan anderen die de grond
bewerkten. Die anderen waren trouw aan de leenheer.
Leenheer die had grond leende het uit aan anderen de anderen deden wat
met de grond die andere konden dit stukje grond ook onderverdelen en uitdelen
aan anderen
Alle gewesten werden apart bestuurd, maar het was veel versnippert. De grond wisselde
vaak (bijvoorbeeld door trouwen).
1543: Karel V kreeg alle stukken land die nu als de Nederlanden bekend is, in handen.
Pesonele unie = Karel V had al die landjes in bezit, het waren allemaal losse
stukjes land, ze werden los bestuurd, maar ze waren als het ware verenigd in Karel
2
, V. Karel V had al die losse stukjes in bezit, ook al werden de stukjes land los
bestuurd
1549: pragmatieke sanctie.
Karel V nam een besluit: de landjes moeten bij elkaar blijven als ik overlijdt. Al die
17 landjes gaan dan over op een volgende eigenaar. De stukjes land kon alleen
maar samen worden vererfd.
Karel V (vorst) was de opperleenheer, die zijn gezag rechtstreeks aan God ontleende: hij
hoefde zich niet te verantwoorden aan iemand.
Hij leende zijn stukjes land uit aan rijke leenheren vertakt piramide stelsel.
Koning/landsheer
o Landvoogd, stadhouders
o Raad van State:
ondersteuning
Rechtspraak (maar niet
onafhankelijk)
Centralisatie, Staten-Generaal
Grondrechten?
o Bloedplakkaat: verbod op
‘ketterij’
Het bestond niet alleen uit 17
gewesten, maar ook uit een aantal landen: Spanje, Denemarken, etc.
Raad van State = het instituut dat Karel V oprichtte was de Raad van state.
Rechtspraak = rechtstreeks door de vorst benoemd.
Staten-Generaal = die bestond uit vertegenwoordigers van de staten (van verschillende
gewesten), meestal de rijke adel/de kerk, gewone mensen zaten er NIET in. Het waren
vertegenwoordigers van alle 17 staten, soms werden ze bijeengeroepen door Karel V.
Grondrechten = deze waren er niet echt. Het Bloedplakkaat: Karel V was katholiek, in de
15e eeuw waren er stromingen die binnen het Christelijk geloof meer afzette tegen het
katholicisme (protestanten). Daar trad Karel V streng tegen op met Bloedplakkaat als
er achter werd gekomen dat jij niet het katholieke geloof volgde (protestants), dan kon je
worden onthoofd.
Overgang Landsheerlijke periode naar Republiek
Republiek der Verenigde Nederlanden:
1568 de Opstand
3
, o Een van de redenen was de godsdienst, er kwamen steeds meer
protestanten. Filips II (opvolger van Karel V) wilde dat onderdrukken; daar
stond meer optreden voor
o Een andere reden was belastingen: Nederlanders moesten veel belasting
betalen aan Filips II
o Een derde reden is centralisatie: Karel V en Filips II waren absolute
heersers, zij hoeven geen verantwoording af te leggen aan iemand.
Centralisatie is belangrijk. De gewesten (die vanaf 13 nog wat losse
entiteiten waren), zagen dat niet zitten, ieder had een eigen bestuur en dat
wilden zij zo houden
Zeeland had namelijk niets te maken met Holland
1579 Unie van Utrecht
o De Opstand leidde tot het sluiten van de Unie van Utrecht in 1579
o Het is een verdrag tussen 7 van de 17 gewesten: wij zijn zelfstandig, wij
gaan het bestuur van Filips II niet volgen, wij houden ons eigen bestuur en
karakter; over sommige dingen beslissen wij samen (oorlog – belasting –
VOC & WIC mandaten)
Dit was een verbond van de 7 gewesten tegen Filips II
o De Unie van Utrecht heeft een soort functie van grondwet de 7 gewesten
blijven zelfstandig en opereren als het gaat om een aantal dingen
gezamenlijk confederatie
1581 Plakkaat van Verlatinge
o Zij verlaten Filips II. De 7 gewesten zeggen de trouw in Filips II op
o Wij erkennen het gezag van de vorst niet meer, dus hebben wij het recht
om dit gezag opzij te schuiven
o De 7 gewesten kwamen tot de conclusie dat zij alles zelf gingen regelen,
een eigen bestuur (op een aantal dingen na)
Zo ontstond de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
1648 Vrede van Münster
o Spanje was hier niet blij mee. Na 80 jaar erkende Spanje dit bij de Vrede
van Münster: oké, jullie zijn een republiek, wij trekken onze handen ervan af
De Republiek der Verenigde Nederlanden
7 gewesten: Drenthe (dat is nummer 8) mocht geen stemrechten krijgen van de anderen,
het was een arm gebied. Dus als de gewesten met zijn 7e gingen stemmen, dan had je
altijd de meerderheid.
Ze waren zelfstandig, binnen de gewesten werd het bestuur (eigen bestuur) gevormd
door de staten.
4