Literatuur Pediatrische Neuropsychologie | Anouk Wiersma
Pediatrische Neuropsychologie
Literatuur hoorcolleges
https://www-taylorfrancis-com.vu-nl.idm.oclc.org/books/mono/10.4324/9780203799123/
developmental-neuropsychology-vicki-anderson-elisabeth-northam-jacquie-wrennall
Hoorcollege 1: Cerebrale ontwikkeling
Hoofdstuk 2 – Het ontwikkelende brein
Developmental Neuropsychology – A Clinical Approach – Anderson
- Veel gedragingen en vaardigheden worden gemedieerd door complexe neurale netwerken.
- In de ontwikkelende hersenen, ontwikkelen zowel structuur als connectiviteit snel en bewijs
laat zien dat functionele organisatie ook incompleet is.
- Drie benaderingen in het begrijpen van de progressie van cognitieve abilities in kinderen:
o De maturation-view: er is een genetisch bepaalde ontwikkelingsvolgorde van
specifieke neuro-anatomische gebieden, die de basis vormt voor de hiërarchische
opkomst van sensorische, motorische en cognitieve processen.
o De interactieve specialisatie – view: veronderstelt dat de ontwikkeling van een
nieuwe vaardigheid een verfijning van de connectiviteit tussen hersengebieden
weerspiegelt, en niet slechts activiteit in een of meer regio’s.
o Skill learning – view: gebaseerd op de observatie dat patronen van hersenactivatie
veranderen tijdens vaardigheidsverwerving.
Meer diffusie activiteit in de prefrontale en extra-frontale gebieden bij
kinderen die executieve taken uitvoeren, vergelijken met volwassenen.
Dit reflecteert waarschijnlijk dat de onvolwassen hersenen meer
hersengebieden nodig hebben om een activiteit succesvol af te
ronden.
- Ontwikkelingsvoortgang van de ontwikkeling van de hersenen
o Ontwikkeling van hersenen begint tijdens de zwangerschap, continueert in kindertijd
en loopt door tot de jongen volwassenheid.
Hoogste tempo van hersenontwikkeling in voor geboorte.
Tussen geboorte en volwassenheid verviervoudigen de hersenen in grootte
(ca. 400 gram bij geboorte tot 1500 gram in vroege volwassenheid).
Deze postnatale toename in gewicht is grotendeels het gevolg van
differentiatie, groei en rijping van bestaande neuronen.
o Hersenontwikkeling kan verdeeld worden in twee kwalitatief verschillende stages:
Geboorte is de scheiding van overgang in de verschillende fase.
Prenatale ontwikkeling: primair betrokken bij de structurele vorming van het
CZS en wordt verondersteld grotendeels genetisch bepaald te zijn.
Verstoringen in ontwikkeling door genetische mechanismen of intra-
uterien trauma of infectie hebben waarschijnlijk dramatische impact
op de cerebrale structuur, waardoor de hersenmorfologie abnormaal
er uit ziet, zelfs op macroscopisch niveau,
Postnatale ontwikkeling: gekenmerkt door uitwerking van de hersenen.
Dendritische boomvorming, myelinatie en synaptogenese.
, Literatuur Pediatrische Neuropsychologie | Anouk Wiersma
Ook grotendeels genetisch gereguleerd, maar deze processen zijn
wel gevoeliger voor de impact van neuronale activiteit en dus
omgevings- en ervaringsgerichte invloeden.
Hersenschade die na de geboorte is opgelopen, heeft minder invloed
op de algemene morfologie van de hersenen, maar zal waarschijnlijk
de voortdurende ontwikkeling van het centrale zenuwstelsel
verstoren en de ontwikkeling van onderlinge verbindingen en
functionele neurale netwerken verstoren.
CNS begint met ontwikkelen vroeg in de zwangerschap (rond dag 40).
De hersenen kunnen herkend worden in hun volwassen vorm vanaf
ongeveer 100 dagen.
Geen simpel, lineair proces, maar juist een reeks van
ontwikkelingsprocessen, waarvan veel naast elkaar plaatsvinden.
De ontwikkelingsprocessen bevatten (1) hiërarchische progressie, (2)
regressieve en additieve processen, en (3) groeispurten in
neurologische processen.
- Hiërarchische progressie
o Hersenstam en cerebellar regio’s ontwikkelen eerst, gevolgd door posterior gebieden
en als laatste de anterieuref gebieden.
o Synpatogenese: tegelijkertijd in verschillende gebieden en lagen van de cortex.
o Toenames in volume van witte stof worden als eerst gezien in primaire en sensorisch
gebieden, later in associatie regio’s en tenslotte in frontale regio’s.
- Additieve en regressieve processen
o Additieve ontwikkeling: de voortdurende accumulatie van groeiprocessen.
Meerdere neurale processen kennen vooruitgang op deze manier.
Myelinatie: verloopt op een fase-achtige manier door de hersenen tijdens
kindertijd en vroege volwassenheid.
Continue toename van de formatie en elaboratie van dendritische
connecties.
o Regressieve ontwikkeling: omgekeerde associatie of regressie over tijd.
Initiële overproductie en dan selectieve eliminatie van overbodige
elementen.
Voorbeeld: overtollige synapsen worden gevormd in kindertijd, en door
ervaring verdwijnen degene die geen functionele neuronale netwerken
vormen.
Ook initiële overproductie van dendrieten en later pruning.
- De prenatale periode
o De prenatale periode wordt gekenmerkt door dynamische activiteit en houdt zich
primair bezig met grove structurele vorming.
Reeks van ingewikkelde processen: neurolatie, proliferation, migratie,
dendritische ontwikkeling, synaptogenese, differentiatie en apoptose.
- Cellulaire basis van ontwikkeling
o Het proces van neurolatie verloopt via de snelle generatie van cellen en omvat twee
hoofdgroepen van cellen: neuronen en gliacellen, geproduceerd door het delen van
neuroblasten en glioblasten.
Neuron: de basis functionele unit van het CNS en is verantwoordelijk voor
neurale transmissie in de hersenen.
Bestaat uit vier primaire componenten:
, Literatuur Pediatrische Neuropsychologie | Anouk Wiersma
o Het cellichaam (soma): belangrijk voor de metabole functies,
bevat RNA en DNA.
o Het axon: projecteert van het cellichaam, geleidt
zenuwimpulsen weg van het cellichaam en wordt gedurende
de kindertijd geleidelijk omhuld met myeline.
o Dendrieten: vertakken vanuit het cellichaam en ontvangen
signalen van andere neuronen en geleiden deze naar het
cellichaam.
o Presynaptische terminals: de plek waar neurotransmitter
wordt opgeslagen en vrijgelaten.
Gliacellen: ondersteunende en voedende rol in het CNS.
Mogelijk maken van de regeneratie van beschadigde neuronen, het
produceren van littekenweefsel om de beschadigde plekken op te
vullen en het transporteren van voedingsstoffen uit zenuwcellen
Verschillende typen:
o Astrocyten: vormen de bloed-hersenbarrière, ondersteunen
de cellulaire structuur van de
hersenen, dragen bij aan migratie
van neuronen en ruimen op.
o Oligodendrocyten:
verantwoordelijk voor het
versnellen van transmissie van
neurale impulsen door axonen de
omhullen met myeline.
o Microglia: plekken van verwonding
opruimen/schoonmaken.
o Na de bevruchting vindt er een snelle celdeling plaats, wat
leidt tot clusters van prolifererende cellen, die zich
vervolgens binnen enkele dagen differentiëren tot een
drielaagse structuur (embryo-disk).
Binnenste laag (endoderm): vormt de inwendige
organen, inclusief de spijsverterings- en
ademhalingsstelsels.
Middelste laag (mesoderm): vormt de skelet- en
spierstructuren.
Buitenste laag (ectoderm): vormt het zenuwstelsel en
de huid.
o Vroege CNS: eerst een neurale plaat, die in elkaar vouwt om
een neurale buis te vormen, waarin neurolatie plaatsvindt
tijdens maand 1 tot 5 van zwangerschap.
Dit proces wordt precies gereguleerd zodat er een
gepast aantal cellen wordt gevormd.
Verstoringen kan leiden tot defecten aan de
neurale buis, geassocieerd met grote
structurele afwijkingen, zoals spina bifida of
anencefalie (afbeelding).
o Proliferatie: ontwikkelingsfase waarin neuronen die bedoeld
zijn om de cortex te vormen, worden gegenereerd (week 6-18).
, Literatuur Pediatrische Neuropsychologie | Anouk Wiersma
Tijdens deze periode: specifieke celpopulaties ontstaan op unieke locatie in
de neurale buis en deze zullen later ontwikkelen tot specifieke cerebrale
structuren.
Verstoringen in deze fase kunnen leiden tot overproductie van neuronen
(megalencephaly, polymcrigyria).
Tussen maand 5 en 7 zullen neuroblasten migreren naar hun permanente
locaties.
Van 16 maanden tot 2,5 jaar laten dendrieten grote groeispurten zien,
resulterend in volledige volwassenheid.
Patroon van dendritische ontwikkeling loopt grotendeels parallel aan
de verandering in volume van grijze stof.
Synaptogenese loopt ook grotendeels parallel met dendritische
ontwikkeling.
o Maximale synaptische dichtheid tussen 16 maanden en twee
tot drie jaar, gevolgd door afname over de volgende 16 jaar.
o Myelinatie: proces van neurale isolatie, waardoor snelle transmissie van elektrische
signalen mogelijk is.
Myelinatie processen beginnen ronde de 4 e maand van zwangerschap en
pieken worden gezien rond 2 jaar, 7-9 jaar en 11-12 jaar.
Verstoring in meylinatie worden gezien in associatie met giftigheid,
ontsteking en schedelirritatie, resulterend in afgenomen conductiesnelheid,
toegenomen refractoire periodes na synaptisch vuren en meer frequente
problemen in conductie.
- Groeispurten en kritieke perioden in ontwikkeling
o Hersenontwikkeling is niet lineair, maar wordt onderbroken door een reeks van
groeispurten (periode geassocieerd met snelle ontwikkeling).
o Perioden van groeispurt: tussen 1.5 en 5 jaar, tussen 5 en 10 jaar, tussen 10 en 16
jaar.
o Twee overgangsfasen: tussen 5 en 7 jaar in de linker hemisfeer en tussen 9 en 11 jaar
in de rechter.
o Deze groeispurten in ontwikkeling worden ondersteund door gelijktijdige
ontwikkelingsstappen in cognitieve vaardigheden.
o Geassocieerd met groeispurten is het concept van “kritische” of “gevoelige” periode,
die verwijzen naar ontwikkelingsstadia waarin specifieke cognitieve en gedragsmatige
domeinen een grote progressie kunnen doormaken.
Fasen van toegenomen plasticiteit.
Dit zijn ook de perioden waarin neurale netwerken bijzonder gevoelig zijn tot
positieve omgevingsinvloeden, zoals leren en instructie, of negatieve
omgevingsinvloeden, zoals verwaarlozing of misbruik.
- Invloeden op hersenontwikkeling
o De meest voorkomende oorzaken van prenatale pathologie bevatten biologische
agentia, zoals genetische factoren en intra-uterien trauma.
Deze factoren kunnen leiden tot malformaties en cerebrale reorganisatie, als
ze hun invloed uitoefenen terwijl structurele ontwikkeling plaatsvindt.
o Postnatale ontwikkeling is vatbaar voor de effecten van biologische risico’s (zoals
infectie), maar ook voor verstoringen door extern trauma.
Zulke agentia hebben de grootste impact op jonge kinderen, wanneer de
hersenen sneller ontwikkelen.
Pediatrische Neuropsychologie
Literatuur hoorcolleges
https://www-taylorfrancis-com.vu-nl.idm.oclc.org/books/mono/10.4324/9780203799123/
developmental-neuropsychology-vicki-anderson-elisabeth-northam-jacquie-wrennall
Hoorcollege 1: Cerebrale ontwikkeling
Hoofdstuk 2 – Het ontwikkelende brein
Developmental Neuropsychology – A Clinical Approach – Anderson
- Veel gedragingen en vaardigheden worden gemedieerd door complexe neurale netwerken.
- In de ontwikkelende hersenen, ontwikkelen zowel structuur als connectiviteit snel en bewijs
laat zien dat functionele organisatie ook incompleet is.
- Drie benaderingen in het begrijpen van de progressie van cognitieve abilities in kinderen:
o De maturation-view: er is een genetisch bepaalde ontwikkelingsvolgorde van
specifieke neuro-anatomische gebieden, die de basis vormt voor de hiërarchische
opkomst van sensorische, motorische en cognitieve processen.
o De interactieve specialisatie – view: veronderstelt dat de ontwikkeling van een
nieuwe vaardigheid een verfijning van de connectiviteit tussen hersengebieden
weerspiegelt, en niet slechts activiteit in een of meer regio’s.
o Skill learning – view: gebaseerd op de observatie dat patronen van hersenactivatie
veranderen tijdens vaardigheidsverwerving.
Meer diffusie activiteit in de prefrontale en extra-frontale gebieden bij
kinderen die executieve taken uitvoeren, vergelijken met volwassenen.
Dit reflecteert waarschijnlijk dat de onvolwassen hersenen meer
hersengebieden nodig hebben om een activiteit succesvol af te
ronden.
- Ontwikkelingsvoortgang van de ontwikkeling van de hersenen
o Ontwikkeling van hersenen begint tijdens de zwangerschap, continueert in kindertijd
en loopt door tot de jongen volwassenheid.
Hoogste tempo van hersenontwikkeling in voor geboorte.
Tussen geboorte en volwassenheid verviervoudigen de hersenen in grootte
(ca. 400 gram bij geboorte tot 1500 gram in vroege volwassenheid).
Deze postnatale toename in gewicht is grotendeels het gevolg van
differentiatie, groei en rijping van bestaande neuronen.
o Hersenontwikkeling kan verdeeld worden in twee kwalitatief verschillende stages:
Geboorte is de scheiding van overgang in de verschillende fase.
Prenatale ontwikkeling: primair betrokken bij de structurele vorming van het
CZS en wordt verondersteld grotendeels genetisch bepaald te zijn.
Verstoringen in ontwikkeling door genetische mechanismen of intra-
uterien trauma of infectie hebben waarschijnlijk dramatische impact
op de cerebrale structuur, waardoor de hersenmorfologie abnormaal
er uit ziet, zelfs op macroscopisch niveau,
Postnatale ontwikkeling: gekenmerkt door uitwerking van de hersenen.
Dendritische boomvorming, myelinatie en synaptogenese.
, Literatuur Pediatrische Neuropsychologie | Anouk Wiersma
Ook grotendeels genetisch gereguleerd, maar deze processen zijn
wel gevoeliger voor de impact van neuronale activiteit en dus
omgevings- en ervaringsgerichte invloeden.
Hersenschade die na de geboorte is opgelopen, heeft minder invloed
op de algemene morfologie van de hersenen, maar zal waarschijnlijk
de voortdurende ontwikkeling van het centrale zenuwstelsel
verstoren en de ontwikkeling van onderlinge verbindingen en
functionele neurale netwerken verstoren.
CNS begint met ontwikkelen vroeg in de zwangerschap (rond dag 40).
De hersenen kunnen herkend worden in hun volwassen vorm vanaf
ongeveer 100 dagen.
Geen simpel, lineair proces, maar juist een reeks van
ontwikkelingsprocessen, waarvan veel naast elkaar plaatsvinden.
De ontwikkelingsprocessen bevatten (1) hiërarchische progressie, (2)
regressieve en additieve processen, en (3) groeispurten in
neurologische processen.
- Hiërarchische progressie
o Hersenstam en cerebellar regio’s ontwikkelen eerst, gevolgd door posterior gebieden
en als laatste de anterieuref gebieden.
o Synpatogenese: tegelijkertijd in verschillende gebieden en lagen van de cortex.
o Toenames in volume van witte stof worden als eerst gezien in primaire en sensorisch
gebieden, later in associatie regio’s en tenslotte in frontale regio’s.
- Additieve en regressieve processen
o Additieve ontwikkeling: de voortdurende accumulatie van groeiprocessen.
Meerdere neurale processen kennen vooruitgang op deze manier.
Myelinatie: verloopt op een fase-achtige manier door de hersenen tijdens
kindertijd en vroege volwassenheid.
Continue toename van de formatie en elaboratie van dendritische
connecties.
o Regressieve ontwikkeling: omgekeerde associatie of regressie over tijd.
Initiële overproductie en dan selectieve eliminatie van overbodige
elementen.
Voorbeeld: overtollige synapsen worden gevormd in kindertijd, en door
ervaring verdwijnen degene die geen functionele neuronale netwerken
vormen.
Ook initiële overproductie van dendrieten en later pruning.
- De prenatale periode
o De prenatale periode wordt gekenmerkt door dynamische activiteit en houdt zich
primair bezig met grove structurele vorming.
Reeks van ingewikkelde processen: neurolatie, proliferation, migratie,
dendritische ontwikkeling, synaptogenese, differentiatie en apoptose.
- Cellulaire basis van ontwikkeling
o Het proces van neurolatie verloopt via de snelle generatie van cellen en omvat twee
hoofdgroepen van cellen: neuronen en gliacellen, geproduceerd door het delen van
neuroblasten en glioblasten.
Neuron: de basis functionele unit van het CNS en is verantwoordelijk voor
neurale transmissie in de hersenen.
Bestaat uit vier primaire componenten:
, Literatuur Pediatrische Neuropsychologie | Anouk Wiersma
o Het cellichaam (soma): belangrijk voor de metabole functies,
bevat RNA en DNA.
o Het axon: projecteert van het cellichaam, geleidt
zenuwimpulsen weg van het cellichaam en wordt gedurende
de kindertijd geleidelijk omhuld met myeline.
o Dendrieten: vertakken vanuit het cellichaam en ontvangen
signalen van andere neuronen en geleiden deze naar het
cellichaam.
o Presynaptische terminals: de plek waar neurotransmitter
wordt opgeslagen en vrijgelaten.
Gliacellen: ondersteunende en voedende rol in het CNS.
Mogelijk maken van de regeneratie van beschadigde neuronen, het
produceren van littekenweefsel om de beschadigde plekken op te
vullen en het transporteren van voedingsstoffen uit zenuwcellen
Verschillende typen:
o Astrocyten: vormen de bloed-hersenbarrière, ondersteunen
de cellulaire structuur van de
hersenen, dragen bij aan migratie
van neuronen en ruimen op.
o Oligodendrocyten:
verantwoordelijk voor het
versnellen van transmissie van
neurale impulsen door axonen de
omhullen met myeline.
o Microglia: plekken van verwonding
opruimen/schoonmaken.
o Na de bevruchting vindt er een snelle celdeling plaats, wat
leidt tot clusters van prolifererende cellen, die zich
vervolgens binnen enkele dagen differentiëren tot een
drielaagse structuur (embryo-disk).
Binnenste laag (endoderm): vormt de inwendige
organen, inclusief de spijsverterings- en
ademhalingsstelsels.
Middelste laag (mesoderm): vormt de skelet- en
spierstructuren.
Buitenste laag (ectoderm): vormt het zenuwstelsel en
de huid.
o Vroege CNS: eerst een neurale plaat, die in elkaar vouwt om
een neurale buis te vormen, waarin neurolatie plaatsvindt
tijdens maand 1 tot 5 van zwangerschap.
Dit proces wordt precies gereguleerd zodat er een
gepast aantal cellen wordt gevormd.
Verstoringen kan leiden tot defecten aan de
neurale buis, geassocieerd met grote
structurele afwijkingen, zoals spina bifida of
anencefalie (afbeelding).
o Proliferatie: ontwikkelingsfase waarin neuronen die bedoeld
zijn om de cortex te vormen, worden gegenereerd (week 6-18).
, Literatuur Pediatrische Neuropsychologie | Anouk Wiersma
Tijdens deze periode: specifieke celpopulaties ontstaan op unieke locatie in
de neurale buis en deze zullen later ontwikkelen tot specifieke cerebrale
structuren.
Verstoringen in deze fase kunnen leiden tot overproductie van neuronen
(megalencephaly, polymcrigyria).
Tussen maand 5 en 7 zullen neuroblasten migreren naar hun permanente
locaties.
Van 16 maanden tot 2,5 jaar laten dendrieten grote groeispurten zien,
resulterend in volledige volwassenheid.
Patroon van dendritische ontwikkeling loopt grotendeels parallel aan
de verandering in volume van grijze stof.
Synaptogenese loopt ook grotendeels parallel met dendritische
ontwikkeling.
o Maximale synaptische dichtheid tussen 16 maanden en twee
tot drie jaar, gevolgd door afname over de volgende 16 jaar.
o Myelinatie: proces van neurale isolatie, waardoor snelle transmissie van elektrische
signalen mogelijk is.
Myelinatie processen beginnen ronde de 4 e maand van zwangerschap en
pieken worden gezien rond 2 jaar, 7-9 jaar en 11-12 jaar.
Verstoring in meylinatie worden gezien in associatie met giftigheid,
ontsteking en schedelirritatie, resulterend in afgenomen conductiesnelheid,
toegenomen refractoire periodes na synaptisch vuren en meer frequente
problemen in conductie.
- Groeispurten en kritieke perioden in ontwikkeling
o Hersenontwikkeling is niet lineair, maar wordt onderbroken door een reeks van
groeispurten (periode geassocieerd met snelle ontwikkeling).
o Perioden van groeispurt: tussen 1.5 en 5 jaar, tussen 5 en 10 jaar, tussen 10 en 16
jaar.
o Twee overgangsfasen: tussen 5 en 7 jaar in de linker hemisfeer en tussen 9 en 11 jaar
in de rechter.
o Deze groeispurten in ontwikkeling worden ondersteund door gelijktijdige
ontwikkelingsstappen in cognitieve vaardigheden.
o Geassocieerd met groeispurten is het concept van “kritische” of “gevoelige” periode,
die verwijzen naar ontwikkelingsstadia waarin specifieke cognitieve en gedragsmatige
domeinen een grote progressie kunnen doormaken.
Fasen van toegenomen plasticiteit.
Dit zijn ook de perioden waarin neurale netwerken bijzonder gevoelig zijn tot
positieve omgevingsinvloeden, zoals leren en instructie, of negatieve
omgevingsinvloeden, zoals verwaarlozing of misbruik.
- Invloeden op hersenontwikkeling
o De meest voorkomende oorzaken van prenatale pathologie bevatten biologische
agentia, zoals genetische factoren en intra-uterien trauma.
Deze factoren kunnen leiden tot malformaties en cerebrale reorganisatie, als
ze hun invloed uitoefenen terwijl structurele ontwikkeling plaatsvindt.
o Postnatale ontwikkeling is vatbaar voor de effecten van biologische risico’s (zoals
infectie), maar ook voor verstoringen door extern trauma.
Zulke agentia hebben de grootste impact op jonge kinderen, wanneer de
hersenen sneller ontwikkelen.