Basisboek Cybercriminaliteit H1: Inleiding
Cybercriminaliteit komt inmiddels relatief vaak voor. Criminologisch
onderzoek komt pas laatste jaren goed op stoom en is nog sterk in
ontwikkeling.
Toename in hoeveelheid maar ook kwaliteit, door de verwevenheid van de
offline en online wereld zijn er steeds meer gebieden in de criminologie
waar digitalisering een rol gaat spelen.
“Cybercriminaliteit omvat alle strafbare gedragingen waarbij ICT-systemen
van wezenlijk belang zijn in de uitvoering van een delict.”
Cybercrime in enge zin: Nieuwe delicten die in het verleden nog niet
bestonden, waarbij ICT zowel het doelwit als de middel is. → hacken, ddos,
verspreiden van virussen
Cybercrime in ruime zin: traditionele delicten die dmv ICT worden
gepleegd, waarbij ICT van wezelijk belang is voor uitvoering. →
cyberstalking, grooming, internetoplichting.
Ook wel: gedigitaliseerde criminaliteit.
Voor veel traditionele criminaliteit wordt nu ICT gebruikt, zoals bij
communicatie tussen criminelen. Maar bij gedigitaliseerde criminaliteit is
ICT een belangrijk middel, het delict zou er echt anders uitzien zonder ICT-
systeem.
Er kan ook een keten van delicten plaatsvinden door combinatie van
cybercrime in enge zin en ruime zin (gedigitaliseerde criminaliteit), waarbij
bijvoorbeeld naaktfoto’s worden gestolen door hacking en daarna gebruikt
worden voor digitale afpersing.
Basisboek Cybercriminaliteit H2: Cybercriminaliteit in een
criminologisch perspectief
1970 - 1990
Internet ontwikkelt rap: cybercriminaliteit volgt snel.
Mensen maken vooral gebruik van telefoon netwerk → erg duur, phone
phreakers waren hackers die voor minder geld of gratis konden
telefoneren.
,Schrijven van virussen vondt al plaats, dit leidde tot de eerste wetgeving
rondom computercriminaliteit.
Wet Computercriminaliteit I: strafbaarstellingen voor computervredebreuk
en verspreiding van malware hoewel dit nog weinig voorkwam.
1990 - 2000
Begin jaren negentig wat computercriminaliteit vrij onschuldig. Malware
bevatte nog vaak humor. Maar al snel vonden criminelen mogelijkheden
om computers te misbruiken en functionaliteiten van computers over te
nemen.
2000-2010
Verdere ontwikkeling van computer en internetcriminaliteit.
Internet gebruiken via mobiel
Internetbankieren → cybercriminelen porberen financiele
elektronische transacties af te vangen en het geld naar hunzelf over
te maken.
Seksueel kindermisbruik met elkaar delen
Virussen versprijden
Online marktplaatsen waar cybercriminelen handelen met elkaar
2001 Cybercrimeverdrag: staten moeten op dezelfde wijze
cybercriminaliteit strafbaar stellen, maakt bepaalde
opsporingsbevoegdheden mogelijk waarmee gegevens van internet
service providers kunnen worden gevorderd. → maakt het eenvoudiger
bewijs te vergaren in cyberzaken.
Wet computercriminaliteit II: ddos-aanvallen strafbaar, vervaardiging,
verspreiding en bezit van virutele kinderpornografie strafbaar
2010-2020
Anonymous: hacktivisen die bedrijven aanvallen met ddos-aanvallen en
hun website zo niet meer beschikbaar maken
, Ook opkomst van de dark markets waar de verkoop van producten en
diensten plaatsvindt via het anonimiseringsnetwerk Tor. Cybercriminelen
gaan samenwerken, zich specialiseren en diensten aan elkaar geven.
Er ontstaat een geavanceerdere vorm van malware: ransomware waarbij
computersystemen op een afstand kunnen worden gegijzeld. Zowel
particulieren, bedrijven als staten werden aangevallen.
Wet Computercriminaliteit III: introductie hackbevoegheid die een
oplossing bied voor opsporingsproblemen maar ook een inbreuk op de
privacy laat zien.
Strafbepaling over heling van gegevens, overnemen van niet-openbare
gegevens, online handelsfraude, virtuele ontucht en grooming.
2020- nu
Tijdens de pandemie: toename van cybercriminaliteit door toename online
functies?
Politiecijfers: registratie effect
Slachtofferenquêtes: kleine niet significantie toename
Daderenquentes: gedigitaliseerde criminaliteit veranderde niet
significant, traditionele criminaliteit en cybercrime in enge zin nam
af.
Verandering in prevalentie en aard van cybercrime resultaten zijn sterk
afhankelijk van het type data.
Gebruik van AI: cybercriminelen kunnen AI integreren in malware, social-
engineering aanvallen persoonlijker maken of malware trainen om
onopgemerkt te blijven.
Europol signaleert 3 gevaren bij ChatGPT:
1. Kan een rol spelen bij fraude en social engineering, kan authentiek
lijkende teksten schrijven voor phising.
2. verspreiden van propaganda en desinformatie wordt makkelijker
door het snelle schrijven van teksten
3. kan verschillende talen schrijven en kwaadaardige code maken