Gelinck et al. (2018). Erkenning van interventies: Criteria voor gezamenlijke
kwaliteitsbeoordeling2019-2022.
Dit document beschrijft het erkenningstraject voor interventies in Nederland. Het doel van dit
traject is om de kwaliteit van interventies te verbeteren en professionals, beleidsmakers en
financiers inzicht te geven in de effectiviteit van verschillende interventies.
Erkenningsniveaus
Het erkenningstraject kent verschillende niveaus:
Uitvoerbaarheid: Dit is een basisvoorwaarde voor alle erkenningsniveaus. Een
interventie moet goed uitvoerbaar zijn om in aanmerking te komen voor erkenning.
Criteria hiervoor zijn onder andere de beschikbaarheid van materialen, de
aanwezigheid van een handleiding en de specificatie van randvoorwaarden.
Goed Beschreven: Dit niveau beoordeelt de beschrijving van de interventie, inclusief
doelen, doelgroep, aanpak en randvoorwaarden. De beoordeling wordt gedaan door
professionals uit de praktijk en experts.
Goed Onderbouwd: Dit niveau beoordeelt de theoretische basis van de interventie.
De commissie kijkt of de interventie gebaseerd is op bestaande kennis en of de aanpak
goed is uitgewerkt.
Effectief: Dit niveau beoordeelt de effectiviteit van de interventie op basis van
wetenschappelijk onderzoek. Er zijn drie subniveaus:
o Eerste aanwijzingen voor effectiviteit
o Goede aanwijzingen voor effectiviteit
o Sterke aanwijzingen voor effectiviteit.
Erkenningscommissie
De beoordeling van interventies voor de niveaus Goed Onderbouwd en Effectief wordt
gedaan door de Erkenningscommissie Interventies. Deze commissie bestaat uit
vertegenwoordigers uit de wetenschap, praktijk en beleid.
Geldigheidsduur
De erkenning is 3 tot 5 jaar geldig, afhankelijk van het niveau. Na deze periode moet de
interventie opnieuw worden beoordeeld.
Communicatie
,De erkende interventies worden gepubliceerd in verschillende databanken, die worden
beheerd door de samenwerkende instituten. Deze databanken bieden professionals en andere
geïnteresseerden inzicht in de kwaliteit en effectiviteit van verschillende interventies.
Evaluatie
Het erkenningstraject is in 2018 geëvalueerd. Uit deze evaluatie kwamen verschillende
aanbevelingen naar voren, zoals het verbeteren van de bekendheid van erkende interventies en
het vereenvoudigen van de procedure.
Euser et al. (2015). A gloomy picture: A meta-analysis of randomized controlled trials
revealed disappointing effectiveness of programs aiming at preventing child maltreatment.
Dit artikel is een meta-analyse van gerandomiseerde gecontroleerde studies (RCT's) die de
effectiviteit onderzochten van programma's die gericht zijn op het voorkomen of verminderen
van kindermishandeling. De onderzoekers analyseerden 23 RCT-studies die de effectiviteit
van 20 verschillende interventieprogramma's onderzochten.
Het doel van deze interventies is tweeledig:
Preventie: het voorkomen van kindermishandeling bij gezinnen in de algemene
bevolking of bij risicogroepen.
Reductie: het verminderen van kindermishandeling bij gezinnen waar het al voorkomt.
Dus drie groepen interventies onderzocht:
1) Interventies voor algemene bevolking
2) Interventies voor risicogezinnen
3) Interventies voor mishandelende gezinnen
Belangrijkste bevindingen
Er werd een significant gecombineerd effect op kindermishandeling gevonden (d =
0.13). Echter, na correctie voor publicatiebias verdween dit effect.
Moderatoranalyses toonden aan dat grotere effecten werden gevonden voor:
o Recentere studies.
o Studies met kleinere steekproeven.
o Programma's die oudertraining bieden in plaats van alleen ondersteuning.
o Programma's die zich richten op mishandelende gezinnen in plaats van
risicogroepen.
o Programma's met een gemiddelde lengte (6-12 maanden) of een gemiddeld
aantal sessies (16-30).
Interventieprogramma's lijken kindermishandeling alleen te verminderen en niet te
voorkomen.
Meer RCT's zijn nodig om te onderzoeken welke factoren geassocieerd zijn met de
effectiviteit van programma's, en om preventieve programma's voor risicogroepen te
ontwikkelen en te testen.
De onderzoekers concluderen dat interventies gericht op oudertraining effectiever zijn
dan interventies die alleen ondersteuning bieden. Programma's die zich richten op
mishandelende gezinnen blijken effectiever te zijn in het verminderen van
kindermishandeling dan programma's die zich richten op preventie in risicogroepen. De
auteurs pleiten voor meer onderzoek, met name naar preventieve programma's, om de
effectiviteit van programma's ter voorkoming van kindermishandeling te vergroten.
, Mejdoubi et al. (2015). The effect of VoorZorg, the Dutch Nurse-Family Partnership, on child
maltreatment and development: A Randomized Controlled Trial.
Dit artikel beschrijft een onderzoek naar de effectiviteit van VoorZorg, de Nederlandse
aanpassing van het Nurse-Family Partnership (NFP), in het voorkomen van
kindermishandeling. VoorZorg is een programma waarbij getrainde verpleegkundigen
huisbezoeken afleggen bij jonge, kansarme zwangere vrouwen, vanaf de zwangerschap tot het
kind twee jaar oud is.
Belangrijkste bevindingen
Het aantal meldingen bij Veilig Thuis (voorheen AMK) was significant lager in de
groep vrouwen die VoorZorg ontving dan in de controlegroep. Na 3 jaar had 19% van
de kinderen in de controlegroep een melding bij Veilig Thuis, tegenover 11% van de
kinderen in de VoorZorg-groep.
De VoorZorg-groep scoorde na 24 maanden significant beter op de IT-HOME, een
vragenlijst die de thuisomgeving van het kind meet. Dit wijst op een positievere en
meer stimulerende omgeving voor de kinderen in de VoorZorg-groep.
Kinderen in de VoorZorg-groep vertoonden na 24 maanden significant minder
internaliserend gedrag, zoals angst en depressie, dan de controlegroep. Er was geen
significant verschil in externaliserend gedrag, zoals agressie en hyperactiviteit, hoewel
de trend in dezelfde richting wees.
Conclusie
De onderzoekers concluderen dat VoorZorg een effectieve interventie is voor jonge, kansarme
zwangere vrouwen die kindermishandeling voorkomt, de thuisomgeving verbetert en
gedragsproblemen bij kinderen vermindert.
Informatie over VoorZorg
Het VoorZorg programma is de Nederlandse adaptatie van het Nurse-Family Partnership
(NFP), een evidence-based programma dat ontwikkeld is in de VS. Het is gericht op het
ondersteunen van jonge, kansarme zwangere vrouwen en het voorkomen van
kindermishandeling.
Kernpunten van VoorZorg
Huisbezoeken door getrainde verpleegkundigen: Gedurende de zwangerschap en
de eerste twee levensjaren van het kind krijgen deelnemende moeders regelmatig
huisbezoeken van speciaal opgeleide verpleegkundigen.
Duur en Frequentie: De interventie bestaat uit ongeveer 10 huisbezoeken tijdens de
zwangerschap, 20 in het eerste levensjaar en 20 in het tweede levensjaar van het kind.
Inhoud van de huisbezoeken: De verpleegkundigen bieden tijdens de bezoeken
voorlichting over gezondheid, opvoeding en het verminderen van risicofactoren voor
kindermishandeling. Ze helpen de moeders vaardigheden te ontwikkelen, hun
zelfvertrouwen te vergroten en gebruik te maken van sociale en maatschappelijke
voorzieningen.
Doelgroep: Het programma richt zich specifiek op jonge, kansarme zwangere
vrouwen die voor het eerst zwanger zijn en extra risico lopen op problemen zoals
kindermishandeling.
Relatie tussen verpleegkundige en moeder: Een belangrijk aspect van VoorZorg is
het opbouwen van een duurzame en vertrouwensvolle relatie tussen de
verpleegkundige en de deelnemende moeder.