Hoofdstuk 1
Vermogen: het geheel van op geld waardeerbare – althans in de economische sfeer
liggende – rechten en verplichtingen die iemand heeft geheel van activa en passiva
Het vermogensrecht: alle regels met betrekking tot de subjectieve rechten en plichten die
onderdeel van een vermogen kunnen vormen
objectief
Goederenrecht: betrekking op de rechtsverhouding tussen een persoon en een goed
wie is de eigenaar?
wie mag over een goed beschikken?
- Rechten op goederen die de rechthebbende in beginsel tegenover iedereen kan
inroepen = derdenwerking (absoluutrecht)
open systeem
Verbintenissenrecht: betrekking op de rechtsverhouding tussen een persoon en een
ander persoon
heeft een persoon recht op schade vergoeding door degene die hem schade heeft
toegebracht?
- Rechten die slechts tegenover een bepaalde persoon inroepbaar zijn (relatief
recht)
gesloten systeem
Een vermogensrecht: een aan een bepaalde persoon toekomt recht dat deel uitmaakt van
zijn vermogen. Bijv. een eigendomsrecht of een vorderingsrecht
subjectief
Gelaagde structuur van het vermogensrecht: algemene en bijzondere delen.
De wetgever heeft bij de indeling van het vermogensrecht gekozen voor de systematiek
van algemeen naar bijzonder.
Boek 3 is het meest algemene deel
Boek 6 is zowel bijzonder als algemeen
Hoofdstuk 13
Verbintenis:
- Recht van de één op een prestatie waartoe de ander verplicht is
vb. A krijgt onverwachts gasten en heeft geen drank in huis, dus leent hij twee
flessen wijn van zijn buurman B. A is verplicht twee flessen soortgelijke wijn aan B
in eigendom terug te geven
A heeft hier een verplichting en B een recht: hun band noemen we een
verbintenis
- Een verbintenis is vermogensrechtelijk van aard
niet van een morele verplichting zoals dat je de buurman bedankt bijvoorbeeld
Verbintenis: een vermogensrechtelijke verhouding tussen twee partijen krachtens de één (=
schuldeiser of crediteur) is gerechtigd tot een gedraging (= prestatie) die de ander
(schuldenaar of debiteur) verplicht is ten opzichte van hem te verrichten
, het recht van de schuldeiser tegenover de schuldenaar tot het verrichten van de prestatie
is vorderingsrecht (subjectief recht)
3 elementen van een verbintenis:
1. De combinatie van een vorderingsrecht aan de actieve zijde en een schuld aan de
passieve zijde
- Met het vorderingsrecht heeft de schuldeiser de bevoegdheid zijn nalatige
schuldenaar voor de rechter te dagen met als doel hem te laten veroordelen de
prestatie alsnog te verrichten, of wanneer dit niet meer nodig is tot schade
vergoeding.
2. = rechtsvordering
- De daartegenover staande verplichting van de schuldenaar zich een dergelijke
behandeling door zijn schuldeiser te laten welgevallen = aansprakelijkheid
3. Een schuldeiser moet het vonnis ook kunnen realiseren zodat de schuldenaar dit
nakomt
- Executierecht: het recht van de schuldeiser waarbij hij/zij de bevoegdheid krijgt
om het vonnis te executeren (= ten uitvoer te leggen) dwz dat de schuldenaar
gedwongen kan worden tot het opvolgen van het vonnis
- Uitwinbaarheid: de daartegenover staande verplichting van de schuldenaar deze
ingreep in zijn vermogen van buitenaf te dulden
Vorderingsrecht is een relatief recht: het betreft een bevoegdheid die de rechthebbende
slechts kan handhaven tegenover een bepaalde persoon of bepaalde personen en dus niet
tegenover iedereen.
Draagplicht: ?
Het verbintenissenrecht: omvat de regels betreffende verbintenissen & het deel van het
objectieve vermogensrecht dat verbintenissen regelt.
Hoofdstuk 14
Waaruit kan een verbintenis ontstaan? Welke bronnen kent zij?
- Centrale bepaling: verbintenissen kunnen slechts ontstaan, indien dit uit de wet
voortvloeit (Art. 6:1 BW) uiteindelijke bron is dus steeds de wet
De obligatoire overeenkomst heeft een verbintenis als rechtsgevolg
overeenkomsten kunnen ook andere rechtsgevolgen hebben Bv. De familierechtelijke
overeenkomst met huwelijk als rechtsgevolg of de liberatoire overeenkomst waarbij een
verbintenis wordt opgeheven
Een overeenkomst is een rechtsfeit
- Rechtsfeit: een feit waaraan het objectieve recht een rechtsgevolg koppelt
rechtsgevolg is bijv. het ontstaan of het opheffen van een verbintenis
Een rechtsregels maakt een bepaalde gebeurtenis tot rechtsfeit, tengevolge waarvan door
het voordoen van dit rechtsfeit een concreet rechtsgevolg tot stand komt.
,Een voorbeeld van een rechtsfeit is een rechtshandeling
- Een rechtshandeling is de menselijke handeling die gericht is op het tot stand
brengen van een rechtsgevolg
bijv. trouwen waarbij je bewust kiest voor het huwelijk als rechtsgevolg
Een type rechtshandeling is de verbintenisscheppende overeenkomst die gericht is op het in
het leven roepen van een verbintenis als rechtsgevolg
Rechtshandelingen kunnen onderscheiden worden in:
- Eenzijdige rechtshandeling: je kunt deze handeling zonder overleg en dus in je
eentje verrichten
vb. testament (= ongericht)
vb. ontslag nemen (= gericht)
- Meerzijdige rechtshandeling: vereist de samenwerking van meerdere personen,
minstens twee
vb. overeenkomst
- eenzijdige overeenkomst: wanneer er slechts aan één zijde een of meerdere
verbintenissen bestaan vb. schenking
- wederkerige overeenkomst: indien elk van beide partijen een verbintenis op zich
neemt ter verkrijging van de prestatie waartoe de wederpartij zich daartegenover
jegens haar verbindt vb. koopovereenkomst
Rechtshandelingen kunnen nog meer onderscheiden worden in:
- Rechtshandelingen om baat: wanneer de rechtshandeling wordt verricht met het
oog op een daardoor te verkrijgen voordeel
vb. koop- en huurovereenkomsten: beide partijen een voordeel
- Rechtshandeling om niet: wanneer hiervan^ geen sprake is
alle eenzijdige overeenkomsten: scheppen slechts voor één partij een
verplichting, zo is bij een schenking de ontvanger niet verplicht om hem aan te
nemen
Rechtsfeiten die geen rechtshandeling zijn: een gedraging kan ook een rechtsgevolg
teweegbrengen zonder dat de handelende dat beoogt
- Onrechtmatige daad: hierbij ontstaat een rechtsgevolg zonder dat dat is beoogd
verplicht de schade te vergoeden
vb. het door de ruit trappen van een voetbal bij de buren
- Rechtmatige daad: ook hierbij blijft de wil buiten beschouwing
vb. onverschuldigde betaling: per ongeluk 2x betaald
Blote rechtsfeiten: rechtsfeiten die niet bestaan uit een gedraging van één of meer personen
vb. de dood van een persoon
Bronnen van verbintenissen (= eigenlijk de wet), 3 manieren waarop uit de wet kan
voortvloeien dat een bepaald feit een verbintenis doet ontstaan
- De wet wijst rechtstreeks feiten aan
- De wet wijst via ongeschreven recht feiten aan
- De wet wijst geen directe bron aan
, Hoofdstuk 24
Natuurlijke verbintenis: een niet afdwingbare verbintenis (6:3 BW)
actieve zijde: als een vorderingsrecht zonder rechtsvordering
passieve zijde: een schuld zonder aansprakelijkheid
wel sprake van een natuurlijke schuldeiser: is niet in staat zijn schuldenaar in rechte tot
nakoming te dwingen, omdat hij de bevoegdheid mist tot het instellen van een
rechtsvordering
en een natuurlijke schuldenaar: aansprakelijkheid ontbreekt
Een natuurlijke verbintenis bestaat:
1. Wanneer wet of rechtshandeling aan een verbintenis de afdwingbaarheid onthoudt
vb. een verbintenis waarvan de rechtsvordering is verjaard (3:306-3:310 BW)
vb. verbintenissen uit spel of weddenschap
vb. de na de betaling van het akkoordpercentage onbetaald gebleven schulden
van een ex-failliet
de onvoldane vorderingen na beëindiging van de schuldsaneringsregeling
natuurlijke personen door het verbindend worden van de slotuitdelingslijst
2. Wanneer iemand jegens een ander een dringende morele verplichting heeft van
zodanige aard dat naleving daarvan, ofschoon rechtens niet afdwingbaar is, naar
maatschappelijke opvattingen als voldoening van een aan die ander toekomende
prestatie moet kunnen worden aangemerkt
Natuurlijke verbintenissen kunnen ook door rechtshandeling ontstaan.
Uitsluitend op de moraal gegronde verplichtingen leveren geen civiele en zelfs geen
natuurlijke verbintenissen op. Tenzij zij zeer dringend zijn. (6:3 lid 2 sub b BW)
vb. echtscheiding en waarde van het huis (blz. 427)
Nakoming is geen onverschuldigde betaling
nakoming kan niet worden afgedwongen, maar wanneer de schuldenaar de natuurlijke
verbintenis vrijwillig nakomt kan hij later niet met spijt zich beroepen op onverschuldigde
betaling en zeggen dat hij recht heeft om ongedaanmaking daarvan.
Nakoming is geen gift (van belang op belastingsrecht)
bij een gift moet de gever de begiftigde hebben willen verrijken op eigen kosten zonder
daartoe verplicht te zijn geweest.
de schuldenaar van een natuurlijke verbintenis is rechtens echter wel degelijk tot
nakoming daarvan verplicht
Nakoming is een ‘onverplichte rechtshandeling’ in de zin van de Pauliana
wanneer een schuldenaar onverplicht een rechtshandeling verricht, waardoor zijn
vermogen zo uitgeput raakt dat het geen verhaal meer biedt, kunnen zijn schuldeisers onder
strikte voorwaarden de Pauliana inroepen en de onverplichte verrichte rechtshandeling
vernietigen.
De natuurlijke schuldeiser kan niet verrekenen (Art. 6:127 lid 2)
Versterking is mogelijk
een derde kan zich bijvoorbeeld borg stellen voor de natuurlijke schuldenaar, de
natuurlijke schuldenaar kan een recht van pand of hypotheek vestigen
Omzetting in een civiele verbintenis is mogelijk
omzetten in een wel afdwingbare verbintenis (Art. 6:5)