Hoorcollege 1: Case studies en single case experimental
designs
College:
Case studies: onderzoek naar individuele gevallen. Komt meest overeen met een
experiment. Een theoretische vraag die aan de hand van een geval uit de praktijk
wordt geprobeerd te beantwoorden.
Combinatie van kwalitatieve en kwantitatieve gegevens
De case staat centraal: dit kan van alles zijn, bijv. het proces van sociale
uitsluiting, een veranderingsproces, beschrijvingen van ziektebeelden etc.
Hoe verhoudt de case zich tot de context?
Soorten case studies:
Single case designs:
o Enkele unit van een case
o Embedded units van een case
Multiple case designs: meerdere gevallen onderzoeken
o Meerdere enkele units van verschillende cases
o Embedded units van verschillende cases
Bewaken van kwaliteit van een case study:
Navolgbaarheid is erg belangrijk
o Study protocol
o Study database
o Meerdere bronnen van bewijs gebruiken: triangulatie
Case studies zijn dus heel erg gericht op theorie, inhoud en hoe- en waarom-
vragen.
-> overeenkomsten met single case experimenten, grote verschil zit 'm in het
experiment.
Single case experimenten:
Enkel geval
Experimenten repliceren
, Beter te doen om een geval heel precies te begrijpen en na te gaan
waarom iets is geobserveerd.
Effect bekijken van single case experiment:
Als het geobserveerde patroon in de interventiefase gelijk is aan patroon
vooraf, dan is er geen effect van de interventie.
Als er een alternatief patroon wordt geobserveerd (steiler of minder steil)
in interventiefase, is er sprake van een trendbreuk.
Als het patroon hetzelfde is, maar een sprong maakt omhoog of omlaag,
dan is er sprake van een niveauverandering.
Variatie:
Tussen subjecten:
o Elk subject één conditie door loting
o Onafhankelijke steekproeven
o Van beide groepen vergelijk je bijv het gemiddelde
Binnen subjecten: -> dit is het geval bij single case experimenten!!!
o Elk subject heeft beide condities, maar volgorde verschilt: A->B, B-
>A
o Loten wie welke volgorde krijgt
o We vergelijken A met B en bepalen het gemiddelde verschil
o Afhankelijke steekproeven
o Eventueel AB met BA verschillen vergelijk voor volgorde effect
Interne validiteit: mate waarin een onderzoeksopzet toestaat dat er causale
conclusies getrokken kunnen worden. Het is hiervoor van belang om alternatieve
verklaringen uit te sluiten.
Bij onderzoeken met één groep zijn er meer bedreigingen voor de interne
validiteit.
Bedreigingen interne validiteit:
Rijping:
o Natuurlijke processen die het effect van de condities beinvloeden
o Stel iedereen zelfde volgorde: A begin van de week, B op het eind;
aan het begin is iedereen nog fit, op het eind is iedereen aan
weekend toe.
, Geschiedenis:
o Elke gebeurtenis die plaatsvindt voor de meting of tussen twee
herhaalde metingen
o Staking/geluidsapparatuur die tijdelijk uitvalt/afdelingen hebben
andere voorgeschiedenis/verplaatsing hoofdkantoor
Testen:
o De invloed van een test op proefpersonen
o Herhaald testen kan een leereffect hebben/testen kunnen
proefpersonen bewust maken van bepaald gedrag.
Instrumentatie:
o Meetprocedure is niet gelijk bij diverse metingen
o De observators leren beter op de juiste dingen letter/ze worden
nonchalanter
Regressie: -> hebben we bij single case experiments weinig last van
o Regressie naar het gemiddelde: als het verband tussen de voor- en
nameting niet perfect is, zijn extreme scores op de voormeting
minder extreem op de nameting
o Reactive intervention: als een interventie wordt ingezet naar
aanleiding van een extreme score
Diffusion of treatment:
o Verschillende experimentele condities kunnen door elkaar heen
gaan lopen (carry-over effecten)
o Niet alle combinaties van ingrepen zijn mogelijk
Selectie:
o Groepen niet random samengesteld-> systematische verschillen
o Stel afdeling 1 en afdeling 2
Interactie-effect tussen rijping en selectie:
o De combinatie van rijping en selectie zorgt voor het effect
o Sociale vaardigheidstraining is bijv effectiever voor meisjes dan
voor jongens
Uitval:
o Drop-out van subjecten tijdens de studie
o Deelnemers aan een experiment die niet komen opdagen bij de
tweede meting
o Geen deelnemers te vinden voor een controlegroep
designs
College:
Case studies: onderzoek naar individuele gevallen. Komt meest overeen met een
experiment. Een theoretische vraag die aan de hand van een geval uit de praktijk
wordt geprobeerd te beantwoorden.
Combinatie van kwalitatieve en kwantitatieve gegevens
De case staat centraal: dit kan van alles zijn, bijv. het proces van sociale
uitsluiting, een veranderingsproces, beschrijvingen van ziektebeelden etc.
Hoe verhoudt de case zich tot de context?
Soorten case studies:
Single case designs:
o Enkele unit van een case
o Embedded units van een case
Multiple case designs: meerdere gevallen onderzoeken
o Meerdere enkele units van verschillende cases
o Embedded units van verschillende cases
Bewaken van kwaliteit van een case study:
Navolgbaarheid is erg belangrijk
o Study protocol
o Study database
o Meerdere bronnen van bewijs gebruiken: triangulatie
Case studies zijn dus heel erg gericht op theorie, inhoud en hoe- en waarom-
vragen.
-> overeenkomsten met single case experimenten, grote verschil zit 'm in het
experiment.
Single case experimenten:
Enkel geval
Experimenten repliceren
, Beter te doen om een geval heel precies te begrijpen en na te gaan
waarom iets is geobserveerd.
Effect bekijken van single case experiment:
Als het geobserveerde patroon in de interventiefase gelijk is aan patroon
vooraf, dan is er geen effect van de interventie.
Als er een alternatief patroon wordt geobserveerd (steiler of minder steil)
in interventiefase, is er sprake van een trendbreuk.
Als het patroon hetzelfde is, maar een sprong maakt omhoog of omlaag,
dan is er sprake van een niveauverandering.
Variatie:
Tussen subjecten:
o Elk subject één conditie door loting
o Onafhankelijke steekproeven
o Van beide groepen vergelijk je bijv het gemiddelde
Binnen subjecten: -> dit is het geval bij single case experimenten!!!
o Elk subject heeft beide condities, maar volgorde verschilt: A->B, B-
>A
o Loten wie welke volgorde krijgt
o We vergelijken A met B en bepalen het gemiddelde verschil
o Afhankelijke steekproeven
o Eventueel AB met BA verschillen vergelijk voor volgorde effect
Interne validiteit: mate waarin een onderzoeksopzet toestaat dat er causale
conclusies getrokken kunnen worden. Het is hiervoor van belang om alternatieve
verklaringen uit te sluiten.
Bij onderzoeken met één groep zijn er meer bedreigingen voor de interne
validiteit.
Bedreigingen interne validiteit:
Rijping:
o Natuurlijke processen die het effect van de condities beinvloeden
o Stel iedereen zelfde volgorde: A begin van de week, B op het eind;
aan het begin is iedereen nog fit, op het eind is iedereen aan
weekend toe.
, Geschiedenis:
o Elke gebeurtenis die plaatsvindt voor de meting of tussen twee
herhaalde metingen
o Staking/geluidsapparatuur die tijdelijk uitvalt/afdelingen hebben
andere voorgeschiedenis/verplaatsing hoofdkantoor
Testen:
o De invloed van een test op proefpersonen
o Herhaald testen kan een leereffect hebben/testen kunnen
proefpersonen bewust maken van bepaald gedrag.
Instrumentatie:
o Meetprocedure is niet gelijk bij diverse metingen
o De observators leren beter op de juiste dingen letter/ze worden
nonchalanter
Regressie: -> hebben we bij single case experiments weinig last van
o Regressie naar het gemiddelde: als het verband tussen de voor- en
nameting niet perfect is, zijn extreme scores op de voormeting
minder extreem op de nameting
o Reactive intervention: als een interventie wordt ingezet naar
aanleiding van een extreme score
Diffusion of treatment:
o Verschillende experimentele condities kunnen door elkaar heen
gaan lopen (carry-over effecten)
o Niet alle combinaties van ingrepen zijn mogelijk
Selectie:
o Groepen niet random samengesteld-> systematische verschillen
o Stel afdeling 1 en afdeling 2
Interactie-effect tussen rijping en selectie:
o De combinatie van rijping en selectie zorgt voor het effect
o Sociale vaardigheidstraining is bijv effectiever voor meisjes dan
voor jongens
Uitval:
o Drop-out van subjecten tijdens de studie
o Deelnemers aan een experiment die niet komen opdagen bij de
tweede meting
o Geen deelnemers te vinden voor een controlegroep